

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hallo Sophie.
Hallo Daan.
SOPHIE: Hoi Rick.
Lekker koffie?
DAAN: Ja, lekker.
Wat is er?
RICK: Ik hoor iets raars.
SOPHIE: Wat hoor je?
RICK: Schoten.
In de straat.
DAAN: Schoten?
Echt?
Ik hoor het ook nu.
RICK: Ja, de Nieuwe Binnenweg.
Het is daar.
SOPHIE: Daar woon ik bijna.
Ik woon in de straat ernaast.
DAAN: Is het daar vaak druk?
Is de straat druk?
RICK: Ja, het is een drukke straat.
Altijd auto's en mensen.
Veel auto's en veel mensen.
SOPHIE: Ik hoor het ook.
Het is luid.
Het is echt luid.
DAAN: Wie maakt die schoten?
Een man?
RICK: Ik weet het niet.
Een man?
Of een vrouw?
Ik zie het niet.
SOPHIE: Of een vrouw?
Ik weet het niet.
Het is moeilijk te zien.
DAAN: Is de straat gevaarlijk?
Is het gevaarlijk?
RICK: Ja, soms is het niet veilig. 's Avonds is het niet veilig.
Gisteren was het ook niet veilig.
SOPHIE: Oh, gisteren?
Wat gebeurde er gisteren?
RICK: Gisteren was er een man die riep.
Hij riep heel hard.
Het was eng.
DAAN: Dat klinkt eng.
Net als nu.
SOPHIE: Ik voel me niet blij.
Ik voel me niet goed.
Het is te veel lawaai.
DAAN: Ik ook niet.
Het is eng.
Het is heel eng.
RICK: Maar wij zijn hier veilig.
Hier op kantoor is het veilig.
SOPHIE: Ja, op kantoor is het goed.
Het is kalm hier.
Geen schoten, geen geschreeuw.
DAAN: Zijn er politie?
Ik zie geen politie.
RICK: Ik zie geen politie.
Nog niet.
Misschien komt politie straks.
SOPHIE: Misschien komt politie later.
Hopelijk snel.
Ik wil dat het stopt.
DAAN: Ik hoop dat het stopt.
De schoten moeten stoppen.
Het is niet normaal.
SOPHIE: Ja, ik hoop het ook.
Het is niet leuk.
Het is niet leuk voor ons.
RICK: Het is een drukke dag.
Eerst schoten, nu werken.
Eerst schoten, dan koffie, dan werken.
DAAN: Ja, wij werken straks weer.
Eerst koffie.
Koffie is belangrijk.
SOPHIE: Koffie is eerst goed.
Koffie helpt.
Het maakt me rustig.
RICK: Ja, koffie is goed.
Het is warm en lekker.
Het is mijn derde kop vandaag.
DAAN: Ik drink nog een kop.
Jij ook, Sophie?
SOPHIE: Ik ook.
Het is lekker.
Het is mijn tweede kop.
Twee koppen is genoeg.
RICK: Wij praten over de straat.
Over de schoten.
Het is een raar gesprek.
DAAN: Ja, het is een raar verhaal.
Een raar verhaal voor vandaag.
Gisteren hadden we koffie en praatten we over het weer.
SOPHIE: Ja, het weer.
Vandaag praten we over schoten.
Dat is anders.
RICK: Heel anders.
Het weer was leuk.
Schoten zijn niet leuk.
DAAN: Nee, niet leuk.
Maar nu praten we en drinken we koffie.
Dat is fijn.
SOPHIE: Ja, dat is fijn.
Ik lees het nieuws.
Op mijn telefoon.
RICK: Wat staat in het nieuws?
Wat zegt het nieuws?
SOPHIE: Het nieuws zegt: schoten.
Een man met een geweer.
Een man met een groot geweer.
DAAN: Is er een man met een geweer?
Echt?
Een groot geweer?
RICK: Ja, dat lees ik.
Het nieuws zegt het ook.
Een man met een geweer in de Nieuwe Binnenweg.
SOPHIE: Is de man weg?
Is hij weg?
Ik hoop dat hij weg is.
DAAN: Ik weet het niet.
Het nieuws zegt niet alles.
Het nieuws zegt alleen: man met geweer.
RICK: De politie zoekt de man.
De politie is bezig.
De politie zoekt nu.
SOPHIE: Dat is goed nieuws.
Politie helpt ons.
Politie is er voor ons.
DAAN: Ja, politie helpt ons.
Dat is fijn.
Zonder politie is het niet veilig.
RICK: Wij zijn veilig hier.
Hier is het veilig.
Op kantoor is het veilig.
SOPHIE: Ja, op kantoor is het kalm.
Geen schoten hier.
Alleen koffie en praten.
DAAN: Ik drink nog koffie.
Het is rustig nu.
Even geen schoten.
RICK: Ik ook.
Het is een rustig moment.
Even geen schoten.
Even koffie.
SOPHIE: Ja, even koffie en praten.
Dat is fijn.
Dat is normaal.
DAAN: Dat is goed.
Koffie en praten.
Geen schoten meer.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze