Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een verrassing op een regenachtige dinsdag

Het regende die dinsdagmiddag.

Niet zomaar een beetje, nee, het goot.

De ramen van de bus waren nat en beslagen.

Ik zat achterin, met mijn tas op mijn knieën.

Het was druk, zoals altijd na vijven.

Mensen stonden dicht op elkaar, natte jassen, natte paraplu's.

De bus rook naar natte wol en oude regen.

Af en toe hoorde ik het geluid van water dat van de paraplu's op de vloer droop.

Drup, drup, drup.

Het klonk als een klein ritme in de drukke bus.

Voor me zat een man.

Hij had een grote plastic tas tussen zijn voeten.

Af en toe keek hij erin, dan weer voor zich uit.

Hij mompelde wat.

Ik kon het niet verstaan, maar het klonk niet vriendelijk.

Een mevrouw naast hem schoof een stukje op.

Ze keek voor zich uit en deed net of ze niets hoorde.

De man had een grijze jas en zijn haren waren nat.

Hij rook naar natte kleren en een beetje naar bier.

Ik zag dat zijn handen trilden toen hij in de tas keek.

Bij de halte stapte een oudere dame in.

Ze had een rollator en een klein hondje aan een riem.

Het hondje was nat en trilde.

De oude dame had een rode sjaal om en haar bril was beslagen.

Ze hijgde een beetje.

De man met de tas keek op.

'Nee hè,' zei hij hard.

'Moet dat beest hier per se bij?' De oude dame keek verbaasd.

'Hij doet niks hoor,' zei ze zacht.

'Hij is nat en moe, net als ik.' De man schudde zijn hoofd.

'Dit is openbaar vervoer, geen dierenasiel.' Hij zei het zo hard dat iedereen keek.

De oude dame werd rood.

Ze ging voorzichtig zitten en trok het hondje dichterbij.

Het hondje keek bang rond.

Ik voelde me ongemakkelijk.

Moest ik iets zeggen?

Ik wist het niet.

Ik keek naar de andere mensen in de bus.

Sommigen keken weg, anderen keken naar de man.

Niemand zei iets.

De bus hobbelde over een put en iedereen schudde heen en weer.

Toen gebeurde er iets grappigs.

De man wilde iets uit zijn plastic tas pakken.

Maar de tas stond scheef, en plotseling rolde er een blikje uit.

Toen nog een.

En nog een.

Het waren blikjes bier.

Ze rolden alle kanten op, onder de stoelen, tegen de benen van mensen.

Iedereen begon te lachen.

De man probeerde ze snel te pakken, maar zijn gezicht werd steeds roder.

'Dat is niet grappig,' mopperde hij.

Een jongen voorin de bus raapte een blikje op en gaf het aan de man.

'Alstublieft,' zei de jongen.

De man pakte het zonder iets te zeggen.

De oude dame glimlachte.

Ze zei niets, maar ze aaide haar hondje over zijn natte kop.

Het hondje kwispelde een klein beetje.

De man stopte de blikjes terug in zijn tas en keek uit het raam.

Hij zei niets meer.

De bus reed verder door de regen.

Ik hoorde de regen tegen het raam tikken.

Tik, tik, tik.

Het klonk nu rustiger.

Ik dacht terug aan een middag lang geleden.

Ik was toen zelf boos geweest in de bus, omdat iemand te hard muziek luisterde.

Ik had ook niets gezegd, maar ik had me wel geërgerd.

Nu zag ik hoe snel zo'n boosheid voorbij kan gaan.

De man was boos, maar nu was hij stil.

De oude dame was rustig.

Het hondje was nat, maar het kwispelde.

Ik voelde me een beetje warm worden.

Bij mijn halte stapte ik uit.

Ik keek nog even achterom.

De oude dame zat rustig met haar hondje.

De man staarde naar buiten.

Het was stil in de bus.

Ik dacht: soms hoef je niets te zeggen.

Soms lost het zichzelf op.

Maar ik voelde ook iets warm.

Iedereen had gelachen, samen.

Zelfs de man een beetje, al wilde hij het niet toegeven.

Ik liep naar huis in de regen, maar ik voelde me droog van binnen.

De regen voelde nu anders, niet koud maar zacht.

Ik glimlachte.

Soms is een busrit meer dan alleen reizen.

Tot de volgende.

Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause