

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude dag in Den Haag.
De wind waait.
Het is koud.
Ik ben Rick, een leraar Nederlands.
Ik sta bij het Plein, vlak bij het parlement.
Het plein is groot.
Er zijn veel mensen.
Ze zijn stil.
Ze kijken naar een podium.
Het podium is hoog.
Er staat een microfoon.
De vlaggen wapperen in de wind.
Premier Jetten komt naar buiten.
Hij ziet er serieus uit.
Hij draagt een donker pak.
Het pak is donkerblauw.
De wind waait door zijn haar.
Zijn haar is grijs.
Hij loopt langzaam.
Hij kijkt naar de mensen.
Hij kijkt naar de grond.
Dan kijkt hij omhoog.
Hij pakt de microfoon.
Zijn handen trillen een beetje.
Premier Jetten zegt: 'Goedemorgen.
Ik ben hier om sorry te zeggen.' Zijn stem is zacht.
De mensen luisteren.
Ze zijn stil.
Je hoort alleen de wind.
Hij vertelt over de Molukkers.
De Molukkers kwamen naar Nederland in 1951.
Ze kwamen met een boot.
De boot was groot.
Ze dachten: wij gaan snel terug naar Indonesië.
Maar het duurde lang.
Heel lang.
Ze woonden in kampen.
In barakken.
De barakken waren klein.
Er was geen warm water.
De Nederlandse regering was niet lief.
De regering gaf niet veel hulp.
Ik denk aan mijn buurman, meneer Wattimena.
Hij is Molukker.
Hij is oud.
Hij woont naast mij.
Hij vertelt altijd over zijn vader.
Zijn vader was soldaat in het Nederlandse leger.
Hij droeg een uniform.
Hij vocht voor Nederland.
Na de oorlog moest hij naar Nederland.
Hij kreeg een klein huisje.
Het huisje was wit.
Er was een kleine tuin.
Hij mocht niet veel doen.
Hij mocht niet werken.
Meneer Wattimena zegt: 'Mijn vader was boos.
Hij voelde zich niet gezien.' Zijn ogen worden nat als hij praat.
Premier Jetten zegt nu: 'U wordt gezien.
Wij zien uw pijn.
Het spijt ons.' Zijn stem is luider.
De mensen klappen.
Sommigen huilen.
Een oude vrouw naast mij zegt: 'Eindelijk.
Eindelijk.' Haar stem is zacht.
Ze heeft een sjaal om.
De sjaal is rood.
Ze veegt haar ogen af.
Ik kijk naar haar.
Ze glimlacht.
Ze is blij.
Ik voel een warm gevoel in mijn borst.
Het is goed dat de premier sorry zegt.
Het is niet genoeg, maar het is een begin.
De wind wordt minder.
De zon schijnt door de wolken.
De wolken zijn wit.
De zon is warm.
Premier Jetten loopt weg.
Hij zwaait naar de mensen.
De mensen praten met elkaar.
Ze zijn stil maar blij.
Ze lachen een beetje.
Ze praten over de toespraak.
Ik ga naar huis.
Ik loop door de straat.
De straat is rustig.
Ik denk aan meneer Wattimena.
Ik ga hem een kaart sturen.
Met een boodschap: 'U wordt gezien.' Ik koop een kaart.
De kaart is wit.
Ik schrijf met een zwarte pen.
Ik doe de kaart in een envelop.
Ik stop hem in de brievenbus.
Ik voel me goed.
Het is een kleine stap.
Maar het is belangrijk.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze