

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Parijs is leuk, zegt ze.
Maar dit broodje reist beter dan ik.
Bij de ingang staan mensen met blauwe jasjes.
Zij helpen bij de lift en bij de kaartjes.
Een vrouw heet Claire.
Zij lacht naar onze groep.
Goede morgen zegt ze in langzaam Engels.
Ik zeg tegen de klas.
Kijk, zij helpt iedereen.
Dan komt meneer Dubois aanlopen.
Hij is de grote chef van de toren.
Hij draagt een donkere jas en zwarte schoenen.
Zijn schoenen maken harde tikken op de stenen.
Tik, tik, tik.
Hij kijkt naar Claire, naar Lotte, en naar Yara.
Vandaag blijven de vrouwen niet hier, zegt hij.
Mannen staan bij de ingang.
Claire kijkt naar haar handen.
Een andere vrouw, Ana, pakt haar tas.
Niemand lacht nu.
Alleen de wind maakt geluid.
Lotte fluistert tegen mij.
Rick, mag dat wel?
Ik zeg zacht.
Dat voelt niet goed.
Karim doet zijn muts af.
Hij zegt.
Mijn moeder werkt ook hard.
Zij mag toch niet zomaar weg.
Claire ademt diep.
Ik werk hier al acht jaar, zegt zij.
Ik ken de lift, de kaartjes en de mensen.
Meneer Dubois wijst naar de straat.
Ga naar huis, zegt hij kort.
Ana krijgt rode wangen.
Claire pakt haar jas van een haak.
Zij loopt langzaam weg.
Onze klas gaat naar boven met de lift.
De lift bromt als een oude koelkast.
Yara lacht even.
Deze lift heeft ook koffie nodig, zegt zij.
Iedereen lacht zacht.
Maar ik denk aan Claire.
Boven zien we Parijs onder ons.
De rivier lijkt op een lange blauwe slang.
Auto's zijn kleine doosjes.
Mensen zijn kleine puntjes.
Toch blijft de dag zwaar in mijn hoofd.
Na de les buiten gaan we naar een café.
Het ruikt naar soep, brood, en warme melk.
Daar zitten Claire en Ana aan een kleine tafel.
Claire roert in haar thee.
Ana kijkt naar het raam.
Ik vraag.
Mogen wij bij jullie zitten?
Claire knikt.
Even tussen door.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Graag.
Zegt zij.
Mijn klas schuift stoelen aan.
Karim koopt koekjes voor iedereen.
De koekjes zijn rond en heel hard.
Franse stenen, zegt hij.
Ana moet lachen.
Claire vertelt rustig over haar dag.
Ik voel mij klein, zegt zij.
Maar ik deed mijn werk goed.
Lotte zegt.
Dat zagen wij ook.
Yara geeft haar het laatste koekje.
Pas op, zegt zij.
Je hebt sterke tanden nodig.
Later horen wij iets in het café.
Niet op een scherm, maar van de man achter de bar.
Hij kent iemand bij de toren.
Zijn bazen zijn boos, zegt hij.
Meneer Dubois mag niet meer de chef zijn.
Claire kijkt op.
Ana legt haar hand op haar mond.
Is dat echt?
'Is dat echt?' vraagt Claire.
De man knikt.
Ja.
Iedereen mag meedoen op werk.
Het café is even stil.
Dan zegt Karim.
Dan neem ik nog een koekje.
We lachen omdat hij al vier koekjes had.
De volgende ochtend lopen wij weer langs de toren.
De zon schijnt zacht op het ijzer.
Bij de ingang staat Claire.
Ana staat naast haar.
Zij dragen weer hun blauwe jasjes.
Claire zwaait naar ons.
Haar lach is klein, maar sterk.
Een nieuwe chef staat bij de poort.
Zij heet madame Renard.
Zij zegt: 'Goedemorgen allemaal.'
Daarna helpt zij een kind met een groene rugzak.
Het kind zoekt zijn kaartje.
Het zit in zijn schoen.
Niemand weet waarom.
Kinderen hebben soms geheime plekken.
Meneer Dubois is er niet.
Niemand zegt veel over hem.
Het werk gaat door.
De lift bromt.
De kaartjes piepen.
De wind waait langs het ijzer.
Ik kijk naar mijn klas.
Zij kijken naar Claire.
Lotte zegt: 'Werk is beter als iedereen mee mag doen.'
Ik knik.
Ja, zeg ik.
En koffie helpt ook.
Yara houdt haar broodje omhoog.
Broodjes ook, zegt zij.
Op de terugweg naar Den Haag is de bus stil.
Iedereen is moe.
Karim slaapt met zijn gele muts over zijn ogen.
Lotte schrijft woorden in haar schrift.
Yara deelt snoepjes uit.
Ik kijk uit het raam naar de avondlucht.
Ik denk aan Claire en Ana.
Zij gingen weg maar kwamen terug.
Hun dag begon koud.
Later werd die dag warmer.
Niet door de zon maar door mensen.
Thuis vertel ik dit verhaal aan mijn nieuwe klas.
Ik zeg: 'Taal leren is samen leren.'
Iedereen heeft een stem.
Iedereen mag meedoen.
Ook bij een heel hoge toren.
Tot de volgende keer.
Spreek Nederlands.
Zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze