Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een doos voor Sara

Het is dinsdagmorgen in Utrecht.

Niels rijdt met dozen door de stad.

Hij brengt ze naar mensen thuis.

Naast hem ligt een appel op een blauwe jas.

Op de radio praat iemand over het weer.

Niels kijkt naar de grijze lucht. ‘Ja hoor, alweer regen’, zegt hij tegen zijn appel.

De appel zegt natuurlijk niets terug.

Niels lacht en rijdt naar het huis van Sara.

Sara woont boven een bakker.

Ze wacht op een doos met een nieuwe lamp.

Haar oude lamp geeft geen licht meer.

Haar kat vindt dat niet erg.

Die slaapt ook zonder licht heel goed.

Niels stopt zijn bus voor de deur.

Daar mag zijn bus niet staan.

Hij ziet het bord, maar stapt toch uit. ‘Ik ben zo terug’, denkt hij.

Hij neemt de doos mee.

Bij de deur zoekt hij naar de juiste bel.

Er zijn zes namen, maar sommige zijn moeilijk te lezen.

Dan hoort hij een stem achter zich. ‘Is die bus van jou?’ vraagt een agent.

Niels draait zich om en zegt ja.

De agent wijst naar het bord naast de bus. ‘Je mag hier niet staan.

Je moet nu weg.’ Niels houdt de doos met beide handen vast. ‘Mag ik deze eerst aan Sara geven?’ vraagt hij. ‘Ze woont hier boven de bakker.’ Maar de agent zegt opnieuw dat hij weg moet.

Niels voelt zijn gezicht warm worden. ‘Ik vraag maar één minuut’, zegt hij.

Zijn stem klinkt nu harder dan eerst.

Sara hoort de stemmen door haar open raam.

Ze kijkt naar buiten en ziet Niels met haar doos.

Ze gaat meteen naar beneden.

De agent komt dichter bij Niels staan. ‘Leg die doos neer’, zegt hij.

Niels zet de doos op de grond.

Dan haalt de agent een zwart ding uit zijn jas.

Niels weet niet wat hij moet doen.

Hij doet een stap naar achteren.

De agent drukt op een knop.

Niels krijgt stroom door zijn lichaam en valt.

Hij ligt naast de doos op de koude stenen.

Sara staat nu buiten en brengt haar hand naar haar mond. ‘Waarom doet u dat?’ vraagt ze aan de agent. ‘Hij heeft alleen een doos bij zich.’ Ook andere mensen blijven staan.

Een man zet zijn fiets tegen een muur.

Een vrouw belt om hulp voor Niels.

Niemand lacht meer op straat.

De radio in de bus speelt nog een vrolijk lied.

Sara vindt dat nu heel vreemd klinken.

Niels hoort de stemmen, maar zegt eerst niets.

Zijn arm doet pijn en zijn benen voelen zwaar.

Sara gaat naast hem op haar knieën zitten. ‘Ik ben Sara’, zegt ze zacht. ‘De doos is voor mij.

Er komt hulp.’ Niels kijkt naar haar rode schoenen.

Hij probeert rustig adem te halen. ‘Mijn bus’, zegt hij dan. ‘Denk nu maar even aan jezelf’, antwoordt Sara.

Een vrouw met een grote tas komt Niels helpen.

Ze vraagt waar hij pijn heeft.

Ze praat rustig en kijkt naar zijn arm.

De agent praat met de man van de fiets.

Sara blijft bij Niels zitten.

Ze wil hem niet alleen laten.

Later kan hij weer op een stoel zitten.

De bakker brengt water in een papieren beker.

Niels drinkt langzaam en kijkt naar zijn handen. ‘Ik had daar niet moeten stoppen’, zegt Niels tegen Sara. ‘Maar ik begrijp niet waarom dit nodig was.’ Sara knikt en luistert naar hem.

Ze heeft ook veel vragen over deze ochtend.

De doos staat nog naast de deur.

De lamp kan wachten, vindt Sara.

Ze pakt haar telefoon en belt iemand voor Niels.

Hij voelt zich nog bang, maar niet meer alleen.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause