Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De verkeerde pakketbezorger

Het is donderdagmiddag.

Ik zit op de bank met een kopje thee.

Buiten is het grijs en nat.

De regen tikt zacht tegen het raam.

Ik hoor de bel gaan.

Ik zet mijn thee neer en loop naar de deur.

Voor de deur staat een jonge man.

Hij heeft een oranje jas aan.

Het is de pakketbezorger.

Hij houdt een groot pakket vast.

'Goedemiddag mevrouw,' zegt hij.

'Een pakket voor u.' Ik kijk naar het pakket.

Het is een grote doos.

Ik heb niets besteld.

Dat weet ik zeker.

'Ik heb niets besteld,' zeg ik.

De bezorger kijkt op zijn apparaat.

'Het adres klopt.

Mevrouw Jansen, Langestraat 12.' Ik schud mijn hoofd.

'Dat ben ik niet.

Ik ben mevrouw De Vries.

Jansen woont hier niet.' De bezorger zucht.

'Maar het staat echt op mijn lijst.' Ik kijk nog eens naar het pakket.

Er zit een scheur in de doos.

Ik zie iets roods.

Het lijkt op een rode strik.

'Misschien is het een cadeau,' zeg ik.

'Voor iemand anders.' De bezorger haalt zijn schouders op.

'Ik moet het ergens laten.

Anders moet ik het meenemen.' Ik denk even na.

'Laat maar hier.

Ik zoek het wel uit.' De bezorger geeft me het pakket.

'Fijne dag mevrouw.' Hij loopt weg.

Ik doe de deur dicht.

Het pakket is zwaar.

Ik zet het op de keukentafel.

Mijn man komt de keuken in.

'Wat is dat?' vraagt hij.

'Een pakket.

Voor mevrouw Jansen.

Maar die woont hier niet.' 'Maak het open,' zegt hij.

'Nee,' zeg ik.

'Dat is niet van ons.' Maar ik ben nieuwsgierig.

Ik kijk naar de doos.

Er staat een afzender op.

'Van: Oma.' 'Oma?' zeg ik hardop.

'Wij hebben geen oma meer.' Mijn man lacht.

'Misschien is het een grap.' Ik schud mijn hoofd.

'Nee, dit is echt.' Ik bel de pakketdienst.

Een mevrouw neemt op.

'Goedemiddag, u spreekt met de klantenservice.' 'Hallo,' zeg ik.

'Ik heb een pakket gekregen voor mevrouw Jansen.

Maar zij woont hier niet.' 'Wat is het adres?' vraagt de mevrouw.

'Langestraat 12.' 'Even kijken.

Mevrouw Jansen is verhuisd.

Ze woont nu in de Rozenstraat.' 'Oh,' zeg ik.

'Maar wat moet ik nu doen?' 'Ik stuur een koerier.

Die haalt het pakket op.' 'Dank u wel,' zeg ik.

Ik hang op.

Mijn man kijkt me aan.

'En nu?' 'We wachten,' zeg ik.

Maar het pakket blijft staan.

De hele middag.

De koerier komt niet.

Het wordt avond.

Ik kijk nog eens naar de doos.

De rode strik steekt een beetje uit.

Ik denk aan mijn eigen oma.

Zij gaf altijd cadeautjes met een rode strik.

Ik bel de pakketdienst weer.

'De koerier is niet gekomen,' zeg ik.

'Het spijt me,' zegt de mevrouw.

'Morgen sturen we iemand.' De volgende dag.

Nog steeds geen koerier.

Ik word een beetje boos.

Maar ook nieuwsgierig.

Wat zit er in het pakket?

Ik schud voorzichtig.

Het voelt zacht.

Als een kledingstuk.

Mijn man zegt: 'Doe het nou maar open.

Anders zit je er de hele dag naar te kijken.' Ik aarzel.

Dan pak ik een schaar.

Ik knip voorzichtig het plakband door.

Ik open de doos.

Er zit een rode trui in.

Een mooie trui.

Met een kaartje eraan.

'Voor mijn lieve kleindochter.

Liefs, oma.' Ik kijk naar het kaartje.

Mijn oma is vier jaar geleden overleden.

Maar dit is haar handschrift.

Ik voel een brok in mijn keel.

Mijn man leest het kaartje.

'Wat bijzonder,' zegt hij zacht.

Ik bel de pakketdienst nog een keer.

'Ik heb het pakket opengemaakt,' zeg ik.

'Er zit een trui in met een kaartje van een oma.' 'Oh,' zegt de mevrouw.

'Dat is een speciaal pakket.

Mevrouw Jansen is overleden.

Vorige maand.

Haar familie heeft het pakket teruggestuurd.' Nu snap ik het.

De oma van mevrouw Jansen stuurde een trui.

Maar mevrouw Jansen was al overleden.

Het pakket kwam bij mij.

Ik kijk naar de trui.

Hij is zacht en warm.

Ik trek hem aan.

Hij past perfect.

Ik voel me verdrietig en blij tegelijk.

'Wat doe je?' vraagt mijn man.

'Ik draag de trui,' zeg ik.

'Het is een mooie trui.

Ik denk dat de oma het goed vindt.' Die avond zit ik op de bank.

De trui voelt warm.

Buiten regent het nog steeds.

Maar binnen is het knus.

Ik denk aan alle oma's die cadeautjes sturen.

Soms komt het pakket op de verkeerde plek.

Maar misschien is dat niet erg.

Soms krijg je iets moois van een vreemde.

De volgende dag bel ik de familie van mevrouw Jansen.

Ik vertel over het pakket.

Ze zijn verrast.

'Oh, dat is de trui van oma,' zegt de dochter.

'U mag hem houden.

Oma zou dat willen.' Ik glimlach.

Soms is een foutje niet zo erg.

Soms brengt het je iets warms.

Ik trek de trui nog eens aan.

Hij ruikt een beetje naar mottenballen.

Maar dat geeft niet.

Het is een fijne geur.

Een geur van liefde.

Tot de volgende keer.

Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze