Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Slechte Woorden op het Internet

Het is zaterdagavond.

Joris zit op de bank met zijn broer Daan.

Ze kijken naar een grote voetbalwedstrijd op televisie.

De kamer ruikt naar pizza.

Het is gezellig en warm.

De pizza is net uit de oven.

Joris ziet de kaas nog een beetje bubbelen.

Daan eet een stuk en zegt: "Lekker." Joris neemt ook een hap.

De smaak van tomatensaus en kaas vult zijn mond.

Nederland speelt een heel belangrijke wedstrijd.

Joris houdt zijn adem in.

Daan eet chips en kijkt gespannen naar het scherm.

Het geluid van het publiek vult de kamer.

Mensen juichen en roepen.

Joris hoort de bal tegen de schoenen van de spelers tikken.

Het is een hard geluid.

De wedstrijd is lang en moeilijk.

Aan het einde moeten twee spelers een strafschop nemen.

Een strafschop is een schop op de bal, van dichtbij.

Dat is heel moeilijk.

De keeper probeert de bal te stoppen.

Joris denkt aan een keer dat hij zelf een strafschop miste op school.

Hij voelde zich toen heel verdrietig.

De eerste speler schopt.

De keeper pakt de bal.

De tweede speler schopt ook.

De keeper pakt de bal weer.

Nederland verliest de wedstrijd.

Het publiek is stil.

Joris hoort alleen de tv nog.

Daan zucht diep.

Joris is verdrietig.

Daan zegt: "Dat is jammer.

Maar de spelers deden hun best." Joris knikt.

Hij pakt zijn telefoon.

Hij kijkt op sociale media.

Hij ziet veel berichten over de wedstrijd.

Sommige berichten zijn aardig.

Mensen zeggen: "Goed gespeeld." Maar dan ziet hij iets ergs.

Sommige mensen schrijven heel gemene dingen.

Ze schrijven lelijke woorden over de spelers.

Ze schrijven over de kleur van de huid van de spelers.

Dat is heel erg.

Dat mag niet.

Joris leest de woorden hardop.

Ze klinken lelijk in zijn oren.

Joris voelt zich boos.

Hij zegt tegen Daan: "Kijk eens.

Mensen schrijven zulke gemene dingen." Daan kijkt op de telefoon.

Hij schudt zijn hoofd.

"Dit is fout," zegt hij.

"Heel erg fout." Joris denkt: de spelers deden hun best.

Ze werkten hard.

Ze trainden elke dag.

En nu krijgen ze zulke nare berichten.

Dat is niet eerlijk.

Hij voelt een knoop in zijn maag.

De volgende dag hoort Joris goed nieuws.

De mensen die over het Nederlandse voetbal gaan, doen iets.

Ze gaan naar de politie.

Ze laten de gemene berichten zien.

Ze zeggen: dit is fout en dit mag niet.

Joris is blij.

Hij vertelt het aan zijn vriendin Noor.

Noor woont in Utrecht.

Ze praten via de telefoon.

Joris hoort haar stem.

Ze klinkt ook blij.

"Heb je het gehoord?" vraagt Joris.

"Ze gaan naar de politie met die nare berichten." "Ja," zegt Noor.

"Dat is goed.

Gemene woorden doen pijn.

Net als een klap." "Precies," zegt Joris.

"Woorden kunnen mensen echt pijn doen." Noor zegt: "Ik hoop dat de spelers weten dat veel mensen van hen houden.

Ze zijn goede spelers." Joris glimlacht.

"Dat denk ik ook." Die avond schrijft Joris een bericht op sociale media.

Hij schrijft: "Goed gedaan, spelers.

Jullie deden jullie best.

Wij zijn trots op jullie." Hij stuurt het bericht.

Daarna legt hij zijn telefoon neer.

Hij drinkt een glas water.

Het water is koud en fris.

Hij voelt zich beter.

Joris denkt aan de wedstrijd.

Hij denkt aan de gemene berichten.

Maar hij denkt ook aan de aardige woorden.

Gemene woorden zijn fout.

Maar aardige woorden helpen.

Joris weet dat nu heel goed.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze