Alle podcasts

Een Klein Glas in Nijmegen

Ik ben Rick.

Vandaag ben ik in Nijmegen.

Ik bezoek een woonhuis voor oude mensen.

Het huis ligt aan een korte straat.

Voor de deur staat een rode fiets.

Binnen is het warm en licht.

In de hal hangt koffie en soep in de lucht.

Ik hoor kopjes op schotels.

Dat geluid ken ik van veel huizen.

Asha werkt in het huis.

Zij heeft een blauwe trui aan.

Op haar trui staat een klein zonnetje. “Welkom, Rick,” zegt zij. “Vandaag praat je met Bram en meneer Smit.” Ik hang mijn jas op.

Mijn jas is nat van de regen. “Ik neem de regen mee,” zeg ik.

Asha lacht. “Zet hem maar in de hoek.” In de grote kamer zitten acht mensen.

De muren zijn geel.

Op tafel liggen kranten, kaarten en koekjes.

Bram zit bij het raam.

Hij heeft een pet met een vis erop.

Meneer Smit zit naast hem.

Hij telt de koekjes op tafel. “Er zijn er zeven,” zegt hij. “Dat is raar.

Wij zijn met acht.” “Dan moet jij halve koekjes maken,” zegt Bram.

Iedereen lacht even.

Asha zet koffie neer.

Daarna pakt zij een map. “Wij hebben hier duidelijke regels,” zegt zij. “Sommige mensen roken een groen blaadje.

Sommigen drinken een klein glas bier of wijn.

Dat mag hier, maar alleen met afspraken.” Ik luister goed.

Ik ken dit verhaal uit de krant.

Veel huizen zeggen nee.

Dit huis zegt soms ja.

Ik vraag: “Waarom doen jullie dat?” Asha gaat zitten. “Bram woonde lang op straat,” zegt zij. “Meneer Smit woonde lang alleen.

Zij deden dit al vele jaren.

Als wij alles verbieden, gaan zij naar buiten.

Dan zien wij niets.

Nu blijven zij hier.

Wij praten samen.

Wij tellen de glazen.

Wij letten op elkaar.” Bram kijkt naar mij. “Ik ben oud, maar niet nieuw,” zegt hij. “Mijn leven komt ook mee in mijn tas.” Hij wijst naar een bruine tas naast zijn stoel. “Daar zit geen vis in,” zegt hij. “Alleen sokken en een boek.” Ik moet lachen. “Dat is jammer voor je pet,” zeg ik.

Meneer Smit pakt een kaart uit een doos. “Ik wil straks een klein glas bier,” zegt hij. “Daarna speel ik kaarten.” Asha zegt: “Dat kan, want het staat in je plan.” Zij laat mij het plan zien.

Er staan tijden op.

Er staat ook wie mee kijkt.

De woorden zijn groot en duidelijk.

Dat vind ik fijn.

Na de koffie lopen wij naar een kleine tuin.

De regen is bijna weg.

De stenen zijn donker en nat.

Er staan drie stoelen onder een dakje.

Bram gaat zitten.

Asha blijft naast hem staan.

Bram rookt kort en praat over vissen.

Hij zegt dat vissen beter luisteren dan mensen. “Maar vissen geven geen koffie,” zeg ik. “Precies,” zegt Bram. “Daarom woon ik hier.” Binnen komt Noor op bezoek.

Zij is de dochter van meneer Smit.

Zij heeft bloemen bij zich.

De bloemen zijn paars en wit. “Pa, gaat het goed?” vraagt zij. “Ja,” zegt hij. “Ik heb gewonnen met kaarten.” “Je speelt nog niet,” zegt Noor.

Meneer Smit lacht. “Dan win ik alvast in mijn hoofd.” Noor kijkt naar Asha. “Ik vind de regels soms moeilijk,” zegt zij.

Asha antwoordt zacht. “Dat snap ik.

Kom maar mee lezen.” Zij zitten samen aan tafel.

Noor leest het plan.

Ze vraagt veel.

Asha geeft korte antwoorden.

Meneer Smit wacht met zijn glas.

Hij kijkt naar zijn dochter. “Ik doe het met jullie erbij,” zegt hij.

Noor is even stil. “Goed, pa.

Dan blijf ik even.” Ik schrijf later woorden op voor mijn les.

Het woord “afspraak” schrijf ik twee keer.

Een afspraak helpt, denk ik.

Een gesprek helpt ook.

Ik zie geen feest in dit huis.

Ik zie mensen met een lang leven.

Ik zie mensen die goed blijven kijken.

Ik zie familie die vragen stelt.

Dat is niet makkelijk, maar wel eerlijk.

Aan het eind pak ik mijn natte jas.

Hij is nu bijna droog.

Asha geeft mij een koekje mee. “Voor onderweg,” zegt zij. “Is daar ook een regel voor?” vraag ik. “Ja,” zegt Asha. “Niet alles in één keer eten.” Ik lach en stop het koekje in mijn zak.

Buiten is de lucht grijs.

Toch fiets ik weg met een licht gevoel.

Vandaag leer ik weer iets simpels.

Eerst luisteren, dan pas praten.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze