

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Abo-talep. Die naam zoeken veel mensen vandaag op.
Maar het echte nieuws van vandaag gaat over veilig thuis.
Een meldpunt dat zegt, we kunnen het werk niet meer aan.
Dat raakt gezinnen.
En misschien ook jou.
Hmm.
Aboutaleb, zegt gij.
Een naam die klinkt als een man van gezag.
Maar vertel mij eerst over dat meldpunt.
Wat is dat voor een instantie in uw tijd?
Veilig Thuis is de poortwachter bij huiselijk geweld en kindermishandeling.
Mensen bellen als ze zich zorgen maken.
Bijvoorbeeld een buur die geschreeuw hoort. Of een school die een blauwe plek ziet.
Een poortwachter.
Dus zoals de stadswacht die klachten aanhoort,
maar niet direct de huizen binnenstormt.
En wat gebeurt er dan met zo'n melding?
Er komt een onderzoek.
Ze praten met mensen, ze vragen informatie op bij een huisarts of school.
Maar dat kost tijd.
En er zijn te veel meldingen.
Vorig jaar 136.000.
Ruim 90.000 daarvan waren nieuwe gezinnen.
136.000 in een jaar.
Dat is meer dan de bevolking van mijn hele grachtengordel.
En die meldingen moeten binnen vijf dagen worden opgepakt, zeg jij?
Dat klinkt als een wet.
Ja, binnen vijf dagen staat in de wet.
Maar in de praktijk duurt het gemiddeld twee maanden.
Soms een half jaar.
Ongeveer de helft van de meldingen wordt te laat opgepakt.
Te laat.
Dat woord klinkt mij hard in de oren.
Alsof een schip al zinkt, terwijl de redders nog aan het vergaderen zijn.
En waarom lukt het niet?
Het aantal meldingen stijgt.
De situaties worden complexer.
En er zijn tekorten in de hele zorg.
Veilig thuis vraagt nu om meer geld van de overheid.
Ze zeggen anders redden we het niet.
Tekorten.
Dat klinkt als een winkel die te weinig personeel heeft.
Maar in mijn tijd hadden we gilden.
Die regelden wie wat mocht doen.
Hier lijkt het alsof niemand de regie heeft.
Er is wel een plan.
Vijf jaar geleden is er een omslag in gang gezet.
Meer samenwerking tussen het Rijk, gemeenten en de sector.
Maar volgens Ida Ouweneel van Veilig Thuis is er geen geld vrijgemaakt.
Geen geld.
En toch wel verwachten dat de wachtlijst kleiner wordt.
Dat is als een koopman die zijn schip wil laten varen zonder zeilen te kopen.
Hoe groot is die wachtlijst?
In Zeeland bijvoorbeeld: begin dit jaar 30 meldingen op de wachtlijst.
Nu bijna 400.
Colinda Guiljam van Veilig Thuis ziet het elke dag groter worden.
Ze zegt, we pompen meldingen rond.
Rondpompen.
Dat is een treurig woord.
Alsof een brief van het ene loket naar het andere gaat,
maar nooit bij de juiste persoon aankomt.
En wat gebeurt er met een kind in nood?
Als er acuut onveiligheid is, dan geldt er geen wachtlijst.
Dan pakken ze de melding gelijk op.
Maar bij twijfel, bijvoorbeeld een vermoeden van kindermishandeling,
duurt het te lang.
Acuut.
Dat betekent heel plotseling en ernstig.
Zoals een brand.
Maar een kind dat elke dag angst heeft, is ook een brand.
Alleen een langzame.
Zien wij die wel op tijd?
Dat is precies de zorg.
In Stadskanaal is een 6-jarig meisje ernstig mishandeld.
Ondanks meldingen bij Veilig Thuis kon de mishandeling doorgaan.
De inspectie waarschuwde al jaren.
Dat raakt mij diep.
Een kind van zes.
In mijn tijd zou de kerk hebben ingegrepen.
Of de buren.
Maar ook toen werden zulke dingen vaak verborgen gehouden.
Schaamte is van alle tijden.
De minister, Sterk, zegt dat ze eerst de knelpunten in kaart wil brengen.
Ze gaat praten met wethouders, de VNG en veilig thuis.
Of er echt extra geld komt, zegt ze niet.
Morgen debat in de Tweede Kamer.
Een debat.
Dat is in mijn tijd een discussie in de Staten-Generaal.
Maar woorden alleen genezen geen kinderen.
Er is geld nodig.
70 miljoen euro, zegt men.
Dat is een fortuin.
Even een klein leerpunt voor jou als luisteraar.
In het nieuws hoor je vaak te laat, te veel, te lang.
Dat is de combinatie te plus infinitief.
Simpele zin: Het gaat te langzaam.
Betere zin, de hulp komt te laat voor gezinnen in nood.
Te, plus infinitief.
Dus te wachten, te doen, te hopen.
In mijn tijd zeiden we: het is te hopen dat het goed komt.
Maar hier is het, te hopen dat er snel geld komt.
Mooi patroon.
En nog een woord.
Wachtlijst.
Dat is een lijst met mensen die nog moeten wachten.
Bij veilig thuis staat er soms een half jaar tussen melding en actie.
Stel je voor: jij zit in nood en je staat op een lijst.
Een lijst.
Het klinkt zo onpersoonlijk.
In mijn tijd hadden we een weezenhuis.
Kinderen zonder ouders werden daar opgevangen, maar ook daar was te weinig geld en te veel kinderen.
De mens verandert niet, de schaal wel.
Schaal is een goed woord.
136.000 meldingen per jaar.
Dat is niet meer met de hand te doen.
In 2250 hebben we systemen die dit soort stromen voorspellen, maar zelfs dan, zonder mensen die
actie ondernemen, blijft het een lijst.
Dus de oplossing is niet alleen geld.
Het is ook moed.
De moed om eerder in te grijpen.
Zelfs als je niet zeker weet of er iets aan de hand is, soms moet je een deur openen zonder te
kloppen.
Dat is een sterke gedachte. En jij, luisteraar, wat vind jij?
Moet er meer geld naar veilig thuis of moet het anders worden georganiseerd?
Praat verder op nieuwsdoordetijd.com.
Daar vind je de bron en meer.
Pieter, je had het net over moed. Maar laten we eerlijk zijn:
De wachtlijst bij veilig thuis is geen kwestie van moed alleen.
Het is ook een systeem dat vastloopt.
Colinda Guiljam uit Zeeland zegt: begin dit jaar 30 meldingen op de wachtlijst, nu bijna
400.
Dat is meer dan 10 keer zoveel.
10 keer?
In mijn tijd zou een gildemeester dan om zich heen kijken en zeggen: hier is een structureel
probleem.
Niet een kwestie van harder werken, nee, het is een kwestie van te weinig handen en te veel
werk.
En dat terwijl de wet zegt: binnen vijf dagen oppakken.
Dat is een belofte die niet wordt gehouden.
Precies.
En dat is een belangrijk woord, belofte.
De overheid belooft snelheid, maar de praktijk is twee maanden wachten, soms een half jaar.
Stel je voor: jij hoort geschreeuw bij de buren, doet een melding en dan gebeurt er maanden
niets.
Dat is niet alleen tragisch, het is gevaarlijk.
Gevaarlijk, ja.
En toch Tim, ik wil iets recht zetten.
Je zei net dat het systeem vastloopt, maar is het niet de mens die het systeem maakt?
In 1850 hadden we geen Veilig Thuis, maar wel weeshuizen en armenzorg.
Ook daar was geld te kort.
De vraag is: willen we echt zien wat er gebeurt achter die deur?
Dat is een goede vraag.
En de minister, Sterk, zegt, we gaan in gesprek met wethouders en gemeenten.
Maar ze zegt niet of er extra geld komt.
Dat is typisch politiek.
Praten over praten.
Ondertussen groeit de stapel.
136.000 meldingen per jaar en 90.000 daarvan zijn nieuwe gezinnen.
90.000, dat is bijna een hele stad in mijn tijd. En dan te bedenken dat het om kinderen gaat.
Om vrouwen, om mensen die niet voor zich zelf kunnen opkomen.
Ik las over dat meisje in Stadskanaal.
6 jaar, ondanks meldingen kon de mishandeling doorgaan.
Dat raakt me diep.
Ja, dat is het ernstige nieuws waar we respectvol over moeten blijven.
Maar het laat ook zien, een melding is geen oplossing.
Het is een signaal.
En als dat signaal te lang blijft liggen, dan wordt het een gemiste kans.
Veilig Thuis zegt zelfs: we kunnen niet garanderen dat we alle signalen tijdig oppakken.
Dat is een noodkreet.
Een noodkreet.
Mooi gezegd.
In mijn tijd zouden we zeggen: de klokken luiden.
Maar goed, laten we het leerpunt niet vergeten.
We hadden het over te plus infinitief.
Dat betekent te wachten, te doen, te hopen.
Geef nog eens een voorbeeld, Tim.
Zeker.
Simpele zin.
Het is moeilijk om te wachten.
Betere zin.
Het is te hopen dat er snel geld komt, zodat Veilig Thuis weer vooruit kan.
Zie je, te hopen, te wachten, te doen.
En let op.
Soms gebruik je om te, soms alleen te.
Bijvoorbeeld, ik probeer te helpen.
Maar het is belangrijk om te helpen.
Dus twee voorbeelden.
Ik probeer te helpen en het is belangrijk om te helpen.
Dat is een subtiel verschil.
In mijn tijd zeiden we.
Het is te wensen dat de heer ons bij staat.
Maar goed, dat is gebet, geen grammatica.
Laten we bij het nieuws blijven.
Terug naar het nieuws.
Een ander woord dat vaak terugkomt.
Wachtlijst.
Dat is een lijst met mensen die nog moeten wachten.
Bij veilig thuis staat er soms een half jaar tussen melding en actie.
En dat terwijl er acuut gevaar kan zijn.
Als er acute onveiligheid is, dan geldt er geen wachtlijst.
Zeg het oude nee.
Maar hoe weet je of iets acuut is als je het nog niet onderzocht?
Dat is een scherpe vraag.
In 1850 hadden we geen telefoon, geen meldpunt.
Maar we hadden wel buren die iets zagen.
En soms greep de kerk in.
Maar ook toen gold.
Wie zwijgt stem toe.
Als je een kind hoort gillen en je doet niets, dan ben je medeplichtig.
Dat klinkt hard, maar het is waar.
Eens.
En toch, Pieter, ik wil niet alleen maar somber zijn.
Er is een plan.
Vijf jaar geleden is er een omslag in gang gezet.
Meer samenwerking tussen sector, rijk en gemeente.
Maar er is geen geld voor vrij gemaakt.
Ouweneel vraagt 70 miljoen euro voor de komende jaren.
Dat is veel, maar vergeleken met de kosten van niet ingrijpen?
70 miljoen.
In mijn tijd was dat een fortuin.
Maar ik snap de rekensom.
Als je nu niet investeert, betaal je later meer.
Dat noemden wij een koopmansrisico.
Je kunt niet blijven wachten tot het vanzelf goed komt.
Soms moet je een schip uitsturen, zonder zekerheid of het terugkomt.
Mooi beeld.
En dat breng me bij een ander woord.
Omslag.
Dat betekent een grote verandering.
Niet een klein stapje, maar een heel andere manier van werken.
De jeugdzorg moet sneller hulp inschakelen, zegt Ouweneel.
Nu worden meldingen rondgepompt, zoals ze zegt.
Dat is een sterk beeld, rondpompen.
Alsof het water is, dat nergens blijft staan.
Rondpompen.
Ja, dat ken ik van de haven.
Water dat je verplaatst, maar het probleem blijft.
De oplossing is niet meer pompen, maar het lek dichten.
En dat lek is geldtekort en te weinig mensen.
In mijn tijd zouden we zeggen, het gilde moet meer leden aannemen.
Maar ja, wie betaalt?
De overheid, zegt veilig thuis.
Maar de minister zegt: eerst kijken waar de knelpunten zitten.
Dat is een bekend patroon.
Morgen is er een debat in de Tweede Kamer.
Daar valt Veilig Thuis onder.
Dus misschien komt er duidelijkheid.
Of niet.
Duidelijkheid.
Dat is een mooi woord.
In mijn tijd hadden we ook debatten, maar in de kerk en in de kroeg.
Nu in de tweede kamer, maar de vraag blijft durven we te kiezen.
Durven we geld vrij te maken voor de zwaksten.
Dat is geen politieke vraag.
Dat is een morele vraag.
En jij, luisteraar, wat vind jij?
Moet er meer geld naar veilig thuis of moet het anders worden georganiseerd.
Laat het weten op nieuws door de tijd.com.
Daar vind je de bron en kun je verder praten.
Want dit onderwerp raakt ons allemaal.
Of je nu in 1850 leeft of in 2250.
En denk aan het leerpunt.
Te plus infinitief.
Het is te hopen dat er snel actie komt.
Het is te wensen dat we nooit meer een meisje zoals in Stadskanaal vergeten.
Gebruik het maar eens in je eigen zin.
Tot de volgende keer bij nieuws door de tijd.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutch Fluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause