Alle podcasts

De Grote Voetbalwedstrijd en de Wolk

Het was een warme middag in Den Haag.

De zon scheen fel en de lucht was blauw.

Ik zat op een bankje in het park met mijn vriendin Lisa.

We aten een ijsje, het was vanille met aardbei, en keken naar de mensen die voorbijliepen.

Het was rustig en vredig.

Ik hoorde vogels zingen en een kind dat lachte.

De geur van gras en bloemen hing in de lucht.

Plotseling zei Lisa: 'Heb je het nieuws gehoord over het grote voetbalfeest in 2026?' Ik schudde mijn hoofd.

'Nee, wat is er aan de hand?' Ze haalde haar telefoon tevoorschijn en liet me een artikel zien.

'Het wordt een heel groot feest, maar het kost ook veel.

Ze zeggen dat het een CO2-bom is.' Ik fronste mijn wenkbrauwen.

'Een bom?

Dat klinkt eng.' 'Ja, het gaat over de lucht en de warmte,' legde Lisa uit.

'Al die vliegtuigen en auto's die mensen gebruiken om naar de wedstrijden te gaan.

En de stadions die gebouwd worden.

Het geeft heel veel schade aan de planeet.' Ik dacht even na.

Ik herinnerde me een film over het weer die ik laatst zag.

'Maar voetbal is toch leuk?

Mensen worden er blij van.' 'Dat is waar,' zei Lisa.

'Maar als het te groot wordt, is het misschien niet goed.

De aarde wordt er warmer van.' Ik keek naar de bomen om ons heen.

De bladeren bewogen zachtjes in de wind.

Ze maakten een zacht geluid, bijna als fluisteren.

'Wat kunnen we doen?' vroeg ik.

Lisa haalde haar schouders op.

'We kunnen thuis blijven en de wedstrijden op televisie kijken.

Of we kunnen met de trein gaan in plaats van met het vliegtuig.' 'Dat klinkt als een goed idee,' zei ik.

'Maar ik vind het jammer dat zo'n groot feest zoveel problemen geeft.' We waren even stil.

Een hond rende voorbij en blafte naar een eend.

De eend vloog weg met een luid gekwaak.

Het water in de vijver rimpelde.

'Weet je wat ik denk?' zei Lisa.

'Ik denk dat we moeten genieten van de kleine dingen.

Zoals dit ijsje en dit park.

Niet alles hoeft groot en ver weg te zijn.' Ik knikte.

'Je hebt gelijk.

Soms is het beter om dichtbij te blijven.' We aten onze ijsjes op.

Het ijsje was zoet en koel.

Ik veegde een druppel van mijn kin.

We keken naar de wolken.

Een van de wolken leek op een voetbal.

Ik wees ernaar.

'Kijk, daar is het WK al.' Lisa lachte.

'Ja, maar deze wolk is veel schoner dan het echte feest.' We stonden op en liepen naar huis.

De zon brandde nog steeds.

Onderweg zagen we een groep kinderen voetballen op een veldje.

Ze renden en schreeuwden van plezier.

Het was een klein feestje, zonder vliegtuigen of grote stadions.

De bal rolde over het gras.

'Dit is ook mooi,' zei ik.

'Ja,' zei Lisa.

'Dit is precies goed.' Thuis zette ik koffie.

De geur van koffie vulde de kamer.

Lisa bladerde door een tijdschrift.

Ik dacht aan het artikel.

Het was jammer dat het grote voetbalfeest zoveel schade gaf.

Maar ik voelde me ook blij.

Blij dat we hier waren, in dit kleine huis, met elkaar.

Het voelde veilig en warm, zoals de zon door het raam.

'Volgend jaar gaan we naar een wedstrijd in Nederland,' zei ik.

'Met de fiets.' Lisa glimlachte.

'Dat is een plan.

En daarna eten we een ijsje in het park.' 'Afgesproken,' zei ik.

De zon scheen door het raam.

Het was een gewone dag, maar het voelde bijzonder.

Soms is dat genoeg.

Ik keek naar Lisa en dacht: we hebben niet veel nodig.

Een ijsje, een park, en elkaar.

Dat is al een feest.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze