Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Vinger en de Verrassing

Het is een gewone dag in Den Haag.

De zon schijnt een beetje.

De lucht is blauw.

Ik loop naar de supermarkt.

Ik heb een lijstje.

Brood, melk, kaas.

Ik loop snel.

Ik wil naar huis.

Mijn schoenen maken een tik-tik-geluid op de stoep.

De stoep is grijs.

Ik hoor vogels.

Ze fluiten zacht.

Dan zie ik een man.

Hij staat op de hoek.

Hij heeft een bord.

Op het bord staat: 'Gratis knuffels'.

De letters zijn rood en blauw.

De letters zijn groot.

Ik kijk naar hem.

Hij lacht.

Zijn lach is vriendelijk.

Zijn ogen zijn bruin.

Ik denk: 'Wat is dit?' Ik loop door.

Ik wil niet stoppen.

Maar de man roept: 'Hé jij!

Kom hier!' Zijn stem is luid.

Ik kijk om.

Hij wijst naar mij.

Zijn vinger is lang.

Ik voel me een beetje raar.

Mijn hart klopt snel.

Mijn handen zijn koud.

Ik loop naar hem toe.

Ik ruik iets.

Het ruikt naar zeep.

Hij zegt: 'Geef me een knuffel.' Ik zeg: 'Nee, dank je.' Mijn stem is zacht.

Hij lacht weer.

Hij zegt: 'Kom op, het is gratis.' Ik schud mijn hoofd.

Ik loop weg.

Maar dan hoor ik een geluid.

Het is een hard geluid.

Pffft.

Het klinkt als een ballon.

Het klinkt luid.

Ik kijk om.

De man heeft een kussen.

Hij heeft het kussen in zijn hand.

Het kussen is wit.

Het kussen is groot.

Hij zegt: 'Sorry, ik moest niezen.' Zijn ogen zijn groot.

Zijn ogen zijn verbaasd.

Ik lach.

Het is grappig.

Ik loop verder.

Dan voel ik iets op mijn rug.

Het is nat.

Het voelt koud.

Het is een natte plek.

Ik kijk.

Mijn jas heeft een natte plek.

De plek is groot.

De man heeft gesproeid met zijn nies.

Het niesgeluid was pffft.

Ik word boos.

Mijn gezicht wordt warm.

Mijn ogen worden groot.

Ik draai me om.

Ik loop terug.

Mijn voeten stampen op de grond.

Stamp, stamp, stamp.

Ik zeg: 'Hé, kijk naar mijn jas!' Mijn stem is hard.

De man kijkt.

Zijn gezicht wordt rood.

Zijn ogen zijn verdrietig.

Hij zegt: 'Oh, sorry, sorry.' Hij pakt een doekje.

Het doekje is grijs.

Het doekje is oud.

Hij wil mijn jas schoonmaken.

Maar het doekje is vies.

Het ruikt een beetje naar uien.

De geur is sterk.

Ik zucht.

Ik denk: 'Dit is niet mijn dag.' Ik loop naar huis.

De zon schijnt nog.

De zon is warm.

Mijn jas is nat.

Ik voel me een beetje stom.

Maar ik moet ook lachen.

Het is zo raar.

Een man met een bord 'Gratis knuffels' en een niesbui.

Thuis vertel ik het verhaal aan mijn buurvrouw.

Zij lacht hard.

Haar lach is luid.

Zij zegt: 'Dat is typisch Den Haag.' Ik lach ook.

Het is een klein avontuur.

Soms gebeuren er rare dingen.

En dat is oké.

Ik denk aan de man.

Zijn lach was vriendelijk.

Zijn ogen waren bruin.

Het was een rare dag, maar ook een leuke dag.

Ik denk: 'Morgen ga ik weer naar de supermarkt.

Misschien zie ik hem weer.' Maar ik hoop het niet.

Mijn jas is nog nat.

De natte plek is groot.

Ik voel de kou op mijn rug.

Maar ik lach.

Het verhaal is grappig.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze