Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
# Recap Dutch News Stories - A1: 2026-10-29-3d Hieronder volgen de afleveringen van de afgelopen 3 dagen.
Vat ze samen in één natuurlijke Nederlandse Deep Dive aflevering: geef per aflevering de kerngedachte, link de verhalen aan elkaar waar dat kan, en sluit af met wat luisteraars uit de afgelopen 3 dagen kunnen meenemen. ## Taalniveau Dit is een A1 aflevering.
Spreek heel rustig en in heel korte zinnen.
Gebruik alleen woorden die een A1-leerder kent.
Vermijd lange bijzinnen, beeldspraak en moeilijke werkwoordstijden.
Herhaal kernideeën in eenvoudige bewoordingen. ## María en de rode schoen María Corina Machado is in Venezuela.
Ze is in haar land.
De zon is geel.
De lucht is blauw.
María zit in een auto.
Ze kijkt naar de stad.
Daar is een rood huis.
Haar zus Eva staat voor het huis.
Eva lacht.
De auto stopt voor het huis.
María gaat naar Eva.
Ze zegt: 'Hallo, Eva!' Eva zegt: 'Hallo, María!' Ze gaan naar binnen.
Het huis is klein.
Er staat een tafel.
Op de tafel staat een kop.
Naast de kop ligt een boek.
María gaat op een stoel zitten.
Eva drinkt koffie.
María drinkt water.
De koffie ruikt goed.
Een kat loopt door het huis.
De kat heet Pipo.
Pipo is wit.
Hij heeft zwarte poten.
Hij kijkt naar María.
María kijkt naar Pipo.
'Hallo, Pipo!' Daar komt Diego.
Diego is de zoon van Eva.
Hij heeft een rode bal.
'Speel je met mij?' vraagt hij.
María lacht.
'Ja, ik speel met jou.' Diego gaat naar buiten.
María gaat ook naar buiten.
Pipo loopt met hen mee.
Achter het huis is een tuin.
Er staat een grote boom.
Onder de boom staat een stoel.
Diego legt de bal op het gras.
Hij schopt de bal naar María.
María schopt de bal naar Diego.
Pipo kijkt naar de bal.
Zijn kop gaat heen en weer.
De bal gaat onder de stoel.
Diego kijkt onder de stoel.
Hij ziet de bal.
Hij ziet ook een schoen.
De schoen is rood.
Diego pakt de bal.
Pipo pakt de schoen.
Hij loopt naar de boom.
María lacht.
'Pipo heeft ook een bal!' Eva komt naar buiten.
Ze heeft één rode schoen aan.
Ze kijkt naar haar voet.
Ze kijkt naar Pipo.
'Dat is mijn schoen!' Pipo zit onder de boom.
De schoen ligt tussen zijn poten.
Hij kijkt naar Eva.
Eva lacht ook.
'Dag, rode schoen!' María loopt naar de boom.
Ze gaat op het gras zitten.
Pipo komt naar haar toe.
Hij geeft een kopje.
María pakt de schoen.
Pipo kijkt naar haar hand.
'Nee, Pipo.
Dit is geen bal.' Diego laat zijn rode bal zien.
Pipo loopt naar Diego.
Diego rolt de bal over het gras.
Pipo loopt achter de bal aan.
De bal stopt bij de boom.
Pipo stopt ook.
Hij gaat naast de bal zitten.
Nu speelt hij niet.
Nu slaapt hij.
Diego lacht.
'De bal slaapt ook!' Eva heeft haar schoen aan.
Ze loopt naar de tafel.
María en Diego komen ook.
Op de tafel staat brood.
Er staan drie glazen water.
María eet een stuk brood.
Diego eet een appel.
Hij hoort een vogel.
De vogel zit in de boom.
De zon staat laag.
María leest haar boek.
Eva zit naast haar.
Diego tekent de kat.
Hij tekent ook de bal.
De kat is wit.
De bal is rood.
Op het papier heeft Pipo rode schoenen.
María ziet het.
Ze lacht weer.
Nu is het avond.
Het boek ligt op de tafel.
María is blij.
Ze is bij haar zus.
Diego zegt: 'Dag, María!' Hij gaat naar bed.
Pipo slaapt naast de rode schoen.
María lacht.
De schoen is zijn bed.
Tot de volgende keer. ## Kees en het schip Kees werkt bij Damen.
Hij werkt aan schepen.
Hij draagt een blauwe broek.
Zijn tas is ook blauw.
In zijn tas zit brood.
Er zit ook een appel in.
Kees eet graag een appel.
Vandaag is de lucht grijs.
Het water is ook grijs.
Kees kijkt naar een schip.
Joop staat bij het water.
Hij werkt ook bij Damen.
Hij heeft koffie voor Kees.
De koffie is warm.
Kees ruikt de koffie.
Hij neemt een slok.
Joop eet een stuk brood.
Er zit kaas op het brood.
Een vogel kijkt naar de kaas.
Joop zegt: 'Dit brood is voor mij.' Kees lacht om Joop.
De vogel loopt naar het water.
Dan komt Els naar hen toe.
Els werkt ook bij Damen.
Ze heeft een papier.
Ze zegt: 'Het werk stopt voor 225 mensen.' Kees zet zijn koffie neer.
'Ook voor mij?' vraagt hij.
Els zegt: 'Ja, ook voor jou.' Kees kijkt naar zijn handen.
Hij zegt een tijd niets.
Het water gaat op en neer.
Hij hoort een vogel.
Joop staat naast hem.
'Hoe gaat het?' vraagt Joop.
Kees zegt: 'Niet zo goed.' Hij neemt zijn tas.
Zijn appel zit nog in de tas.
Hij eet nu niet.
Hij drinkt ook niet.
Zijn koffie is koud.
Kees loopt naar de bus.
Hij zit bij het raam.
Hij ziet het water.
Hij ziet ook het schip.
Hij werkt graag met zijn handen.
Hij werkt graag aan schepen.
Nu stopt zijn werk bij Damen.
De bus rijdt door de stad.
Kees kijkt naar buiten.
Er valt regen op het raam.
Kees gaat naar een winkel.
Zijn vrouw Fatima werkt daar.
Ze verkoopt brood en kaas.
Kees staat bij de deur.
Fatima ziet zijn gezicht.
'Hoe gaat het?' vraagt ze.
Kees zegt: 'Mijn werk bij Damen stopt.' Fatima komt naar hem toe.
'Ga even zitten,' zegt ze.
Kees gaat op een stoel zitten.
Fatima geeft hem een glas water.
Kees drinkt het water.
Hij eet nu zijn appel.
De appel is fris.
In de winkel ruikt het naar brood.
Een vrouw koopt kaas.
Een man koopt zes eieren.
Kees kijkt naar de mensen.
Dan pakt hij een pen.
Fatima geeft hem een stuk papier.
Kees tekent een schip.
Hij tekent ook het water.
Op het schip staat Joop.
Joop heeft brood in zijn hand.
Naast Joop staat een vogel.
De vogel heeft een hoed op.
Fatima kijkt naar het papier.
'Een vogel met een hoed?' vraagt ze.
Kees lacht.
'Ja, hij werkt ook bij Damen!' Fatima lacht ook.
Kees legt zijn pen neer.
'Ik zoek ander werk,' zegt hij.
Fatima knikt.
Kees pakt zijn tas.
Zijn tekening gaat in de tas.
Hij belt Joop.
'Ik zoek werk,' zegt Kees.
Joop zegt: 'Ik help je zoeken.' Kees zegt: 'Dank je, Joop.' Buiten stopt de regen.
Kees loopt naar het water.
Hij ziet een klein schip.
Hij kijkt naar zijn handen.
Hij denkt aan zijn werk.
Hij denkt ook aan Joop.
Nu voelt hij zich wat beter.
Hij pakt zijn appel.
Er is nog één stuk.
Dat eet hij op.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause