Alle podcasts

The Awkward Walk

Hallo lieve studenten.

Ik ben Rick, jullie taalleraar uit Den Haag.

Welkom bij een nieuwe aflevering.

Vandaag vertel ik jullie een heel grappig verhaal.

Het is een verhaal over een heel normale situatie.

Maar het is ook een heel ongemakkelijke situatie.

Kennen jullie dat gevoel?

Je voelt je een beetje dom.

Je weet niet wat je moet zeggen.

Precies dat gevoel.

Luister maar mee.

Het is een zaterdagmiddag in november.

Het is koud in Nederland.

De wind waait hard door de straten.

De lucht is donkergrijs.

Het gaat misschien regenen.

Maar het is wel gezellig in de stad.

We zijn in het centrum van Utrecht.

Het is druk op straat.

Overal lopen mensen met grote tassen vol boodschappen.

Je ruikt de warme, zoete geur van verse stroopwafels.

Je hoort de fietsbellen rinkelen.

Tring, tring!

Mensen praten en lachen met elkaar.

Maarten loopt door de winkelstraat.

Maarten is een jonge, rustige man.

Hij draagt een dikke, blauwe jas.

Hij heeft het koud en wil zo snel mogelijk naar zijn warme huis.

Hij loopt snel en kijkt naar de grond.

Dan hoort hij opeens zijn naam.

"Maarten?

Ben jij dat echt?" Maarten stopt met lopen.

Hij draait zich langzaam om.

Hij ziet een vrouw staan met een grote, rode sjaal.

Het is Julia.

Ze is een oude collega van Maarten.

Ze hebben drie jaar geleden samen op een kantoor gewerkt.

"Hé Julia," zegt Maarten verrast.

Hij lacht een beetje.

"Wat leuk om jou hier te zien." "Ja, heel leuk," zegt Julia.

"Hoe gaat het met jou?" "Goed," zegt Maarten.

"Het gaat goed.

En met jou?" "Ook goed," antwoordt Julia.

Ze praten ongeveer vijf minuten met elkaar.

Ze praten over hun oude werk en het koude weer.

Het is een vriendelijk gesprek.

Maar het is ook een beetje moeilijk.

Ze kennen elkaar niet meer zo goed.

Na vijf minuten is het gesprek klaar.

Er valt een ongemakkelijke stilte.

Ze kijken allebei naar de straat.

"Nou," zegt Maarten.

Hij kijkt op zijn horloge.

"Ik moet maar weer eens verder." "Ja, ik ook," zegt Julia snel.

"Ik moet nog boodschappen doen.

Het was leuk om je even te spreken." "Vond ik ook," zegt Maarten.

"Fijn weekend, Julia!" "Jij ook, Maarten!

Doei!" Maarten zwaait.

Julia zwaait vrolijk terug.

Maarten draait zich om.

Hij is blij dat het gesprek klaar is.

Hij loopt verder door de lange straat en kijkt naar de winkels.

Maar dan hoort hij iets geks.

Hij hoort voetstappen dichtbij.

Hij kijkt opzij.

Tot zijn grote schrik ziet hij de rode sjaal weer.

Het is Julia.

Ze loopt precies naast hem.

Julia kijkt naar Maarten.

Maarten kijkt naar Julia.

"Oh," zegt Julia.

Ze krijgt direct een rood gezicht.

"Jij moet ook precies deze kant op?" "Ja," lacht Maarten.

Hij voelt zich nu heel erg ongemakkelijk.

"Ik loop naar het station." "Ik ook," zegt Julia zachtjes.

Ze hebben net al 'doei' gezegd.

Wat nu?

Ze lopen samen door de straat.

Het is opeens heel stil.

Maarten kijkt naar de grond.

Hij telt de stenen op de straat.

Een, twee, drie.

Dit is de langste minuut van zijn leven.

Eindelijk zijn ze bij het grote kruispunt.

"Nou," zegt Maarten snel.

"Ik moet hier naar links." "Oh gelukkig," zegt Julia zenuwachtig.

"Ik moet rechtdoor.

Nog een keer doei dan!" "Ja, doei!" zegt Maarten.

Hij loopt snel naar links.

Hij is enorm opgelucht.

Hij ademt diep in en uit.

Gelukkig, denkt hij.

Dat was echt raar.

Maarten loopt verder naar de bushalte.

Hij moet bus twaalf hebben.

Hij ziet de bushalte in de verte.

Er staat maar één persoon te wachten in de kou.

De persoon draagt een grote, rode sjaal.

Het is Julia weer!

Ze moet blijkbaar toch ook met dezelfde bus.

Maarten stopt direct met lopen.

Hij wil niet nog een keer 'hallo' zeggen.

Hij draait zich snel om en loopt de andere kant op

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze