Alle podcasts

Het Verloren Paspoort

Leo en Lisa zijn in het huis.

Het huis is groot.

Het is ochtend.

De zon schijnt.

Het weer is mooi.

Leo en Lisa gaan op reis.

Ze gaan naar een warm land.

Leo is blij.

Lisa is ook blij.

Leo heeft een tas.

De tas is groot.

De tas is rood.

Lisa kijkt in de tas.

Ze ziet een jas.

Ze ziet een boek.

Ze ziet een appel.

Ze ziet water.

Maar ze ziet geen paspoort.

"Leo," zegt Lisa.

"Waar is het paspoort?" Leo kijkt in de tas.

Hij ziet geen paspoort.

Hij kijkt op de tafel.

Hij ziet geen paspoort.

Hij loopt naar de keuken.

Hij kijkt in de kast.

Hij ziet geen paspoort.

Lisa loopt naar de kamer.

Ze kijkt onder het bed.

Ze ziet een sok.

De sok is blauw.

Maar ze ziet geen paspoort.

Het paspoort is weg.

Leo en Lisa hebben een probleem.

Ze gaan vandaag op reis.

Ze hebben een paspoort nodig.

"Wij gaan naar Schiphol," zegt Leo.

"Daar maken ze een paspoort." Ze gaan naar de auto.

De auto is geel.

De auto is klein.

Ze rijden naar Schiphol.

Ze rijden op de weg.

Ze zien veel auto's.

Ze zien een bus.

De bus is groen.

Ze komen bij Schiphol.

Schiphol is heel groot.

Ze lopen in de hal.

Ze horen veel geluid.

Ze zien veel mensen.

De mensen lopen snel.

De mensen hebben grote tassen.

Leo en Lisa lopen verder.

Ze zien een man.

De man zit aan een tafel.

De man heeft een blauwe jas.

"Hallo," zegt Leo.

"Wij hebben een probleem." "Het paspoort is weg." "Wij gaan op reis." "Wij hebben een paspoort nodig." De man kijkt naar Leo.

De man kijkt naar Lisa.

"Dat is een probleem," zegt hij.

"Ik maak een nieuw paspoort." "Maar ik heb ook een probleem." "De computer is stuk." "De computer doet het niet." "Jullie moeten wachten." Leo en Lisa wachten.

Ze zitten op een stoel.

De stoel is hard.

De stoel is koud.

Leo heeft honger.

Hij pakt de tas.

Hij pakt de appel.

Hij eet de appel.

De appel is lekker.

De appel is zoet.

Lisa heeft dorst.

Ze pakt het water.

Ze drinkt het water.

Ze wachten een uur.

Het is heel saai.

Leo leest het boek.

Het boek is dik.

Lisa kijkt naar de mensen.

Ze ziet een kind.

Het kind huilt.

Ze ziet een hond.

De hond slaapt.

Ze wachten nog een uur.

Leo is moe.

Hij sluit zijn ogen.

Hij slaapt een beetje.

Dan komt de man.

De man lacht.

"De computer werkt!" zegt de man.

"De computer doet het weer." Leo wordt wakker.

Leo en Lisa zijn blij.

Ze lopen naar de tafel.

De man typt op de computer.

Hij typt heel snel.

Hij kijkt naar Leo.

Hij kijkt naar Lisa.

Hij maakt een foto.

Hij maakt een boekje.

Het boekje is roze.

"Hier is het paspoort," zegt hij.

"Jullie kunnen op reis." "Dank je wel," zegt Lisa.

"Dank je wel," zegt Leo.

Ze hebben een paspoort.

Ze zijn heel blij.

Ze lopen verder in de hal.

Ze gaan naar het warme land.

De zon schijnt daar ook.

Het is een heel goede dag.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze