Alle podcasts

Oude Dingen in de Grond

Hallo.

Ik ben Rick.

Ik ben leraar.

Ik woon in Den Haag.

Vandaag vertel ik een verhaal.

Het verhaal gaat over Jan en Mark.

Jan is een man.

Mark is ook een man.

Ze zijn vrienden.

Ze zijn vandaag in Ane.

Ane is een klein dorp.

Het dorp is heel mooi.

Het is zaterdag.

Het weer is heel goed.

De zon schijnt.

De lucht is blauw.

Er is geen regen.

Jan is blij.

Mark is ook blij.

Jan en Mark lopen buiten.

Ze lopen in een veld.

Het veld is heel groot.

Het gras is groen.

Er zijn geen bomen.

Jan en Mark hebben een hobby.

Ze zoeken oude dingen.

Ze zoeken in de grond.

De grond is bruin.

Jan heeft een machine.

De machine is lang.

De machine zoekt in de grond.

Mark kijkt naar Jan.

Mark loopt naast Jan.

Ze lopen heel langzaam.

Ze kijken goed naar de grond.

Ze luisteren goed.

Het is heel warm.

Mark heeft dorst.

Mark drinkt water.

Jan drinkt ook water.

Dan hoort Jan iets.

De machine maakt geluid.

"Piep, piep," zegt de machine.

Jan stopt met lopen.

Mark stopt ook.

"Hoor jij dat?" vraagt Jan.

"Ja, ik hoor het," zegt Mark.

De machine zegt weer "piep".

Het geluid is hard.

Jan kijkt naar de grond.

Er is iets in de grond.

Wat is het?

Is het oud?

Ze willen het weten.

Jan gaat op de grond zitten.

Hij zoekt met zijn handen.

Hij gebruikt een kleine stok.

Hij zoekt in de bruine grond.

Mark wacht.

"Zie je iets?" vraagt Mark.

"Nee, ik zie niets," zegt Jan.

Jan zoekt verder.

Dan voelt Jan iets.

Het is hard.

Het is heel oud.

Jan pakt het ding.

Hij maakt het ding schoon.

Hij haalt de grond weg.

Hij kijkt naar het ding.

Mark kijkt ook.

Ze zijn heel stil.

"Wat is het?" vraagt Mark.

Is het een munt?

Nee.

Is het een ring?

Nee.

Het is een oude lepel.

De lepel is heel oud.

De lepel is klein.

Jan is heel blij.

"Kijk, een oude lepel!" zegt Jan.

Mark lacht.

"Dat is leuk," zegt Mark.

"Maar ik heb nu honger." Mark pakt een appel.

De appel is rood.

Mark eet de appel.

De appel is heel zoet.

Mark vindt de appel lekker.

Jan wil verder zoeken.

Hij staat weer op.

Hij pakt de machine.

Hij loopt weer in het veld.

Mark eet zijn appel.

Mark loopt achter Jan.

Dan zegt de machine weer "piep".

Jan stopt.

Hij gaat weer zitten.

Hij zoekt weer in de grond.

Hij vindt weer iets.

Wat is het nu?

Is het weer een lepel?

Nee.

Het is een oude schoen.

De schoen is heel vies.

De schoen is bruin.

Mark lacht heel hard.

"Ik eet een appel," zegt Mark.

"En jij vindt een oude schoen!" Jan lacht ook.

De schoen is heel grappig.

Ze zoeken nog een uur.

Ze vinden geen dingen meer.

Het is nu laat.

De zon gaat weg.

De lucht is niet meer blauw.

Het wordt koud.

Ze hebben het koud.

"We gaan naar huis," zegt Jan.

"Ja, we gaan," zegt Mark.

Ze lopen naar de auto.

De auto is blauw.

Ze stappen in de auto.

Ze rijden naar huis.

Ze zijn heel moe.

Maar ze zijn ook blij.

Ze hebben een oude lepel.

Ze hebben een oude schoen.

Thuis drinken ze koffie.

De koffie is warm.

Het is een goede dag.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze