Alle podcasts

De Nieuwe Computer van Johan

Dit is Johan.

Johan is een man.

Johan is in een huis.

Het huis is in Utrecht.

Het is vandaag mooi weer.

De zon schijnt.

Het is warm.

De lucht is blauw.

Johan ziet de lucht.

Johan ligt in bed.

Johan is ziek.

Hij kan niet lopen.

Hij kan niet praten.

Hij slaapt veel.

Maar Johan is niet dom.

Johan hoort alles.

Johan ziet alles.

Johan denkt heel veel.

Maria is de vrouw van Johan.

Maria komt in de kamer.

Maria heeft koffie.

Maria drinkt de koffie.

De koffie is warm.

De koffie is lekker.

Anna is het kind.

Anna is de dochter.

Anna komt ook in de kamer.

Anna heeft een hond.

De hond heet Max.

Max is bruin.

Max is een grote hond.

Max speelt met een bal.

De bal is rood.

Max loopt naar Johan.

Max kijkt naar Johan.

Max is blij.

Johan ziet Max.

Johan ziet de bal.

Johan is ook blij.

Er is nog een man.

De man is in het huis.

De man is een dokter.

De dokter heeft een computer.

De computer is heel nieuw.

De computer is voor Johan.

De dokter zet de computer neer.

De dokter kijkt naar Johan.

De computer kijkt ook.

De computer kijkt naar zijn hoofd.

Johan kijkt naar de computer.

Johan denkt.

Johan denkt aan een woord.

De computer ziet dat.

De computer zegt het woord.

De computer praat.

De computer zegt: "Hallo".

Maria hoort de computer.

Maria kijkt naar Johan.

Maria is heel blij.

Maria huilt een beetje.

Anna hoort de computer ook.

Anna lacht.

Anna zegt: "Hallo papa".

Johan denkt weer.

De computer zegt: "Hallo Anna".

Het is heel mooi.

Johan kan weer praten.

Hij praat met de computer.

Johan is heel blij.

Maria is heel blij.

Anna is heel blij.

Het is tijd voor eten.

Maria gaat naar de keuken.

Maria maakt brood.

Het brood is vers.

Maria heeft kaas.

Maria heeft ook melk.

Maria komt in de kamer.

Maria vraagt aan Johan: "Heb je honger?" Johan denkt.

De computer zegt: "Ja".

Maria geeft Johan eten.

Johan eet het brood.

Johan drinkt de melk.

Het eten is lekker.

Max de hond kijkt.

Max ziet het brood.

Max wil ook brood.

Max kijkt heel lief.

Max loopt naar het bed.

Johan ziet Max.

Johan denkt aan een grap.

De computer zegt: "Max wil kaas".

Maria lacht.

Anna lacht heel hard.

Max blaft.

Johan denkt weer.

De computer zegt: "Max is een dikke hond".

Maria lacht weer.

Anna lacht weer.

Max snapt de grap niet.

Max is een hond.

Honden snappen geen grappen.

De dokter gaat naar huis.

De dokter zegt: "Dag Johan".

Johan denkt.

De computer zegt: "Dag dokter".

De dokter loopt op straat.

De dokter gaat in de auto.

De auto is groen.

De auto rijdt weg.

Het is avond.

De zon gaat weg.

Het is donker.

Johan is moe.

Johan gaat slapen.

Maria gaat ook slapen.

Anna gaat ook slapen.

Max de hond slaapt ook.

Het huis is stil.

Het is een goede dag.

Johan kan weer praten.

Dat is heel fijn.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze