Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Verrassing in de Brievenbus

Hallo, ik ben Rick.

Ik woon in Den Haag.

Het is een mooie stad.

Vandaag is het een gewone dag.

De zon schijnt.

De lucht is blauw.

De lucht is helder.

Ik loop naar de brievenbus.

De brievenbus is groen.

De brievenbus staat op de hoek.

Ik zie een envelop.

De envelop is wit.

Er staat geen naam op.

Ik denk: wat is dit?

Ik maak de envelop open.

De envelop maakt een zacht geluid.

Er zit een brief in.

De brief is klein.

De brief is wit.

Ik lees de brief.

Er staat: 'Hallo, ik ben je buurman.

Ik woon naast je.

Ik heb een cadeau voor je.

Kom naar mijn huis.' Ik denk: dat is vreemd.

Ik ken mijn buurman niet goed.

Hij is een oude man.

Hij heeft een hond.

De hond is groot en zwart.

De hond heet Max.

De hond blaft vaak.

Ik loop naar zijn huis.

De straat is stil.

Ik hoor de hond blaffen.

De hond blaft hard.

Ik bel aan.

De deur gaat open.

De buurman zegt: 'Hallo, kom binnen.' Ik ga naar binnen.

Het huis is warm.

Er is een geur van koffie.

De geur is zoet.

De geur is lekker.

De buurman zegt: 'Ik heb een verrassing voor je.' Ik denk: wat is de verrassing?

Hij geeft mij een doos.

De doos is blauw.

De doos is klein.

Ik maak de doos open.

Er zit een boek in.

Het boek is rood.

Het boek ruikt naar papier.

Het boek ruikt oud.

De buurman zegt: 'Dit boek is voor jou.

Het is een verhaal over Den Haag.' Ik ben verrast.

Ik zeg: 'Dank u wel, buurman.' Hij lacht.

Hij lacht zacht.

Hij zegt: 'Lees het boek.

Het is leuk.' Ik ga naar huis.

Ik loop terug.

Ik hoor vogels.

Ik lees het boek.

Het verhaal is mooi.

Het gaat over een man en zijn hond.

De man loopt door de stad.

Hij ziet veel mooie plekken.

De man ziet een park.

De hond rent.

Ik denk: mijn buurman is vriendelijk.

Ik ben blij.

Nu ken ik mijn buurman beter.

Ik denk aan gisteren.

Gisteren zag ik de buurman niet.

Ik zag alleen Max.

Max blafte.

Nu praat ik met hem.

Dat is fijn.

Morgen ga ik hem een cadeau geven.

Een taart.

Of een plant.

Ik weet het nog niet.

Het is een mooie dag.

De zon schijnt nog.

De zon is warm.

Ik drink koffie en lees verder.

De koffie is warm.

De koffie smaakt goed.

Het verhaal is bijna klaar.

De man en zijn hond zijn blij.

De man zegt: 'Wat een mooie dag.' De hond kwispelt.

De hond is blij.

Ik ben ook blij.

Dit is een goede verrassing.

Ik voel me warm vanbinnen.

De brievenbus heeft mij een mooi geschenk gegeven.

Ik denk: wat een vriendelijke buurman.

Morgen breng ik hem een taart.

Of een plant.

Ik kijk naar de zon.

De zon is geel.

De zon is mooi.

Het is een mooie dag.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze