

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Op een zonnige middag liep Sanne door de stad.
Ze was blij.
Het was haar vrije dag.
Sanne hield van zoete dingen.
Ze zag een kleine bakkerij.
De geur van verse cake kwam naar buiten.
Sanne ging naar binnen.
Ze kocht een grote cupcake met roze glazuur.
De cupcake zag er mooi uit.
Sanne was heel gelukkig.
Sanne liep verder.
Ze wilde de cupcake opeten in het park.
Het park was dichtbij.
Ze zag een bankje onder een grote boom.
Sanne ging zitten.
Ze opende de doos.
Maar toen hoorde ze een hard geluid.
Het was een politieauto.
De auto stopte vlak naast het park.
Een politieagent stapte uit.
Hij was groot en had een donkere bril.
De agent liep naar Sanne toe.
Sanne werd een beetje bang.
Waarom komt de politie naar haar?
Ze heeft niets verkeerds gedaan.
De agent zei: "Goedemiddag, mevrouw.
Mag ik uw cupcake zien?" Sanne was verbaasd.
"Mijn cupcake?
Waarom?" De agent glimlachte.
"Ik heb een melding gekregen.
Iemand zei dat er een verdachte cupcake was." Sanne moest lachen.
"Een verdachte cupcake?
Dat is grappig." De agent keek serieus.
"Het is geen grap.
Er is een dief in de stad.
Hij steelt cupcakes.
Hij heeft al drie bakkerijen bezocht.
De politie zoekt een man met een roze jas.
Heeft u die man gezien?" Sanne schudde haar hoofd.
"Nee, ik heb niemand gezien.
Maar deze cupcake is van mij.
Ik heb hem net gekocht." De agent keek naar de cupcake.
Hij rook eraan.
"Hmm, het ruikt lekker.
Mag ik een klein stukje proeven?" Sanne zei: "Natuurlijk, agent.
Maar waarom?" De agent nam een klein stukje.
Hij at het op.
Zijn ogen werden groot.
"Dit is de cupcake!
De speciale cupcake!" Sanne was verward.
"Wat bedoelt u?" De agent legde uit: "De dief maakt speciale cupcakes.
Hij verbergt een boodschap in het glazuur.
Kijk eens." De agent wees naar de onderkant van de cupcake.
Sanne keek.
Er stond een klein woord in het glazuur: "HELP".
Sanne schrok.
"Wat betekent dat?" De agent zei: "De dief is ontvoerd.
Hij is in gevaar.
Hij gebruikt cupcakes om een boodschap te sturen.
We moeten hem vinden." Sanne voelde zich raar.
Ze wilde alleen maar een cupcake eten.
Maar nu was ze in een spannend avontuur.
Ze vroeg: "Wat kan ik doen?" De agent glimlachte.
"U kunt me helpen.
Kom met mij mee naar het politiebureau.
We hebben meer informatie nodig." Sanne aarzelde.
Maar ze dacht aan de cupcake.
De cupcake had een geheim.
Ze wilde helpen.
Ze zei: "Oké, ik ga met u mee." Sanne en de agent liepen naar de politieauto.
Sanne hield de cupcake voorzichtig vast.
Ze voelde zich een beetje zenuwachtig, maar ook trots.
Ze had een belangrijk ding gevonden.
In de auto zei de agent: "Goed werk, mevrouw.
U bent een held." Sanne antwoordde: "Ik ben geen held.
Ik wilde alleen een cupcake." Ze lachten samen.
Sanne keek naar de cupcake.
Het was niet zomaar een cakeje.
Het was een boodschap.
Ze voelde zich blij dat ze kon helpen.
Die avond zat Sanne thuis op de bank.
Ze dacht aan de dag.
Het was een gewone dag geworden met een bijzonder einde.
Ze had een dief gevonden, een ontvoerder, en een vriend in de politieagent.
En de cupcake?
Die lag in de koelkast.
Sanne zou hem morgen opeten, maar eerst wilde ze het glazuur nog eens bekijken.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze