

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een gewone dinsdagmiddag in Den Haag.
Ik zat in de bus, op weg naar huis.
De bus was niet heel druk, maar er zaten wel wat mensen.
Ik keek uit het raam en zag de regen tegen het glas tikken.
Het was zo'n dag waarop je gewoon naar huis wilt en een kop thee drinken.
De lucht was grijs en de druppels maakten een zacht geluid op het dak.
Ik hoorde het geluid van de ruitenwissers, heen en weer, heen en weer.
De bus rook een beetje naar natte jassen en parfum.
Opeens zag ik iets liggen op de bank naast me.
Het was een klein, wit papiertje, opgevouwen.
Ik pakte het op en vouwde het open.
Binnenin stond met blauwe pen geschreven: 'Ik vind je lief.
Wil je met me afspreken?' Mijn hart maakte een sprongetje.
Wie had dit geschreven?
Ik keek om me heen, maar niemand keek naar me.
Was dit voor mij?
Of lag het hier al een tijdje?
Ik voelde me een beetje verlegen en ook nieuwsgierig.
De geur van natte kleding hing in de bus.
Ik besloot het briefje te bewaren.
Ik stopte het in mijn jaszak en voelde het daar de hele rit.
De rest van de busrit dacht ik na over wie het geschreven kon hebben.
Was het een meisje met rood haar dat drie stops geleden uitstapte?
Of die oude man met de hoed?
Nee, dat kon niet.
Misschien was het gewoon een grap.
Maar toen ik uitstapte, voelde ik me toch een beetje bijzonder.
Iemand had de moeite genomen om een liefdesbriefje te schrijven.
Thuis legde ik het briefje op mijn bureau.
Ik keek ernaar terwijl ik mijn thee dronk.
De volgende dag ging ik weer met de bus.
De bus was weer niet druk.
Ik hoopte stiekem dat ik het meisje of de jongen weer zou zien.
Maar niemand glimlachte naar me.
De buschauffeur zei niks bijzonders.
Ik voelde me een beetje dom.
Waarom was ik zo blij met een anoniem briefje?
Maar toen ik weer op dezelfde bank ging zitten, zag ik nog een papiertje.
Dit keer was het geel.
Ik vouwde het open en las: 'Je hebt mooie ogen.
Groetjes, je geheime bewonderaar.' Mijn wangen werden warm.
Dit was geen toeval.
Iemand in deze bus vond me leuk.
Maar wie?
Ik keek naar de passagiers.
Een meisje met een blauwe jas keek snel weg.
Ze had een beetje rode wangen.
Zou zij het zijn?
Ik durfde niet te vragen.
In plaats daarvan glimlachte ik naar haar.
Ze glimlachte terug.
De bus stopte en ze stapte uit.
Ik keek haar na door het raam.
Ze draaide zich om en zwaaide.
Ik zwaaide terug.
De rest van de week vond ik elke dag een briefje.
Soms op de bank, soms op de vloer.
Ze waren allemaal lief en grappig.
'Ik hou van hoe je lacht', stond er op een dag.
'Wil je een ijsje met me eten?' op een andere dag.
Ik voelde me vrolijk en zenuwachtig.
Maar ik wist nog steeds niet wie het was.
Tot vrijdag.
De zon scheen door de ramen van de bus.
Het licht viel op de stoelen.
Ik stapte in en zag het meisje met de blauwe jas al zitten.
Ze had een briefje in haar hand.
Ze gaf het aan me.
Ik vouwde het open.
Er stond: 'Ik ben het.
Dit is mijn nummer.
Bel me als je wilt.' Ik keek op.
Ze glimlachte.
Ik glimlachte terug.
'Ik heet Lisa', zei ze.
'Ik ben Tim', zei ik.
En zo begon ons verhaal.
Het was een simpel, lief begin.
En het liet me zien dat liefde soms op een bus in Den Haag kan beginnen.
Nu, als ik in de bus zit, denk ik vaak aan die eerste briefjes.
Het voelt nog steeds een beetje bijzonder.
Ik denk aan de regen, de geur van natte kleding en het geluid van de ruitenwissers.
Het was een gewone dag, maar het werd een bijzondere herinnering.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze