Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het woord voor hondenfokker

RICK: Kijk, de muziek is goed.

TOM: Ja, het is een leuk festival.

Ik vind het hier mooi.

JULIA: Ik drink een cola.

De cola is koud.

RICK: Ik heb een nieuw woord geleerd.

TOM: Een nieuw woord?

Wat is het?

RICK: Het is voor iemand met honden.

JULIA: Een man met een hond?

RICK: Nee, een man met veel honden.

Veel honden, niet één.

TOM: Is dat een hondenwinkel?

RICK: Nee, het is een ander woord.

Geen winkel.

JULIA: Zeg het dan, Rick.

RICK: Het woord is hondenfokker.

TOM: Hondenfokker?

Dat klinkt grappig.

JULIA: Wat doet een hondenfokker?

RICK: Hij zorgt voor honden.

Hij geeft ze eten en water.

TOM: Heeft hij ook een hond?

RICK: Ja, hij heeft veel honden.

Soms wel tien.

JULIA: Is het een goed beroep?

RICK: Ja, maar het is veel werk.

Honden zijn niet makkelijk.

TOM: Ik heb geen hond.

Ik heb geen dier thuis.

JULIA: Ik heb een kat.

Mijn kat is klein en lief.

RICK: Ik heb geen dier.

Ik wil een dier, maar ik heb geen tijd.

TOM: Mijn broer heeft een hond.

De hond heet Max.

JULIA: Is de hond groot?

TOM: Ja, hij is heel groot.

Hij is groter dan ik.

RICK: En is hij lief?

TOM: Ja, hij is lief.

Hij speelt graag met kinderen.

JULIA: Komt hij ook hier?

TOM: Nee, hij is thuis.

Hij slaapt nu.

RICK: Goed, geen hond hier.

Hier is het rustig.

JULIA: De muziek begint nu.

TOM: Ja, ik hoor het.

Het is een leuk liedje.

RICK: Dit is een goed festival.

Ik kom hier elk jaar.

JULIA: Ik drink een cola.

Ik drink nog een cola.

TOM: Ik drink water.

Water is gezond.

RICK: Ik drink bier.

Bier is koud.

JULIA: Proost!

TOM: Proost, Rick.

RICK: De zon schijnt.

Het is warm vandaag.

JULIA: Dat is goed.

Ik hou van de zon.

TOM: Ik heb een nieuwe vriend.

RICK: Wie is dat?

TOM: De man naast ons.

Hij is aardig.

JULIA: Is hij een hondenfokker?

TOM: Nee, hij verkoopt ijs.

Hij heeft een ijskar.

RICK: Dat is beter.

IJs is lekker.

JULIA: Ik wil ijs.

Ik wil een ijsje met aardbei.

TOM: Ik ook.

Ik wil een ijsje met chocola.

RICK: Jij blijft hier?

JULIA: Ja, ik wacht.

Ik zit hier goed.

TOM: Ik ga met Rick.

Wij kopen ijs.

JULIA: Wij komen terug.

Wacht op ons.

RICK: Goed, ik wacht.

Ik kijk naar de muziek.

JULIA: Wij gaan nu.

Tot zo.

TOM: Het ijs is lekker.

Dit is een goed ijsje.

RICK: Ja, heel lekker.

De aardbei is zoet.

JULIA: Kijk, daar is Tom.

Hij heeft ijs.

TOM: Jullie zijn terug.

Hebben jullie ijs?

RICK: Ja, met ijs.

Hier, voor jou.

JULIA: Bedankt!

Dat is lief.

TOM: Geen probleem.

Eet het snel.

RICK: De band speelt nu.

Ze spelen een bekend liedje.

JULIA: Ik ken dit liedje.

Het is van mijn favoriete band.

TOM: Het is een mooi liedje.

Ik zing graag mee.

RICK: Wij zingen mee.

Kom op, Julia.

JULIA: Ja, dat doen we.

La la la!

TOM: La la la!

Dit is leuk.

RICK: Dit is een fijne dag.

Muziek, ijs en vrienden.

JULIA: Zeker.

Het is perfect.

TOM: En het woord?

Hondenfokker?

RICK: Ja, dat woord.

Ik zeg het nu goed.

JULIA: Ik vergeet het.

Het is een moeilijk woord.

TOM: Het is niet belangrijk.

Je leert het later.

RICK: Maar het is leuk om te weten.

Een hondenfokker zorgt voor honden.

JULIA: Ja, dat is waar.

Ik onthoud het nu.

TOM: Ik leer elke dag.

Vandaag leer ik over hondenfokkers.

RICK: Dat is goed.

Leren is leuk.

JULIA: Tot de volgende keer.

Dit was een mooie dag.

RICK: Alle transcripten en meer verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze