Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een biertje en een praatje

RICK: Kijk, de zon schijnt.

EMMA: Ja, het is lekker weer.

LARS: Ik heb een biertje.

Lekker.

RICK: Ik heb ook een biertje.

Proost.

EMMA: Proost.

LARS: Het is rustig hier.

RICK: Ja, het terras is fijn.

EMMA: Heb je een fijne dag?

RICK: Ja, ik heb een goede dag.

LARS: Ik ook.

Maar ik heb werk.

RICK: Werk?

Vandaag?

LARS: Nee, morgen.

Vandaag is vrij.

EMMA: Mooi.

Werk is soms slecht.

RICK: Haha, ja.

Maar werk is goed voor geld.

LARS: Ja, geld is belangrijk.

EMMA: Heb je een auto?

RICK: Ja, ik heb een auto.

Hij is oud.

LARS: Mijn auto is nieuw.

EMMA: Is hij goed?

LARS: Ja, hij is goed.

Maar hij is klein.

RICK: Klein is goed.

Parkeren is makkelijk.

EMMA: Dat is waar.

Ik heb geen auto.

LARS: Geen auto?

Hoe kom je op werk?

EMMA: Ik ga met de fiets.

RICK: De fiets is goed.

En gezond.

LARS: Ja, fietsen is gezond.

EMMA: En het is leuk.

Ik zie veel.

RICK: Wat zie je?

EMMA: Ik zie kinderen, honden, en bloemen.

LARS: Klinkt goed.

RICK: En de trein?

Gebruik je de trein?

EMMA: Soms.

Maar de fiets is beter.

LARS: Ik ga met de auto.

Snel.

RICK: Snel is niet altijd goed.

LARS: Waarom niet?

RICK: Veel auto's zijn slecht voor de lucht.

EMMA: Ja, dat is waar.

De lucht is belangrijk.

LARS: Hmm, ik weet het niet.

RICK: Het is oké.

Wij zijn hier nu.

EMMA: Ja, wij drinken een biertje.

LARS: En wij praten.

Dat is leuk.

RICK: Zeker.

Praten met vrienden is fijn.

EMMA: Heb je honger?

LARS: Ja, ik heb honger.

RICK: Ik ook.

Zullen we iets eten?

EMMA: Goed idee.

Ik wil een broodje.

LARS: Ik wil patat.

RICK: Patat is lekker.

En een salade?

EMMA: Ja, salade is gezond.

LARS: Oké, ik neem patat en salade.

RICK: Ik neem een broodje kaas.

EMMA: Lekker.

En een cola?

LARS: Nee, ik drink bier.

RICK: Ik drink ook bier.

Proost.

EMMA: Proost.

Dit is een fijne dag.

LARS: Ja, heel fijn.

RICK: Het is goed om samen te zijn.

EMMA: Zeker.

Vrienden zijn belangrijk.

LARS: En familie ook.

RICK: Ja, familie en vrienden.

Alles goed.

EMMA: Kijk, daar is een hond.

LARS: Leuk.

Een kleine hond.

RICK: Hij is schattig.

EMMA: Ik wil een hond.

LARS: Waarom heb je geen hond?

EMMA: Mijn huis is klein.

RICK: Een kleine hond past wel.

EMMA: Misschien.

Maar ik ben vaak weg.

LARS: Een hond heeft aandacht nodig.

RICK: Ja, dat is waar.

Dieren zijn werk.

EMMA: Maar ze zijn leuk.

LARS: Zeker.

Ik heb een kat.

RICK: Een kat?

Leuk.

EMMA: Hoe heet de kat?

LARS: Hij heet Minoes.

RICK: Minoes is een goede naam.

EMMA: Ja, grappig.

Ik ken dat boek.

LARS: Ja, het boek is leuk.

RICK: Oké, het eten komt eraan.

EMMA: Goed.

Ik heb honger.

LARS: Ik ook.

Ik eet graag.

RICK: Eten is fijn.

En drinken ook.

EMMA: Ja, dit is een goed terras.

LARS: Zeker.

We komen hier vaker.

RICK: Ja, volgende keer weer.

EMMA: Goed plan.

Dit is gezellig.

LARS: Ja, heel gezellig.

RICK: Tot de volgende keer.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze