Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een brief voor Daniël

Lotte stond in haar fietsenwinkel in Delft en poetste haar handen.

Buiten tikte de regen tegen het grote raam.

Binnen rook het naar rubber, olie en verse koffie.

Op de radio praatten twee mensen over het weer.

Lotte keek naar haar natte jas en zette het geluid zachter.

Haar tante Rosa kwam elke woensdag langs met iets lekkers.

Vandaag had ze een doos met kleine koekjes meegenomen.

Toch bleef de doos dicht op de houten tafel staan.

Rosa hield haar telefoon vast en las hetzelfde bericht opnieuw.

Haar koffie was intussen bijna koud geworden. ‘Is er iets met Daniël?’ vroeg Lotte aan haar tante.

Rosa keek op en schoof haar telefoon over de tafel.

Daniël was haar zoon en woonde ver weg, in Californië.

Al jaren zat hij achter een zware deur met sloten.

Hij mocht het gebouw niet verlaten.

Een rechter had jaren geleden gezegd dat Daniël moest sterven.

Sinds die dag was Rosa vaak bang geweest.

Ze dacht aan haar zoon tijdens het eten en werken.

Ook midden in de nacht werd ze soms wakker.

Dan keek ze hoe laat het in Californië was.

Maar vandaag stond er iets anders in het bericht.

Meer dan vijfhonderd mensen zouden niet meer worden gedood.

De leider van Californië had dat die ochtend gezegd.

Ze moesten wel tot hun dood achter gesloten deuren blijven.

Ook Daniël hoorde bij deze grote groep mensen.

Lotte las het bericht langzaam en schoof een stoel dichterbij. ‘Dus je kunt hem blijven bellen?’ vroeg ze zacht.

Rosa knikte en veegde met haar hand langs haar wang. ‘Ja, en ik kan hem blijven schrijven en bezoeken.

Ik heb nog zoveel dingen aan hem te vertellen.’ Even luisterden ze naar de regen op het dak.

Daarna maakte Lotte twee nieuwe koppen koffie voor hen.

Ze zette ook de doos met koekjes op tafel. ‘Bij ons hoort overal een koekje bij,’ zei ze. ‘Zelfs de fietsen krijgen bijna iets bij hun koffie.’ Rosa moest even lachen, maar haar gezicht werd snel serieus. ‘Er zijn ook mensen die iemand hebben verloren,’ zei ze. ‘Voor hun families wordt het verdriet vandaag niet kleiner.’ Lotte knikte en legde haar handen om haar kop.

Ze wist niet wat ze daarop kon zeggen.

Na een tijdje haalde Rosa een vel papier tevoorschijn.

Ze wilde Daniël schrijven, maar wist niet hoe te beginnen. ‘Vertel hem gewoon over vandaag,’ zei Lotte tegen haar. ‘Over de regen, de winkel en die veel te sterke koffie.’ Rosa nam een slok en trok een gek gezicht.

Samen gingen ze aan de kleine tafel bij het raam zitten.

Rosa schreef dat de oude appelboom weer vruchten had gegeven.

Ook vertelde ze over haar nieuwe rode schoenen.

Eén schoen piepte bij elke stap op de gang.

Daniël had vroeger altijd gelachen om zulke kleine dingen.

Toen kwam er een klant binnen met een kapotte fietsbel.

Lotte liep naar hem toe en pakte haar gereedschap.

Terwijl ze werkte, bleef Rosa rustig aan tafel schrijven.

De klant probeerde drie bellen met een verschillend geluid.

De laatste klonk zo hard dat iedereen even schrok.

Een halfuur later las Rosa haar brief zacht voor.

Aan het einde schreef ze over een volgend bezoek.

Ze zou eerst sparen, want de reis was duur.

Lotte bood aan om haar naar het vliegveld te brengen. ‘En ik stuur iedere maand een foto,’ zei ze. ‘Dan heeft Daniël ook iets uit Delft om te bekijken.’ Toen de winkel dichtging, liepen ze samen naar de brievenbus.

De regen was gestopt en de stenen glansden nog.

Rosa liet de brief langzaam door de smalle opening glijden.

Daarna bleef ze even met haar hand op de bus staan.

Ze was nog verdrietig, maar niet meer zo bang.

Lotte pakte haar arm en samen liepen ze naar huis.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause