

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Op donderdagmiddag zat ik in de bibliotheek in Den Haag.
Ik gaf daar Nederlandse les aan een kleine groep volwassenen.
Naast mijn boeken stond een kop koffie met weinig melk.
Vanuit de gang hoorden we kinderen lachen en schoenen piepen.
Nadia kwam binnen met haar telefoon in haar hand.
Ze droeg een groene jas en een rode sjaal.
Haar haar was nat van de regen buiten. ‘Rick, mag ik vandaag iets uit het nieuws meenemen?’ vroeg ze. ‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Maar eerst mag je even gaan zitten.’ Ze schoof een stoel naar achteren en legde haar telefoon neer.
Op het scherm stond een bericht over Bulgarije.
Nadia was daar geboren, maar woonde al jaren in Nederland. ‘Volgens dit bericht wordt Jotova de nieuwe president,’ zei ze. ‘Ze wil goed contact met Rusland.
Ze vindt ook dat Radev de regering moet leiden.’ Pieter legde zijn pen neer en keek naar het scherm. ‘Ik ken die namen nog niet,’ zei hij eerlijk. ‘Kun je eerst vertellen wie deze mensen zijn?’ Nadia knikte en zocht een foto bij het bericht.
Daarna draaide ze haar telefoon naar het midden van de tafel. ‘Jotova werkte al samen met Radev,’ legde ze uit. ‘Nu krijgen ze volgens dit nieuws andere taken in het bestuur.’ Ik pakte een kaart van Europa uit mijn tas.
We zochten Bulgarije, Nederland en Rusland op de kaart.
Pieter wees eerst naar Roemenië en lachte om zijn fout. ‘Mijn bril ligt nog thuis,’ zei hij. ‘De namen zijn ook klein gedrukt,’ antwoordde ik. ‘Zelfs met mijn bril moet ik heel dichtbij kijken.’ Nadia vertelde dat haar moeder die ochtend had gebeld.
Ze hadden bijna een uur over het bericht gepraat.
Haar moeder vond goed contact met Rusland belangrijk.
Nadia dacht daar anders over, maar liet haar moeder uitpraten. ‘Ik wil vooral dat mensen vrij hun mening kunnen geven,’ zei Nadia. ‘Ook als die mening niet past bij de regering.’ Even bleef het stil aan onze tafel naast het raam.
Buiten reed een tram voorbij met een hard, schurend geluid. ‘Hoe ging jullie gesprek verder?’ vroeg ik aan haar. ‘We werden het niet eens,’ zei Nadia. ‘Daarna vroeg mijn moeder of ik genoeg warme sokken had.’ Pieter lachte en trok zijn broek een stukje omhoog.
Boven zijn schoenen verschenen twee dikke sokken met gele stippen. ‘Mijn moeder koopt deze nog steeds voor mij,’ zei hij. ‘Ik ben achtenvijftig, maar blijkbaar kan ik zelf geen sokken kiezen.’ Nadia lachte nu ook en stopte haar telefoon even weg.
Ik schonk water in onze glazen en opende mijn schrift.
Voor de les had ik een andere tekst klaargelegd.
Toch leek dit bericht me vandaag een beter begin.
Iedereen kreeg papier om drie eenvoudige vragen op te schrijven.
Wat staat er precies?
Wie zegt het?
Wat wil je nog weten?
Nadia las het korte bericht nog een keer rustig door.
Ze merkte dat ze veel wilde vragen over Jotova. ‘Wat gaat ze doen voor mensen met weinig geld?’ vroeg ze. ‘Mijn moeder moet elke maand goed op haar geld letten.’ We vonden in dit korte bericht geen antwoord op die vraag.
Daarom schreef Nadia haar vraag onderaan het papier op. ‘Vanavond zoek ik een langer artikel,’ besloot ze. ‘Daarna kan ik mijn moeder weer bellen.’ Pieter wilde weten hoe Bulgaren hun president kiezen.
Ik wist het antwoord niet precies en zei dat ook.
Samen zochten we een eenvoudige uitleg op de computer.
Toen de les klaar was, verzamelde Nadia haar papieren.
Ze had nieuwe Nederlandse woorden geleerd en vragen opgeschreven.
Ze vouwde het papier dubbel en stopte het in haar tas.
Bij de deur trok ze haar rode sjaal weer aan.
De regen was gestopt en boven de straat werd het lichter. ‘Volgende week vertel ik hoe het gesprek is gegaan,’ zei ze.
Ik zwaaide haar na en ruimde onze lege glazen op.
Het was fijn dat iedereen vandaag iets had kunnen zeggen.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause