Alle podcasts

De Bus naar Spanje

Hallo.

Ik ben Rick.

Ik ben leraar.

Ik woon in Den Haag.

Vandaag vertel ik een verhaal.

Het verhaal gaat over Omar.

Omar is een man.

Omar gaat naar Spanje.

Spanje is een land.

Het land is warm.

Omar gaat met de bus.

De bus is heel groot.

De bus is geel.

Omar zit in de bus.

Hij kijkt uit het raam.

Hij ziet de straat.

Hij ziet veel auto's.

Hij ziet een fiets.

Omar is niet alleen.

Farid is ook in de bus.

Farid is een man.

Farid is de vriend van Omar.

Farid slaapt in de bus.

Hij slaapt veel.

Omar kijkt naar Farid.

Omar zegt: "Farid, kijk." Farid kijkt niet.

Farid slaapt.

Omar ziet water.

Hij ziet heel veel water.

Het water is blauw.

Omar drinkt water.

Hij heeft water.

Omar drinkt veel water.

Het is warm in de bus.

De zon is geel.

Het weer is mooi.

Maar het is heel warm.

Omar wil eten.

Hij heeft brood.

Het brood is bruin.

Omar eet het brood.

Hij eet ook een appel.

De appel is rood.

De appel is goed.

Farid slaapt.

Omar zegt: "Farid, eet." Farid hoort Omar niet.

Farid slaapt.

Omar lacht.

Farid slaapt veel.

De bus gaat naar Spanje.

Er zijn veel mensen.

Heel veel mensen in de bus.

Honderd mensen.

Tweehonderd mensen.

Driehonderd mensen.

Heel veel mensen gaan naar Spanje.

De mensen zoeken een huis.

Ze willen een huis in Spanje.

Ze willen werken in Spanje.

Omar wil ook werken.

Hij wil werken in een winkel.

Een winkel met brood.

Omar eet graag brood.

De bus stopt.

De bus is in een stad.

De stad is groot.

Omar ziet een straat.

Hij ziet een park.

Hij ziet een hond.

De hond is zwart.

De hond loopt in het park.

Omar zegt: "Kijk, een hond." Farid kijkt.

Farid kijkt naar de hond.

Farid zegt: "Ik zie de hond." Farid zegt: "Ik wil eten." Omar geeft Farid brood.

Farid eet het brood.

Farid eet ook een appel.

De mannen eten en drinken.

Ze drinken water.

Ze zijn in Spanje.

Het land is mooi.

Het weer is goed.

De zon is warm.

Omar is blij.

Farid is ook blij.

Ze lopen in de straat.

Ze zien een huis.

Het huis is wit.

Het huis is mooi.

Omar zegt: "Kijk, een huis." Farid zegt: "Ja, een mooi huis." Ze lopen naar het park.

In het park is een kat.

De kat is wit.

De kat slaapt.

Farid zegt: "De kat slaapt." Omar lacht.

Omar zegt: "Jij slaapt ook veel." Farid lacht ook.

Ze lopen naar een winkel.

Ze zien brood in de winkel.

Ze zien water in de winkel.

Omar zegt: "Ik wil werken." Farid zegt: "Ik wil ook werken." Ze gaan in de winkel.

Ze zien een man.

De man werkt in de winkel.

Omar zegt: "Hallo." De man zegt: "Hallo." Omar zegt: "Wij willen werken." De man lacht.

De man zegt: "Dat is goed." De man heet Pablo.

Pablo is een goede man.

Pablo heeft een grote winkel.

In de winkel is veel eten.

Er is brood.

Er is water.

Er zijn appels.

Omar en Farid zijn blij.

Ze hebben werk in de winkel.

Ze hebben een vriend.

De vriend heet Pablo.

Ze hebben eten en drinken.

Ze zijn in een mooie stad.

Omar kijkt uit het raam.

Hij ziet de straat.

Hij ziet de zon.

Hij is heel blij.

Farid is ook heel blij.

Farid zit op een stoel.

Farid slaapt.

Omar lacht.

Omar zegt: "Slaap lekker, Farid." Dit is het einde.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze