Alle podcasts

De Vogel en de Appel

Het is koud vandaag.

De zon schijnt niet.

De lucht is grijs.

Het waait buiten.

Tom is in het huis.

Het huis is in Haarlem.

Het huis is groot en warm.

Tom zit aan de tafel.

De tafel is bruin.

De tafel is heel groot.

Tom heeft papier.

Het papier is wit.

Tom heeft veel papier.

Tom werkt aan de tafel.

Tom maakt een vogel.

De vogel is van papier.

Tom werkt heel hard.

Tom werkt met zijn handen.

Tom maakt een mooie vogel.

De vogel is klaar.

De vogel is heel mooi.

Tom is blij.

Tom kijkt naar de vogel.

De vogel is wit.

Iwan komt in de kamer.

Iwan is de broer van Tom.

Iwan is een grote man.

Iwan heeft een blauwe broek aan.

Iwan heeft honger.

Iwan heeft een appel.

De appel is rood.

De appel is groot en rond.

Iwan legt de appel op de tafel.

Iwan pakt een boek.

Het boek is dik.

Het boek is groen.

Iwan gaat zitten op een stoel.

De stoel is zacht.

Iwan leest het boek.

Iwan leest graag.

Tom speelt met de vogel.

Tom loopt door de kamer.

Tom loopt van de deur naar het raam.

De vogel gaat door de lucht.

Tom lacht.

Het is leuk.

Tom is net een kind.

"Kijk Iwan," zegt Tom.

"Zie je mijn vogel?

De vogel is mooi." Iwan kijkt niet.

Iwan leest het boek.

Iwan houdt van lezen.

Iwan wil stilte.

Tom loopt naar Iwan.

De vogel komt bij Iwan.

De vogel is bij het hoofd van Iwan.

De vogel is heel dicht bij Iwan.

Iwan is niet blij.

Iwan stopt met lezen.

Iwan kijkt naar de vogel.

Iwan pakt de vogel met zijn hand.

Iwan maakt de vogel kapot.

Het papier is nu stuk.

De vogel is niet meer mooi.

Iwan legt het papier op de tafel.

Iwan leest weer verder.

Tom ziet dit.

Tom is boos.

Tom is heel erg boos.

Tom is rood.

"Waarom doe je dat?" vraagt Tom.

"Dat is mijn vogel!" Iwan kijkt naar Tom.

"De vogel is stom," zegt Iwan.

"Ik wil lezen.

Ik wil geen vogel hier." Tom kijkt naar Iwan.

Tom kijkt naar de appel.

De appel van Iwan.

De rode appel op de tafel.

Tom heeft een plan.

Tom pakt de appel.

Tom eet de appel.

Tom eet de appel heel snel.

De appel is lekker.

De appel is zoet.

Tom eet de hele appel.

Iwan ziet dit.

Iwan is nu ook boos.

"Wat doe je?" vraagt Iwan.

"Dat is mijn appel!

Jij eet mijn appel!" Tom lacht niet.

Tom kijkt naar Iwan.

"Jij maakt mijn vogel kapot," zegt Tom.

"Dus ik eet jouw appel.

Dat is mijn antwoord." Lisa komt in de kamer.

Lisa is de zus van Tom.

Lisa is ook de zus van Iwan.

Lisa ziet Tom.

Lisa ziet Iwan.

Lisa ziet het kapotte papier.

Lisa ziet de appel.

De appel is bijna op.

"Wat doen jullie?" vraagt Lisa.

"Zijn jullie boos?" Tom kijkt naar Iwan.

"Iwan maakt mijn vogel kapot," zegt Tom.

Iwan kijkt naar Tom.

"Tom eet mijn appel," zegt Iwan.

Lisa lacht.

Lisa vindt het grappig.

"Jullie zijn net kleine kinderen," zegt Lisa.

"Jullie zijn grote mannen.

Maar jullie doen heel raar." Lisa loopt naar de kast.

Lisa pakt nieuw papier.

Het papier is blauw.

Lisa geeft het papier aan Tom.

"Maak een nieuwe vogel," zegt Lisa.

"Een blauwe vogel." Lisa loopt naar de keuken.

Lisa pakt een nieuwe appel.

De appel is groen.

Lisa geeft de appel aan Iwan.

"Eet deze appel," zegt Lisa.

"En lees je boek." Tom is weer blij.

Tom maakt een nieuwe vogel.

De blauwe vogel is ook mooi.

Iwan is ook weer blij.

Iwan eet de groene appel.

Iwan leest zijn boek.

Het is weer goed in huis.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze