

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
RICK: Hoi Sophie, hoi Daan.
Ik las iets grappigs.
SOPHIE: Oh, vertel.
Ik hou van grappige dingen.
DAAN: Ik ook.
Maar eerst: wat drinken jullie?
RICK: Doe mij maar een pils.
Ik zeg het meteen.
SOPHIE: Ik neem een witte wijn.
En jij, Daan?
DAAN: Een cola.
Ik moet nog rijden.
RICK: Oké.
Luister.
Ik dacht vroeger dat wierook uit zeewier komt.
SOPHIE: Wat?
Wierook?
Dat is toch die geurstokjes?
RICK: Ja.
Ik dacht: wier plus rook.
Wier is zeegras.
DAAN: Haha.
Dus jij dacht: zeegras dat rookt?
RICK: Precies.
Mijn hoofd zat in de war.
SOPHIE: Ik snap het wel.
Woorden kunnen gek zijn.
DAAN: Ik dacht als kind dat file een vis was.
SOPHIE: Een file?
Zoals in de auto?
DAAN: Ja.
Ik zag een file met vis.
Geen auto's.
RICK: Mooi.
We hebben allemaal rare ideeën.
SOPHIE: Ik dacht dat olifant olie plus fant was.
DAAN: Fant?
Wat is een fant?
SOPHIE: Geen idee.
Maar het klonk leuk.
RICK: Zie je.
Woorden zijn soms een beetje dom.
SOPHIE: Nee, wij zijn dom.
De woorden niet.
DAAN: Spreek voor jezelf, Sophie.
RICK: Haha, precies.
Soms zit iets raars in je hoofd.
SOPHIE: En dan lach je er later om.
DAAN: Ik lach nu al.
Rick met zijn zeegras.
RICK: Ja, ja.
Lach maar.
Ik vind het nog steeds een mooi idee.
SOPHIE: Het is ook een mooi idee.
Een rokend bos.
DAAN: Maar wierook komt uit hars.
Toch?
RICK: Ja, dat weet ik nu.
Hars van bomen.
SOPHIE: En het ruikt lekker.
Dat is het belangrijkste.
DAAN: Ik ruik niks.
Ik zit naast Rick.
RICK: Hé.
Ik ruik best fris.
Dank je.
SOPHIE: Jongens, niet ruziën.
We zijn gezellig.
RICK: Oké.
Nog een rondje?
DAAN: Ik lust nog wel een cola.
SOPHIE: En ik nog een wijn.
Maar jij, Rick?
RICK: Ik neem nog een pils.
Proost.
SOPHIE: Proost.
Op gekke woorden.
DAAN: En op zeegras dat rookt.
RICK: Haha.
Wacht, ik heb nog een voorbeeld.
Ik dacht dat een boterham een ham was die boter kon maken.
SOPHIE: Nee!
Echt?
Dat is nog beter dan die olifant.
DAAN: Dus jij dacht: een varken dat boter maakt?
Ik zie het al voor me.
RICK: Ja, een beetje dom.
Maar ik was zes jaar.
En ik hield van boter.
SOPHIE: Ik ook.
Boter op brood is heerlijk.
Maar een ham die boter maakt?
Dat is raar.
DAAN: Ik dacht dat een paraplu een para was die plu was.
Een soort vogel.
SOPHIE: Een vogel met een hoed?
Dat is grappig.
RICK: We hebben allemaal rare ideeën.
Dat is toch normaal?
Kinderen denken zo.
SOPHIE: Ja, en later lach je erom.
Ik lach nu al om die ham.
DAAN: Ik lach om die vogel.
Een paraplu, een vogel met een hoed.
RICK: Mooi.
Nog een rondje?
DAAN: Ik lust nog wel een cola.
SOPHIE: En ik nog een wijn.
Maar jij, Rick?
RICK: Ik neem nog een pils.
Proost.
SOPHIE: Proost.
Op gekke woorden.
DAAN: En op zeegras dat rookt.
RICK: Haha.
Wacht, nog eentje.
Ik dacht dat een sleutel een sleu was die telde.
Een soort telraam.
SOPHIE: Een telraam?
Dat is nog eens creatief.
Ik zag altijd een sleutel als een sleutel.
Gewoon een sleutel.
DAAN: Ik niet.
Ik dacht dat een paraplu een vogel was.
Een para die plu was.
Een vogel met een hoed.
SOPHIE: Ja, dat zei je al.
Maar ik snap het wel.
Kinderen maken woorden zelf.
RICK: Precies.
En later lach je erom.
Ik lach nu al om die sleutel.
DAAN: Ik lach om die vogel.
Een paraplu, een vogel met een hoed.
SOPHIE: Jongens, we moeten vaker lachen.
Het is goed voor je.
RICK: Zeker.
Nog een rondje?
DAAN: Ik lust nog wel een cola.
SOPHIE: En ik nog een wijn.
Maar jij, Rick?
RICK: Ik neem nog een pils.
Proost.
SOPHIE: Proost.
Op gekke woorden.
DAAN: En op zeegras dat rookt.
RICK: Haha.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause