Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Blauwe Pet van Opa

Opa Jan is een oude man.

Hij is tachtig jaar.

Hij heeft een blauwe pet.

De pet is oud.

Opa Jan is in het park.

Het park is in de stad.

Het is een mooie dag.

De zon schijnt.

Opa Jan zit op een bank.

Hij kijkt naar de vogels.

De vogels zijn klein.

Ze zijn bruin.

Ze zoeken eten.

Opa Jan eet een broodje.

Het broodje is met kaas.

Hij drinkt water.

Het water is koud.

Opa Jan is blij.

Hij zegt: 'Wat een mooie dag.' Dan komt een hond.

De hond is groot.

Hij is zwart.

De hond heet Max.

Max rent naar Opa Jan.

Max pakt de pet.

De pet is van Opa Jan.

Opa Jan roept: 'Max, nee!' Max rent weg.

Opa Jan staat op.

Hij loopt achter Max aan.

Maar Opa Jan is oud.

Hij kan niet hard lopen.

Max rent naar een meisje.

Het meisje heet Lisa.

Lisa is tien jaar.

Lisa ziet de pet.

Ze zegt: 'Max, geef hier.' Max laat de pet los.

Lisa pakt de pet.

Ze geeft de pet aan Opa Jan.

Opa Jan is blij.

Hij zegt: 'Dank je, Lisa.' Lisa zegt: 'Graag gedaan.' Opa Jan zet de pet op.

De pet is vies.

Maar Opa Jan vindt het niet erg.

Hij lacht.

Lisa lacht ook.

Max blaft.

Opa Jan zegt: 'Max is een lieve hond.' Lisa zegt: 'Ja, maar hij is stout.' Opa Jan gaat weer op de bank zitten.

Lisa gaat naast hem zitten.

Max ligt aan hun voeten.

De zon schijnt nog steeds.

Opa Jan eet zijn broodje op.

Lisa eet een appel.

De appel is rood.

Opa Jan vertelt een verhaal.

Het verhaal gaat over een hond.

De hond heet Bo.

Bo is een kleine hond.

Bo houdt van ballen.

Bo speelt de hele dag.

Lisa luistert goed.

Ze vindt het verhaal leuk.

Max slaapt.

Hij droomt van ballen.

Opa Jan kijkt naar Lisa.

Hij zegt: 'Jij bent een lief meisje.' Lisa wordt rood.

Ze zegt: 'Dank u.' Opa Jan kijkt naar de lucht.

De lucht is blauw.

Er zijn geen wolken.

Opa Jan voelt de zon op zijn gezicht.

Hij is tevreden.

Hij denkt: 'Het leven is mooi.' Lisa kijkt naar Opa Jan.

Ze zegt: 'Opa Jan, wilt u nog een verhaal?' Opa Jan knikt.

Hij begint te vertellen.

Het verhaal gaat over een park.

In het park is een bank.

Op de bank zit een oude man.

De man heeft een blauwe pet.

Lisa lacht.

Ze zegt: 'Dat is u!' Opa Jan lacht ook.

'Ja,' zegt hij.

'Dat ben ik.' Ze zitten nog een uur.

Toen gaat Lisa naar huis.

Opa Jan blijft op de bank.

Max wordt wakker.

Hij kijkt naar Opa Jan.

Opa Jan aait Max.

Hij zegt: 'Jij bent een goede hond.' Max kwispelt.

Opa Jan staat op.

Hij loopt naar huis.

Het huis is niet ver.

Opa Jan is moe.

Maar hij is ook blij.

Hij heeft een nieuwe vriendin.

Lisa is een lief meisje.

Opa Jan denkt aan haar.

Hij glimlacht.

Thuis drinkt hij thee.

De thee is warm.

Hij eet een koekje.

Het koekje is zoet.

Opa Jan kijkt naar zijn pet.

De pet is vies.

Maar Opa Jan wast hem niet.

Hij vindt de pet mooi.

De pet heeft een verhaal.

Opa Jan gaat naar bed.

Hij slaapt goed.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze