

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik woon in Nederland.
Nederland is een land.
Het land heeft culture en tradities.
Ik vertel een verhaal.
Het verhaal is over Nederlandse gewoonte.
In Nederland wij hebben een gewoonte.
De gewoonte is fietsen.
Fietsen is goed.
Ik ga naar mijn werk.
Ik ga met de fiets.
Ik zie een vrouw.
De vrouw fietsst ook.
Wij fietsen samen.
Ik kom bij mijn werk.
Het werk is in een huis.
Het huis is groot.
Ik werk met een man.
De man is mijn baas.
Hij is goed.
Hij heeft een auto.
De auto is duur.
Ik heb honger.
Ik ga eten bestellen.
Ik bestel brood.
Brood is goed.
Ik drink koffie.
Koffie is ook goed.
Ik ben blij.
Ik betaal bij de kassa.
Ik moet wachten.
Ik wacht.
Na het werk.
Ik ga winkelen.
Ik ga naar de winkel.
Ik kope een doos.
De doos is niet duur.
Ik ben blij.
Ik betaal bij de kassa.
Ik moet weer wachten.
Ik wacht.
Ik ga naar huis.
Het is donker.
Ik zie een brug.
De brug is mooi.
Ik zie een bank.
Op de bank zit een man en een vrouw.
Zij zijn verliefd.
Zij nemen een foto.
De foto is mooi.
Ik ben blij.
In mijn huis ik heb een schilderij.
Het schilderij is van een brug.
De brug is in Nederland.
Ik kijk naar het schilderij.
Ik ben blij.
Ik hou van Nederland.
Dit is mijn verhaal.
Het verhaal is over Nederlandse gewoonte.
Ik hoop dat jij het verhaal goed vindt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze