

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo en welkom bij Bookie-Sodus.
De podcast van Dutch Fluency waar we elke dag een beroemd boek samenvatten.
Ik ben Rick en ik ben je gids in de wereld van de literatuur.
Vandaag hebben we een heel speciaal en heel nederlands of eigenlijk Belgisch verhaal voor je.
Het is een kort, grappig en ook een beetje een triest boek.
Het heet 'Kaas' en het is geschreven door Willem Elsschot in negentienhonderddrieëndertig.
Heb je ooit gedroomd van een ander leven?
Een leven met meer geld, meer respect, meer avontuur?
Een leven waarin je niet gewoon een nummer bent op een groot kantoor, maar iemand die belangrijk is?
Iemand die zijn eigen baas is?
Ik denk dat iedereen die droom wel eens heeft.
De hoofdpersoon van ons verhaal vandaag, Frans Laarmans, heeft die droom ook.
En hij krijgt de kans om die droom waar te maken.
Maar de vraag is: is die droom wel zo mooi als hij lijkt?
En wat gebeurt er als je droom gemaakt is van kaas?
Heel veel kaas.
Laten we beginnen aan het verhaal van Frans Laarmans en zijn avontuur in de kaas.
Frans Laarmans is een man van middelbare leeftijd.
Hij woont in Antwerpen, België.
Hij is getrouwd met zijn lieve vrouw, Fine, en ze hebben twee kinderen.
Zijn leven is heel normaal en heel voorspelbaar.
Elke dag gaat hij naar zijn werk.
Hij is een klerk, een soort administratief medewerker, op een groot kantoor bij de scheepswerf.
Een scheepswerf is een plek waar schepen worden gemaakt en gerepareerd.
Zijn werk is niet heel spannend.
Hij doet al jaren hetzelfde.
Hij schrijft dingen in grote boeken.
Hij controleert lijsten.
Hij zet stempels.
Het is een veilige stabiele baan.
Hij heeft een vast salaris en hij weet precies wat hij elke dag moet doen.
En eigenlijk is hij best tevreden.
Hij heeft een fijn gezin, een warm huis en geen grote zorgen.
Maar diep van binnen is er een klein gevoel.
Een gevoel dat hij misschien wel meer kan.
Dat zijn leven misschien wel een beetje saai is.
Zijn vrouw, Fine, is een heel praktische en nuchtere vrouw.
Ze houdt van haar man en ze steunt hem.
Ze is tevreden met hun leven en ze ziet niet waarom er iets zou moeten veranderen.
Ze is de stabiele factor in zijn leven.
Terwijl Frans soms droomt van grote avonturen, zorgt Fine ervoor dat het eten op tafel staat
en dat de rekeningen betaald worden.
Ze is zijn anker in de realiteit.
De wereld van Frans is klein en overzichtelijk.
Zijn huis, zijn kantoor, zijn gezin.
Hij heeft een paar vrienden, maar hij is geen man van de wereld.
Hij is een beetje verlegen en onzeker.
Hij kijkt op naar mensen die succesvol zijn, mensen met geld en invloed.
Hij zou ook wel zo willen zijn,
maar hij weet niet hoe, hij voelt zich klein en onbelangrijk,
vooral als hij in de buurt is van rijke, zelfverzekerde zakenmannen.
Hij is een observator, iemand die aan de zijkant staat en naar het leven van anderen kijkt.
Maar dan gebeurt er iets dat alles verandert en hem de kans geeft om zelf in de spotlights te stappen.
Het verhaal begint op een droevige dag.
De moeder van Frans Laarmans is overleden.
De hele familie is bij elkaar voor de begrafenis.
Frans voelt zich verdrietig, maar ook een beetje ongemakkelijk.
Bij de koffietafel na de begrafenis gebeurt er iets onverwachts.
Frans ontmoet daar een man genaamd mijnheer Van Schoonbeke.
Van Schoonbeke is een oude vriend van de familie,
maar Frans kent hem niet goed.
Deze man is heel anders dan Frans.
Hij is rijk, zelfverzekerd en hij heeft veel belangrijke vrienden.
Hij praat makkelijk en iedereen luistert naar hem.
Frans is diep onder de indruk.
Van Schoonbeke is alles wat Frans niet is, maar misschien wel zou willen zijn.
Van Schoonbeke ziet iets in Frans.
Misschien ziet hij zijn bescheidenheid, zijn eerlijkheid.
Of misschien heeft hij gewoon medelijden met hem.
Hij begint een gesprek met Frans en stelt voor om hem te helpen.
Hij zegt dat Frans meer in zijn mars heeft,
dan alleen maar klerk zijn op een kantoor.
Hij nodigt Frans uit om lid te worden van een exclusieve club van zakenmannen.
Een club waar belangrijke mensen elkaar ontmoeten en zaken doen.
Frans voelt zich enorm vereerd.
Hij, de kleine klerk, wordt uitgenodigd in de wereld van de groten.
Dit is het begin van zijn transformatie.
De dood van zijn moeder, een trieste gebeurtenis,
opent onverwacht een deur naar een nieuwe wereld vol mogelijkheden.
De droom begint vorm te krijgen.
Frans gaat naar een bijeenkomst van de zakenclub.
Hij voelt zich er totaal niet op zijn plek.
Hij draagt zijn beste pak, maar hij voelt zich nog steeds een buitenstaander.
De andere mannen praten over aandelen, import, export en grote contracten.
Frans begrijpt er bijna niets van.
Hij zit daar stilletjes, drinkt zijn drankje en hoopt dat niemand hem een moeilijke vraag stelt.
Maar dan neemt Van Schoonbeke hem apart.
Hij heeft een concreet voorstel voor Frans.
Hij kent de directeur van een grote Nederlandse kaasfabriek.
Deze fabriek produceert de beste volvette Edammer kazen
en ze zoeken een vertegenwoordiger voor heel België en Luxemburg.
Van Schoonbeke denkt dat Frans de perfecte man is voor deze baan.
Frans is verbijsterd.
Hij? Een kaasverkoper? Hij weet absoluut niets van kaas.
Hij weet ook niets van verkopen.
Hij heeft zijn hele leven op een kantoor gezeten.
Hij probeert te protesteren, maar Van Schoonbeke wuift zijn bezwaren weg.
Hij zegt, Frans, je bent een eerlijke en serieuze man.
Dat is wat telt.
De rest leer je vanzelf wel.
Hij schildert een prachtig beeld van de toekomst.
Frans zal zijn eigen baas zijn.
Hij zal een prachtig kantoor hebben met een secretaresse.
Hij zal door het hele land reizen en belangrijke klanten bezoeken.
En het belangrijkste, hij zal veel geld verdienen.
De titel die hij krijgt is ook indrukwekkend.
Agent-Generaal voor België en het Groothertogdom Luxemburg.
Frans hoort die woorden en zijn hoofd begint te duizelen.
Agent-Generaal.
Dat klinkt fantastisch.
Het klinkt belangrijk.
Het klinkt als het tegenovergestelde van een simpele klerk.
Thuis vertelt hij het aan zijn vrouw Fine.
Hij is opgewonden en nerveus tegelijk.
Fine is, zoals altijd, praktisch.
Ze vraagt, kaas, Frans.
Wat weten wij nu van kaas?
Ze ziet de risico's.
Frans heeft een goede vaste baan.
Waarom zou hij die opgeven voor een onzeker avontuur?
Maar ze ziet ook de droom in zijn ogen.
Ze ziet hoe graag hij dit wil.
En dus, na veel praten en twijfelen geeft ze haar zegen.
Ze zal hem steunen.
Wat er ook gebeurt.
De beslissing is genomen.
Frans Laarmans, de klerk gaat zijn ontslag indienen.
Hij wordt ondernemer.
Hij wordt de koning van de kaas.
De eerste stap is het opzeggen van zijn baan.
Frans gaat met een klein hartje naar zijn baas.
Hij verwacht misschien boosheid of teleurstelling.
Maar zijn baas is verrassend begripvol.
Hij vindt het jammer dat Frans weggaat.
Maar hij wenst hem succes.
Hij zegt zelfs dat als het niet lukt, Frans altijd mag proberen om terug te komen.
Dit geeft Frans een beetje een veilig gevoel.
Maar het voelt ook als een eerste kleine nederlaag.
Alsof zijn baas al weet dat het gaat mislukken.
Maar Frans zet door.
Hij is nu een vrij man.
Een zakenman.
Nu begint het echte werk.
Of beter gezegd, de voorbereidingen.
Want Frans stort zich niet meteen op het verkopen van kaas.
Nee.
Hij stort zich op alles eromheen.
Hij huurt een kleine kamer die hij als kantoor gaat gebruiken.
Hij koopt een indrukwekkend, groot, bureau.
Een bureau voor een directeur.
Hij koopt ook een schrijfmachine.
Een heel modern apparaat in die tijd.
Hij besteedt dagen aan het ontwerpen van zijn briefpapier.
Bovenaan het papier staat in sierlijke letters, Frans Laarmans,
Agent-Generaal voor de General Marine en Shipbuilding Company.
Oh nee, dat was zijn oude leven.
Nu staat er, Frans Laarmans, zelfstandig groothandelaar in zuivelproducten.
Hij ontwerpt logo's, stempels en visitekaartjes.
Hij is heel druk met het creëren van het imago van een succesvolle zakenman.
Hij doet alsof hij al succesvol is.
Hij vertelt zichzelf dat dit de manier is waarop het werkt.
Eerst de vorm, dan de inhoud.
En de kaas?
Oh ja, de kaas.
De kaasfabriek in Nederland stuurt hem de eerste lading.
Het is niet een doosje kaas.
Het zijn niet honderd kazen.
Nee, het zijn 20.000 kilo kaas.
10.000 rode, ronde bollen, volvette Edammer.
De kazen komen aan met een vrachtwagen en moeten ergens worden opgeslagen.
Frans heeft geen pakhuis, dus de kazen worden opgeslagen in de kelder van zijn huis.
En op de zolder en in de logeerkamer.
Zijn hele huis verandert langzaam in een kaasmagazijn.
De geur van kaas begint overal door te dringen.
In de kleren, in de gordijnen, in het behang.
Het is een constante, overweldigende herinnering aan zijn nieuwe carrière.
Frans zit nu in zijn nieuwe kantoor, achter zijn grote bureau.
Hij heeft zijn mooie briefpapier, zijn stempels,
zijn schrijfmachine en thuis heeft hij 20.000 kilo kaas.
Alles is klaar.
Nu moet hij alleen nog maar beginnen met verkopen, maar dat is nu juist het probleem.
Frans weet niet hoe, de gedachte om een winkel binnen te stappen en te zeggen,
hallo, wilt u mijn kaas kopen?
Maakt hem doodsbang, hij is verlegen, hij is bang voor afwijzing, dus hij stelt het uit.
Hij bedenkt allerlei excuses, vandaag is het te warm, morgen is het te koud.
Hij moet eerst nog een beter verkoopplan maken, hij moet eerst nog wat marktonderzoek doen.
Hij schrijft lange ingewikkelde brieven naar potentiële klanten,
maar hij durft ze niet te bellen of te bezoeken.
Hij is een meester in het voorbereiden, maar een beginner in het doen.
De dagen worden weken en de stapels kaas in zijn huis worden niet kleiner.
De droom begint langzaam te veranderen in een nachtmerrie.
De druk op Frans wordt steeds groter.
De kazen liggen in zijn huis en lijken hem aan te staren.
Zijn geld begint op te raken.
Hij heeft geïnvesteerd in zijn kantoor en zijn bureau, maar er komt geen geld binnen.
Zijn vrouw Fine blijft kalm en ondersteunend, maar ook zij begint zich zorgen te maken.
Frans voelt zich een complete mislukking.
Hij heeft opgeschept tegen zijn vrienden en familie over zijn nieuwe carrière als agent-generaal.
Nu kan hij niet zo maar opgeven, zijn trots staat in de weg.
Hij besluit dat hij het niet alleen kan.
Hij heeft hulp nodig.
Hij heeft agenten nodig, subagenten die voor hem de kaas gaan verkopen.
Hij plaatst een advertentie in de krant.
Hij zoekt dynamische verkopers met een winnaarsmentaliteit.
Er komen een paar mensen op de advertentie af.
Het zijn geen topverkopers.
Het zijn vooral mannen die net als Frans dromen van snel geld, maar weinig ervaring hebben.
Of het zijn een soort oplichters die proberen te profiteren van zijn onervarenheid.
Frans houdt sollicitatiegesprekken in zijn mooie kantoor.
Hij probeert zich voor te doen als een strenge, ervaren directeur.
Hij gebruikt moeilijke woorden die hij in de zakenclub heeft gehoord.
Hij probeert indruk te maken.
Een van de sollicitanten is een man die zegt dat hij heel Limburg voor zijn rekening kan nemen.
Frans is onder de indruk en geeft hem een contract.
De man neemt een paar kazen mee om te laten zien aan klanten en Frans hoort nooit meer iets van hem.
Frans probeert het dan toch maar zelf.
Hij pakt een aktetas, stopt er een kaas in en gaat de straat op.
Hij loopt door de stad, langs tientallen winkels, kaaswinkels, kruideniers, delicatessenwinkels.
Maar hij durft nergens naar binnen te gaan.
Hij ziet de winkeliers druk bezig met klanten.
Hij wil ze niet storen. Hij voelt zich klein en onzichtbaar.
Uiteindelijk, na uren lopen, gaat hij een klein, rustig winkeltje binnen.
De eigenaar is een oude vrouw.
Frans begint zijn ingestudeerde verkoopraatje.
Hij stottert. Hij zweet. Hij voelt zich belachelijk.
De vrouw luistert geduldig en zegt dan vriendelijk dat ze al een vaste leverancier heeft voor kaas.
Ze heeft geen nieuwe kaas nodig.
Frans voelt de afwijzing als een fysieke klap.
Hij bedankt haar en vlucht de winkel uit.
Dit is de realiteit van het verkopen.
Het is hard, het is ongemakkelijk en het is niets voor hem.
Hij is geen verkoper, hij is een klerk, hij is goed in het volgen van regels, niet in het overtuigen van mensen.
Het dieptepunt komt wanneer hij een brief krijgt van de kaasfabriek in Nederland.
Ze vragen hoe de verkoop gaat.
Ze willen cijfers zien, ze willen bestellingen zien.
Frans heeft niets te laten zien, hij heeft nog geen enkele kaas verkocht, hij moet een brief terugschrijven.
Dit is misschien wel het meest beroemde en meest trieste deel van het boek.
Frans zit achter zijn schrijfmachine en probeert een zakelijke brief te schrijven.
Maar de brief wordt een lange, persoonlijke klaagzang.
Hij beschrijft al zijn problemen.
Hij schrijft over zijn kantoor.
Zijn mislukte pogingen om te verkopen, zijn ongeschikte agenten.
Hij schrijft over de eenzaamheid en de angst.
Hij schrijft in de brief, want het is om wanhopig te worden.
Mijnheer, ik heb alles geprobeerd.
Maar de kaas en ik, wij begrijpen elkaar niet.
Het is een noodkreet.
Een bekentenis van zijn totale mislukking.
Hij stuurt de brief op.
Het is een soort overgave.
Na het versturen van die brief voelt Frans een vreemde opluchting.
Het hoge woord is eruit.
Hij hoeft niet meer te doen alsof.
Hij heeft gefaald.
En nu moet hij de consequenties aanvaarden.
Hij moet van de kaas af.
Hij kan de 20.000 kilo kaas niet gewoon weggooien.
Dat zou een enorme verspilling van geld zijn.
Hij besluit de hele partij in één keer te verkopen.
Voor een zeer lage prijs.
Hij vindt een groothandelaar die bereid is de kaas over te nemen.
Hij verliest er veel geld op, maar het maakt hem niet meer uit.
Hij wil er gewoon vanaf.
De vrachtwagens komen.
En de kazen worden uit zijn huis gehaald.
De kelder, de zolder, de logeerkamer, alles wordt weer leeg.
De geur van kaas blijft nog wel even hangen als een herinnering aan zijn mislukte avontuur.
Maar de kazen zelf zijn weg.
De droom is voorbij.
Wat nu?
Frans heeft geen baan en geen inkomen.
Zijn spaargeld is bijna op.
Hij schaamt zich diep.
Hij voelt zich een dwaas.
Maar dan is daar weer zijn vrouw.
Fine.
Zij is niet boos.
Ze is niet teleurgesteld.
Ze zegt simpelweg.
Oké, Frans.
Dat was het dan.
Wat is de volgende stap?
Haar nuchterheid en onvoorwaardelijke steun zijn precies wat hij nodig heeft.
Ze geeft hem de kracht om verder te gaan.
Hij sluit zijn kantoor.
Hij verkoopt zijn mooie, grote bureau.
Hij bergt zijn dromen van het grote geld en de belangrijke titels op.
En dan doet hij het moeilijkste wat hij ooit heeft moeten doen.
Hij slikt zijn trots in en schrijft een brief
naar zijn oude baas op de scheepswerf.
Hij vraagt of hij zijn oude baan als klerk misschien terug kan krijgen.
Hij vraagt het nederig en zonder enige garantie.
Hij legt uit dat het ondernemerschap niet voor hem is.
En dat hij verlangt naar de rust en de structuur van zijn oude werk.
Hij is weer de kleine, bescheiden Frans Laarmans.
Wat zegt dit boek nu eigenlijk?
Wat zijn de thema's?
Het gaat natuurlijk over ambitie.
Is het goed om altijd meer te willen?
Of is het beter om tevreden te zijn met wat je hebt?
Frans Laarmans is niet gelukkiger als hij zijn dromen najaagt.
Integendeel, hij wordt er doodongelukkig van.
Het boek lijkt te zeggen dat je moet accepteren wie je bent.
Als je een klerk bent, wees dan een goede klerk.
Probeer niet krampachtig een zakenman te zijn als dat niet in je aard ligt.
Dus het is geen verhaal tegen ambitie, maar wel een waarschuwing tegen de verkeerde soort ambitie.
De ambitie die niet van binnenuit komt, maar die wordt ingegeven door
wat je denkt dat anderen van je verwachten.
Een ander belangrijk thema is werk en identiteit.
Voor Frans was zijn werk als klerk gewoon een manier om geld te verdienen.
Maar als hij zijn baan verliest, verliest hij ook een deel van zijn identiteit.
Zijn nieuwe identiteit als kaasagent voelt als een kostuum dat niet past.
Het boek laat zien hoe ons werk ons leven vormt.
En hoe belangrijk het is om werk te doen dat bij je past.
Het contrast tussen het veilige, voorspelbare kantoorleven
en het risicovolle onzekere leven van een ondernemer is heel groot.
Elsschot, de schrijver, was zelf ook een zakenman naast zijn schrijverschap.
Hij kende die wereld van binnenuit, hij kende de taal, de dromen en de mislukkingen.
En dan is er natuurlijk het thema van de mislukking.
Kaas is een ode aan de mislukking.
Het laat zien dat falen niet het einde van de wereld is.
Het is pijnlijk en beschamend, maar het is ook een kans om te leren.
Frans leert een belangrijke les over zichzelf.
Hij leert dat hij geen held of een grote avonturier is.
Hij is een gewone man die gelukkig wordt van een rustig en stabiel leven.
En dat is oké.
Het boek is heel menselijk en herkenbaar.
Wie heeft er niet eens een project gestart dat compleet mislukte?
Wie heeft er niet eens een droom gehad die in duigen viel?
Het verhaal van Frans is tragisch, maar ook heel komisch.
De manier waarop hij worstelt met de kaas en met zichzelf is zo beschreven dat je met hem meeleeft,
maar ook om hem moet lachen.
Het is de humor van de herkenning.
Hoe eindigt het verhaal?
Krijgt Frans zijn oude baan terug?
Ja.
Een paar weken later krijgt hij een brief van de scheepswerf.
Hij mag terugkomen.
Zijn oude bureau is er nog.
Zijn oude collega's zijn er nog.
Alles is weer zoals het was.
De eerste dag dat hij weer naar zijn werk gaat voelt als een bevrijding.
Hij fietst naar kantoor en hij voelt zich gelukkig.
Hij is weer Frans Laarmans.
De klerk.
Hij gaat achter zijn bureau zitten, opent de grote boeken en pakt zijn pen.
Hij schrijft weer cijfers en namen.
Hij controleert lijsten.
Hij zet stempels.
En hij is volmaakt tevreden.
Het avontuur is voorbij.
De rust is wedergekeerd.
Aan het einde van het boek schrijft hij, eindelijk zat ik weer op mijn eigen plaats als een schip
dat na een lange, gevaarlijke reis veilig de haven binnenloopt.
Wat blijft er hangen na het lezen van Kaas?
Voor mij is dat het idee dat geluk niet altijd zit in grote dromen en spectaculaire successen.
Soms zit geluk in de kleine, alledaagse dingen.
In de routine van je werk, in een liefdevolle partner, in de rust van je eigen huis, zonder de geur van kaas.
Het is een prachtig, klein en wijs boek.
Het is geschreven in een hele simpele, directe stijl.
Geen moeilijke woorden.
Geen lange zinnen.
Elsschot was een meester in het weglaten.
Hij kon met heel weinig woorden een hele wereld oproepen.
Daarom is dit boek ook zo geschikt voor mensen die Nederlands leren.
Het is niet alleen een mooi verhaal.
Het is ook een goede oefening in heldere taal.
Het verhaal van Frans Laarmans is een tijdloos verhaal over dromen en de realiteit.
En het laat ons zien dat er geen schaamte is in het kiezen voor een klein, rustig en gelukkig leven.
Dit was Boekisodes van Dutch Fluency.
Voor een transcript van deze aflevering en meer ga naar dutchfluency.com/transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze