

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is maandag ochtend.
De trein staat klaar op het station.
De deuren gaan open.
Mensen stappen in.
Het is druk.
Iedereen wil naar huis of naar werk.
De trein ruikt naar koffie en natte jassen.
Buiten is het grijs en koud.
De wind wijds zacht.
Mensen dragen dikke jassen en schaals.
De trein is warm.
Het raam is koud.
Ben voelt de koud als hij naar buiten kijkt.
In de trein zit een man.
Hij heet Ben.
Ben is moe.
Hij komt van zijn werk.
Hij wil naar huis.
Hij zit bij het raam.
Hij kijkt naar buiten.
De boomen gaan snel voorbij.
Ben doet zijn ogen even dicht.
Hij denkt aan zijn banktuis.
Lekker zitten.
Lekker warm.
Hij denkt ook aan een kopje tee.
Warmtee.
Dat is fijn.
Hij glim lacht even.
Dan komt de conductor.
De conductor is een vrouw.
Ze heet Ellen.
Ellen draagt een blauwuniform.
Ze heeft een kaardlezer in haar hand.
Ze loopt door het gangpad.
Tik, tik, tik.
Mensen laten hun kaartje zien.
Ellen knikt en loopt verder.
De trein schutten beetje.
Ellen houdt zich vast aan de stoelen.
Ellen komt bij Ben.
Ben kijkt op.
Hij zoekt in zijn zak.
Geen kaartje.
Hij zoekt in zijn andere zak.
Geen kaartje.
Hij kijkt in zijn tas.
Geen kaartje.
Ben wordt rood.
Hij voelt zich warm.
Zijn handen zijn een beetje nat.
Hij voelt zich niet goed.
Ellen wacht.
Ze zegt.
Goedemorgen, meneer.
Mag ik jou kaartje zien?
Ben zegt.
Ja, een moment.
Ik heb het zo.
Hij zoekt weer.
In zijn jas.
In zijn broekzak.
Nietz.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Ben zucht.
Hij zegt.
Ik denk dat ik mijn kaartje thuis heb gelaten.
Ellen zegt.
Dat is niet goed, meneer.
U moet een kaartje hebben.
Anders moet u een boete betalen.
Ben zrit.
Een boete?
Dat is veel geld.
Hij zegt.
Maar ik heb echt een kaartje.
Ik ben het vergeten.
Het spijt me.
Ellen kijkt streng.
Ze zegt.
Regels zijn regels, meneer.
Ik moet een boete geven.
Ben voelt zich naar.
Hij heeft geen geld voor een boete.
Hij kijkt naar Ellen.
Dan ziet hij iets.
Aan Ellen's jas hangt een klein kaartje.
Het is een treinkaartje.
Ben kijkt nog eens.
Het is zijn kaartje.
Hij heeft het per ongeluk aan Ellen gegeven.
Ben lacht.
Hij zegt.
Mevrouw, kijk eens aan uw jas.
Daar hangt mijn kaartje.
Ellen kijkt naar haar jas.
Ze ziet het kaartje.
Ze wordt ook groot.
Ze zegt.
Oh, wat dom van mij.
Het spijt me meneer.
Ik dacht dat het mijn eigen kaartje was.
Ben lacht hart.
Ellen lacht ook.
De mensen in de trein kijken.
Sommige lachen mee.
Ellen zegt.
U hoeft geen boete te betalen.
Vijne dag verder.
Ben knikt.
Hij is blij.
Hij zit weer.
De trein rijd verder.
Ben kijkt naar buiten.
De lucht wordt blauw.
Hij voelt zich goed.
Wat een rare ochtend.
Maar het komt goed.
Hij denkt.
Vandaag is een goede dag.
Ik ben blij.
Ik ga naar huis.
Straks zit ik op mijn bank met een kopje tee.
De trein rijd verder.
De wielen gaan tick, tak, tick, tak.
Ben doet zijn ogen.
Hij glim lacht.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tick op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse, zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause