Alle podcasts

Johan en de Harde Boem

Dit is Johan.

Johan is een man.

Hij woont in het zuiden.

Hij woont in een dorp.

Het dorp is heel klein.

Johan woont in een mooi huis.

Het huis heeft een rode deur.

Het huis heeft grote ramen.

Noor woont ook in het huis.

Noor is de vrouw van Johan.

Noor is heel lief.

Ze hebben ook een dier.

Het is een kat.

De kat heet Minoes.

Minoes is heel dik.

Minoes is oranje met wit.

Minoes slaapt heel de dag.

Minoes houdt van slapen.

Het is nu ochtend.

De zon schijnt niet.

Het is koud buiten.

Johan zit aan de tafel.

Hij drinkt een kop koffie.

De koffie is warm en zwart.

Johan houdt van koffie.

Noor zit ook aan tafel.

Zij eet een appel.

De appel is rood en zoet.

Noor eet de appel langzaam.

Dan kijken ze naar buiten.

Het weer is niet goed.

De lucht is heel donker.

De lucht is grijs en zwart.

Johan kijkt naar de lucht.

Hij ziet veel donkere wolken.

Dan hoort Johan een geluid.

Boem!

Het is een heel hard geluid.

Het geluid komt uit de lucht.

Johan schrikt van het geluid.

Noor kijkt heel bang.

"Hoor jij dat, Johan?" vraagt Noor.

"Ja, ik hoor het," zegt Johan.

Boem!

Boem!

Daar is het geluid weer.

Het is heel hard.

De kat wordt wakker.

Minoes springt van de stoel.

Minoes rent door de kamer.

Minoes is bang voor de boem.

De dikke kat rent snel.

Een man loopt op straat.

De man is van de politie.

De man roept heel hard.

"Mensen, luister naar mij!" roept hij.

"Jullie moeten nu weg!" "Het is hier niet veilig." "Jullie moeten naar een andere stad." Johan en Noor kijken elkaar aan.

"Wij moeten weg," zegt Johan.

"Ja, wij gaan nu," zegt Noor.

Wat nemen ze mee?

Noor pakt een grote tas.

De tas is blauw.

Ze doet er veel brood in.

Het brood is vers en bruin.

Ze pakt ook flessen water.

Water is heel belangrijk.

Ze pakt ook kaas en fruit.

Johan zoekt de kat.

"Kom hier, Minoes," roept Johan.

Minoes zit onder de bank.

Minoes wil niet komen.

Johan pakt de dikke kat.

Minoes is heel zwaar.

Ze gaan naar buiten.

Ze lopen naar de auto.

De auto is oud en groen.

Johan doet de tas in de auto.

Hij zet Minoes op de bank.

Johan start de auto.

De auto doet pruttel, pruttel.

Dan rijdt de oude auto.

Ze rijden weg van het huis.

Ze rijden weg van het dorp.

Ze horen nog een keer boem.

Maar het geluid is nu ver.

Ze rijden heel lang.

Ze rijden twee uur.

De lucht wordt weer blauw.

De zon schijnt weer.

Het is warm in de auto.

Minoes slaapt weer op de bank.

Johan heeft veel honger.

"Mag ik een stuk brood?" vraagt hij.

Noor geeft hem een stuk brood.

Ze geeft ook een stuk kaas.

Johan eet het brood met kaas.

Het eten is erg lekker.

Ze komen in een nieuwe stad.

De stad is in het noorden.

Het is hier heel mooi.

Het is hier heel stil.

Er is geen boem in de lucht.

Er is geen hard geluid meer.

Ze zien een groot park.

Het park heeft veel groene bomen.

Ze stappen uit de groene auto.

Ze lopen in het mooie park.

Minoes loopt ook in het park.

Minoes ziet een kleine vogel.

De vogel vliegt snel weg.

Minoes is weer blij en rustig.

Johan en Noor zitten op een bank.

De bank is van hout.

"Het is hier goed," zegt Johan.

"Ja, het is veilig," zegt Noor.

Ze eten nog wat brood.

Ze drinken koud water.

Ze kijken naar de blauwe lucht.

Ze hebben geen huis hier.

Maar ze hebben elkaar.

En ze hebben de dikke kat.

Morgen zoeken ze een nieuw huis.

Vandaag rusten ze lekker uit.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze