
Wie is Osewoudt eigenlijk? Over de dubbelganger en de oorlog

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
FEMKE: Oké, ik gooi het er meteen in: De Donkere Kamer van Damokles is misschien wel het meest verontrustende boek dat ik ooit heb gelezen.
DAAN: Meest verontrustend?
Dat is een grote uitspraak.
Waar gaat het ook alweer over, in één zin?
FEMKE: Een kleine, vrouwelijk uitziende man genaamd Osewoudt werkt tijdens de oorlog voor het verzet, maar na de bevrijding kan hij zijn eigen onschuld niet bewijzen.
DAAN: Aha, en dat klinkt al meteen ingewikkeld.
Waarom kan hij dat niet bewijzen?
FEMKE: Omdat de enige man die hem kan vrijpleiten, ene Dorbeck, nooit gevonden wordt.
Niemand kan bevestigen dat hij bestaat, en dat is precies de kern van het boek.
DAAN: Wacht, dus misschien bestaat die Dorbeck helemaal niet?
Is hij verzonnen?
FEMKE: Dat is de grote vraag, en Hermans geeft je het antwoord niet op een presenteerblaadje.
Je moet het zelf uitzoeken, en dat is meedogenloos.
DAAN: Ik hou normaal niet van boeken waarbij je alles zelf moet invullen.
Dat voelt soms een beetje lui van de schrijver.
FEMKE: Nee, nee, dit is totaal geen luiheid.
Hermans doet dat heel bewust, want het gaat juist over de onmogelijkheid om de waarheid te kennen.
DAAN: Oké, dat snap ik wel.
En die dubbelganger, want dat is toch een thema: hoe speelt dat precies mee?
FEMKE: Dorbeck ziet er precies uit als Osewoudt, maar dan mannelijker.
Hij is als een spiegelbeeld, een donkerder versie van de hoofdpersoon.
DAAN: Dus de ene is een soort schaduw van de andere?
Dat klinkt bijna als een psychologisch verhaal.
FEMKE: Het ís een psychologisch verhaal, maar ook een oorlogsroman, en ook een thriller.
Hermans combineert dat heel slim zonder dat het rommelig wordt.
DAAN: Oké, dat klinkt indrukwekkend.
Is er een scène die je echt is bijgebleven?
FEMKE: Ja, absoluut.
Er is een moment waarop Osewoudt foto's ontwikkelt in een donkere kamer, en hij ziet iets verschijnen dat zijn hele verhaal op losse schroeven zet.
DAAN: En die donkere kamer zit ook in de titel.
Dat is niet toevallig, neem ik aan?
FEMKE: Absoluut niet.
De donkere kamer is letterlijk een plek in het verhaal, maar ook een metafoor voor het bewustzijn, voor de plek waar beelden langzaam zichtbaar worden.
DAAN: Dat is best mooi, eigenlijk.
En Damokles dan, wat heeft dat zwaard er mee te maken?
FEMKE: Osewoudt leeft voortdurend onder een dreiging die hij niet kan wegdenken.
Het zwaard hangt boven zijn hoofd, en hij weet niet wanneer het valt.
DAAN: Dat klinkt behoorlijk beklemmend.
Is dat ook de sfeer van het boek, of valt het mee?
FEMKE: Het valt absoluut niet mee.
De sfeer is grijs, koud en paranoïde.
Hermans schrijft alsof er nooit een uitweg is, en dat voelt heel echt.
DAAN: Zijn er ook zwakke punten?
Want ik wil niet denken dat jij alleen maar lovend bent over dit boek.
FEMKE: Ha, goed gevangen.
De vrouwelijke personages zijn zwak, dat moet ik eerlijk zeggen.
Ze zijn er vooral om Osewoudt te dienen als verhaalfiguur.
DAAN: Dat is een klassiek probleem bij oudere literatuur.
Stoort dat je tijdens het lezen, of kun je het wegzetten?
FEMKE: Het stoort me wel, maar het haalt het boek niet onderuit.
De kracht van het verhaal is simpelweg groter dan die tekortkoming.
DAAN: En is het moeilijk te lezen?
Want Hermans is toch niet bepaald een gemakkelijke schrijver.
FEMKE: Zijn stijl is eigenlijk heel direct en helder, dat valt mee.
Maar de inhoud is complex, want je moet de hele tijd nadenken over wat er echt gebeurt.
DAAN: Is er iets in het boek dat jou verraste, iets wat je niet zag aankomen?
FEMKE: Het einde.
Ik wil niets weggeven, maar het einde laat je met een gevoel alsof de grond onder je wegvalt.
Ik heb het boek een kwartier neergelegd voordat ik verder kon.
DAAN: Dat is een behoorlijk sterke reactie.
Oké, voor wie zou jij dit boek aanraden?
FEMKE: Voor iedereen die houdt van literatuur die je niet loslaat.
Maar ook voor wie geïnteresseerd is in de Tweede Wereldoorlog vanuit een moreel perspectief, niet alleen een historisch.
DAAN: En voor mensen die graag zekerheid hebben over de afloop, zou je zeggen: kijk liever een detectiveserie?
FEMKE: Precies, als je wil dat alles netjes wordt opgelost, dan is dit echt het verkeerde boek.
Hermans geloofde niet in nette oplossingen.
DAAN: Nou, na alles wat je hebt gezegd ga ik het toch maar lezen.
Al was het maar zodat ik jou eindelijk een keer kan tegenspreken met bewijs.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze