Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Pim Fortuyn en de Politiek

Het is een koude ochtend in Den Haag.

De wind waait door de straten.

Mensen lopen snel naar hun werk.

In een klein café zit Jan.

Hij drinkt koffie en leest het nieuws op zijn telefoon.

Jan is een gewone man.

Hij werkt in een winkel.

Hij is niet boos, maar hij is wel verbaasd.

Op zijn telefoon ziet hij een bericht.

Het bericht zegt: "Waarom kan rechts niet wat links heeft laten uitvoeren met Pim Fortuyn?" Jan kijkt naar de woorden.

Hij begrijpt het niet goed.

Hij denkt: "Wat betekent dit?

Pim Fortuyn is al lang dood.

Waarom praten mensen nog over hem?" Jan herinnert zich de tijd van Pim Fortuyn.

Het was in 2002.

Pim Fortuyn was een politicus.

Hij was anders dan andere politici.

Hij zei dingen die mensen niet altijd leuk vonden.

Sommige mensen vonden hem geweldig.

Andere mensen vonden hem gek.

Jan was toen jong.

Hij vond Pim Fortuyn interessant.

Pim Fortuyn wilde dingen veranderen in Nederland.

Hij had veel ideeën.

Maar hij is vermoord.

Dat was heel erg.

Nu ziet Jan dit bericht op internet.

Het is van een man die "tokkie" heet.

Dat is een scheldwoord voor mensen die rare dingen zeggen op internet.

Jan leest de reacties.

Mensen zijn boos.

Ze zeggen: "Links heeft alles kapotgemaakt!" Andere mensen zeggen: "Rechts is ook niet goed!" Jan zucht.

Hij denkt: "Waarom zijn mensen altijd boos?" Hij drinkt zijn koffie.

De koffie is warm.

De geur van koffie vult het café.

Jan kijkt naar buiten.

De stad is grijs.

De mensen lopen snel.

Niemand praat met elkaar.

Jan denkt aan zijn buurman, meneer De Vries.

Meneer De Vries is oud.

Hij praat altijd over vroeger.

Hij zegt: "Vroeger was alles beter." Maar Jan weet niet of dat waar is.

Jan voelt zich verdrietig.

Hij wil dat mensen vriendelijk zijn.

Hij wil dat mensen naar elkaar luisteren.

Maar op internet is het altijd druk en boos.

Jan betaalt voor zijn koffie.

Hij staat op.

Hij loopt naar de deur.

De eigenaar van het café zegt: "Tot morgen, Jan!" Jan glimlacht.

Hij zegt: "Ja, tot morgen." Buiten voelt Jan de koude wind.

Hij trekt zijn jas dicht.

Hij loopt naar zijn werk.

Hij denkt aan het bericht.

Hij denkt: "Pim Fortuyn is weg.

Maar de vragen blijven.

Waarom kunnen mensen niet gewoon samen praten?" Jan komt bij de winkel.

Hij opent de deur.

De bel gaat: tingeling.

Zijn collega, Marie, staat achter de kassa.

Ze zegt: "Hé Jan, je bent laat!" Jan lacht.

Hij zegt: "Ja, ik was in het café.

Ik las iets raars op internet." Marie kijkt hem aan.

Ze zegt: "Op internet is altijd iets raars.

Niet te veel lezen, hoor!" Jan knikt.

Hij zet zijn jas op.

Hij begint met zijn werk.

Maar in zijn hoofd is het bericht nog steeds.

Hij denkt: "Misschien is het goed dat we praten over vroeger.

Maar we moeten ook naar de toekomst kijken." Aan het einde van de dag gaat Jan naar huis.

Hij loopt door de stad.

De lichten gaan aan.

De stad wordt rustig.

Jan is moe.

Hij is niet boos.

Hij is alleen een beetje verdrietig.

Hij hoopt dat mensen ooit vriendelijker worden.

Hij hoopt dat we samen kunnen leven, zonder haat.

Als hij thuis is, maakt hij een kopje thee.

Hij zit in zijn stoel.

Hij kijkt naar de televisie.

Maar hij ziet niets.

Hij denkt aan Pim Fortuyn.

Hij denkt: "Misschien is het niet belangrijk wie rechts of links is.

Misschien is het belangrijk dat we goed voor elkaar zorgen." Jan drinkt zijn thee.

De thee is zoet.

Hij voelt zich een beetje beter.

Hij glimlacht.

Morgen is een nieuwe dag.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze