
Stemgerechtigden die van plan zijn om woensdag niet te gaan...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er is een man. De man heet Jan. Jan is in Nederland.
In Nederland mensen gaan stemmen. Stemmen is belangrijk. Jan weet dat. Jan gaat altijd stemmen.
Vandaag is een speciale dag in Nederland. Vandaag gaat Jan stemmen. Jan heeft een vrouw.
De vrouw heet Lisa. Lisa gaat ook stemmen. Zij gaat met Jan stemmen. Jan en Lisa hebben een kind.
Het kind heet Tim. Tim is de jong. Tim kan niet stemmen. Maar Tim weet stemmen is belangrijk. Jan,
Lisa en Tim gaan naar het stemhuis. Het stemhuis is groot. Er zijn veel mensen. Alle mensen gaan stemmen. Jan
ziet een vrouw. De vrouw gaat niet stemmen. Jan vraagt waarom ga je niet stemmen? De vrouw zegt ik
heb geen tijd. Ik heb werk. Jan is verbaasd. Jan zegt? Stemmen is belangrijk. Jij moet stemmen. De vrouw denkt.
Zij zegt. Ja, je hebt gelijk. Ik ga stemmen. Jan is blij. Hij gaat stemmen. Lisa gaat stemmen. De vrouw
gaat ook stemmen. Iedereen gaat stemmen. Tim ziet dat. Hij zegt. Ik ben jong. Ik kan niet stemmen. Maar
als ik groot ben ga ik ook stemmen. In Nederland stemmen is belangrijk. Jan weet dat. Lisa weet dat. Iedereen weet dat. Nu
weet Tim dat ook. In Nederland, iedereen gaat stemmen. Dat is goed. Dat is de Nederlandse manier. En Tim
wacht. Hij wordt groot. En dan gaat Tim ook stemmen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze