

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dit is Kim. Kim is 8 jaar. Kim heeft een rode jas. De jas is warm. Kim wont in een groot gebouw.
Het gebouw is grijs. Er zijn veel kinderen in het gebouw. Kim kent bas.
Bas is ook 8 jaar. Bas heeft een blauwe trui. De trui is groot. Kim en Bas zijn in de gang.
De gang is lang. Er zijn veel deuren, de deuren zijn wit. Kim zegt ik wil buiten spelen.
Bas zegt ik ook. Kim en Bas lopen naar de deur. De deur is zwaar. Kim doet de deur. De deur gaat open.
Buiten is het koud. De lucht is grijs. Kim heeft haar rode jas aan. Bas heeft zijn blauwe trui aan.
Er is een klein stuk gras. Het gras is groen. Kim ziet het gras. Kim rent naar het gras. Bas rent ook.
Ze spelen op het gras. Het is fijn. Kim ruik de koude lucht. De lucht ruik naar regen. Bas hoort een
vogel. De vogel zingt. Kim ziet een gele bloem in het gras. De bloem is klein. Kim lacht.
Een vrouw komt naar buiten. De vrouw heet Mia. Mia is de moeder van Bas. Mia heeft een schaal.
De schaal is gil. Mia zegt. Bas. Het is koud. Bas zegt. Ja, maar ik speel. Mia lacht.
Mia gaat weer naar binnen. Kim kijkt naar het gebouw. Het gebouw is groot. Er zijn veel ramen. Kim ziet
haar kamer is klein, maar haar kamer is van haar. Even tussendoor. Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram dan stuur ik je een
speciaal kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering. Veel plezier verder met het verhaal. Kim
kijkt nog eens. Het licht is gil. Het licht is warm. Bas roept. Kim kijkt. Bas heeft een bal. De bal is
Kim vankt de bal. Bas vankt de bal. Het is leuk. Kim groeit de bal. Bas rent. Bas vankt de bal. Ze lachen.
Na een tijd is het donker. De lucht is nu zwart. Er zijn sterren. Kim kijkt naar de sterren. De sterren zijn
mooi. Bas kijkt ook. Bas zegt. Dat is veel sterren. Kim zegt. Ja, heel veel. Kim ziet een grote
sterren. De sterren zwit. De sterren is helder. Mia roept van uit de deur. Mia zegt. Bas. Kim.
Kom binnen. Kim en Bas lopen naar de deur. De deur is zwaar. Bas doet de deur. Ze gaan naar binnen. Het
is warm binnen. Kim ruikt eten. Het eten ruikt goed. Het ruikt naar zoep. De soep is warm. Kim gaat naar haar
kamer. De kamer is klein. Er is een bed. Het bed is zacht. Er is een lamp. De lamp geeft licht. Kim
zit op het bed. Kim is moe. Maar Kim is ook blij. Bas is haar vriend. Bas is een goede vriend. Kim ligt haar
rode jas op de stoel. De stoel is brown. Kim kijkt naar de jas. De jas is warm. Net als deze plek. Kim
denkt aan buiten. De lucht was koud. Het gas was groen. De sterren waren mooi. Bas was lief. Kim is blij.
Ze heeft een fijne dag. Kim slaapt tot de volgende keer. Bedankt voor het luisteren naar
Dutch Fluency. Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen. Spreek
Nederlandse zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze