

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo en welkom bij Bookie Zoets, de podcast van Dutch Fluency waar we elke dag een
beroemd boek samenvatten.
Ik ben Rick en ik ben blij dat je luistert.
Vandaag hebben we een heel speciaal en heel krachtig boek, de vliegeraar van Khaled Hosseini uit
2003.
De originele titel is The Kite Runner.
Stel je eens voor.
Je bent een volwassen man, je woont in Amerika, je hebt een goed leven.
Maar dan, op een dag, krijg je een telefoontje, een stem uit je verleden.
En die stem zegt, er is een manier om het weer goed te maken.
Zou je gaan?
Zou je alles achterlaten om een fout uit je jeugd te herstellen?
Een fout die je al meer dan 20 jaar achtervolgt.
Dit is de vraag waar de hoofdpersoon van ons verhaal, Amir, mee worstelt.
Zijn verhaal begint niet met dat telefoontje, maar veel eerder.
In de winter van 1975, in de stad Kabul, de hoofdstad van Afghanistan.
Een dag waarop alles veranderde, een dag met een vliegerwedstrijd, een blauwe vlieger, en
een vreselijke gebeurtenis in een steegje.
Dit boek pakt je vast van af de eerste pagina en laat je niet meer los.
Het is een verhaal over vriendschap, familie, verraad en de zoektocht naar vergeving.
Laten we samen ontdekken waarom.
Het verhaal speelt zich dus grotendeels af in Kabul, Afghanistan, in de jaren 70.
Voor dat je misschien denkt aan beelden van oorlog en conflict, moet je een heel ander Caboul
voorstellen.
In die tijd was het een relatief vredige en welvarende stad.
Er waren brede straten met bomen, bioscopen, markten vol geuren en kleuren.
Het was een tijd van monarchie.
Voordat de Sovjet-Unie binnenviel en alles voorgoed veranderde.
In deze stad woont onze hoofdpersoon, Amir.
Hij is een jongen van ongeveer 12 jaar oud.
Hij komt uit een rijke en gerespecteerde familie.
Zijn vader, die hij Baba noemt, is een belangrijke en invloedrijke man.
Baba is groot, sterk en zelfverzekerd.
Amir is precies het tegenovergestelde.
Hij is stil, onzeker en houdt meer van boeken en poëzie dan van sport.
Amir verlangt constant naar de aandacht en goedkeuring van zijn vader,
maar hij voelt dat hij nooit goed genoeg is.
En dan is er Hassan.
Hassan is de zoon van Ali, de bediende van Baba en Amir.
Hassan en Ali wonen in een klein huisje in de tuin van de grote villa van Amir en Baba.
Hassan is anders dan Amir.
Hij is een Hazara, een etnische minderheid in Afghanistan, die vaak wordt gediscrimineerd.
Amir en zijn vader zijn Pashtun, de dominante en machtigste bevolkingsgroep.
Hassan kan niet lezen of schrijven, maar hij is ongelooflijk loyaal, moedig en heeft een hart van goud.
Hij is Amirs beste en enige vriend.
Ze groeien samen op, ze spelen samen, ze zijn onafscheidelijk.
Hassan is de perfecte vriend.
Als iemand Amir pest, verdedigt Hassan hem.
Wat Amir ook vraagt, Hassan doet het.
Zijn meest bekende zin, die hij vaak tegen Amir zegt, is, voor jou duizend maal.
Het betekent dat hij alles voor Amir zou doen, duizend keer opnieuw.
Deze diepe, maar ongelijke vriendschap, vormt de kern van het hele verhaal.
Amir is de meester, Hassan de dienaar, maar in hun kinderharten zijn ze gewoon vrienden.
Of is het toch ingewikkelder dan dat?
De winter in Kabul was een magische tijd voor de kinderen.
De scholen waren gesloten vanwege de sneeuw, en het was het seizoen van de vliegerwedstrijden.
Dit was geen simpel spelletje.
Het was een serieuze competitie, een gevecht in de lucht.
Elke jongen had zijn eigen vlieger.
Het doel was om de touwen van de andere vliegers door te snijden met je eigen touw, dat vaak was bedekt met een laagje glas.
De laatste vlieger die in de lucht bleef, was de winnaar.
Voor Amir was de jaarlijkse winterwedstrijd van 1975 ontzettend belangrijk.
Hij zag het als zijn enige kans om eindelijk het respect en de liefde van zijn vader Baba te winnen.
Baba was zelf een legendarische vliegeraar in zijn jeugd.
Als Amir kon winnen zou zijn vader misschien eindelijk trots op hem zijn.
Hassan was, zoals altijd, zijn trouwe partner.
Hij was de beste vliegeraar van de stad.
Een vliegeraar, de kite runner uit de titel, was de persoon die achter de gevallen vliegers aanrende.
Wanneer een vlieger werd doorgesneden en naar beneden dwarrelde, was het een erezaak om die vlieger te vangen.
Hassan had een bijna magisch talent om precies te weten waar een vlieger zou landen.
De laatste vlieger die verslagen werd, de blauwe vlieger, was de meest prestigieuze trofee.
De wedstrijd was spannend.
Tientallen vliegers dansten en vochten in de koude blauwe lucht.
Amir was nerveus, maar met Hassan aan zijn zijde voelde hij zich sterker.
Uur na uur, sneed zijn vlieger de ene na de andere tegenstander uit de lucht.
Uiteindelijk waren er nog maar twee vliegers over, die van Amir en een andere, een rode,
na een lang en intens gevecht, lukte het Amir.
Hij won.
Hij was de kampioen.
Vanaf het dak van hun huis zag hij zijn vader applaudisseren en juichen.
Het was het mooiste moment van zijn leven, maar dat moment van triomf zou snel veranderen in een nachtmerrie.
Terwijl de stad feestvierde, had Hassan maar één missie.
Hij moest de laatste verslagen vlieger, de blauwe vlieger, voor Amir gaan halen.
Het was het bewijs van zijn overwinning.
Hassan glimlachte naar Amir en zei zijn beroemde woorden.
Voor jou, duizend maal en hij rende weg, de straten in.
Amir wachtte, maar Hassan kwam niet terug.
Na een tijdje werd hij ongerust en ging hij hem zoeken.
Hij vond Hassan uiteindelijk in een rustig steegje, maar Hassan was niet alleen.
Hij was omsingeld door drie oudere, grotere jongens.
De leider van de groep was Assef, een sadistische pestkop die Hazara's haatte.
Assef had de blauwe vlieger in zijn handen.
Hij wilde de vlieger, maar Hassan weigerde die te geven.
Hassan zei, Amir is mijn vriend, Assef lachte hem uit.
En toen gebeurde het.
Amir, die zich had verstopt achter een muur, keek toe.
Hij was bevroren van angst.
Hij zag hoe Assef en zijn vrienden Hassan vasthielden.
Hij zag hoe ze Hassan verschrikkelijk pijn deden en hem misbruikten.
Het was een daad van extreem geweld en vernedering.
En Amir deed niets.
Hij had een keuze kunnen maken.
Hij had kunnen schreeuwen, help kunnen halen, een steen kunnen gooien, maar hij deed het niet.
Hij was te bang.
Hij draaide zich om en rende weg.
Weg van het geluid.
Weg van zijn vriend.
Weg van zijn eigen lafheid.
Dit moment van verraad zou hem voor de rest van zijn leven achtervolgen.
Even later kwam Hassan terug, met de blauwe vlieger in zijn hand.
Zijn kleren waren gescheurd, hij bloedde, maar hij gaf de vlieger aan Amir.
Geen van beiden zei een woord over wat er was gebeurd, maar alles was veranderd.
De vriendschap was gebroken.
Na de vreselijke gebeurtenis in het steegje, kon Amir Hassan niet meer onder ogen komen.
Elke keer als hij Hassan zag, zag hij zijn eigen lafheid en verraad.
De aanwezigheid van Hassan was een constante, pijnlijke herinnering aan zijn schuld.
De vriendschap, die ooit zo vanzelfsprekend was, werd vergiftigd door schaamte en geheimhouding.
Amir begon Hassan te vermijden.
Hij kon de stille, loyale blik van zijn vriend niet verdragen.
Het schuldgevoel vrat aan hem.
Hij wilde dat Hassan boos werd.
Hem confronteerde, iets zei, maar Hassan bleef stil en trouw.
Wat het voor Amir alleen maar erger maakte.
Amir voelde dat er maar één oplossing was.
Hassan moest weg.
Als Hassan er niet meer was, zouden de herinneringen misschien ook verdwijnen.
Dus bedacht hij een verschrikkelijk plan.
Het was Amirs dertiende verjaardag.
Hij had een groot feest en kreeg veel cadeaus, waaronder een nieuw horloge.
De volgende dag verstopte hij het horloge en wat geld
onder het matras van Hassan.
Daarna ging hij naar zijn vader en vertelde hem dat Hassan zijn cadeaus had gestolen.
Baba confronteerde Ali en Hassan.
Amir verwachtte dat Hassan zou ontkennen, dat er een ruzie zou komen.
Hij hoopte dat zijn vader Hassan zou straffen en wegsturen.
Maar tot Amirs grote schok en ontzetting gebeurde er iets onverwachts.
Toen Baba aan Hassan vroeg, heb jij het horloge en het geld gestolen?
Keek Hassan even kort naar Amir.
En toen zei hij, ja, Hassan bekende een misdaad
die hij niet had begaan.
Hij offerde zichzelf op, opnieuw, voor Amir.
Baba was geschokt, maar hij deed iets wat Amir nog minder verwachtte.
Hij vergaf Hassan.
Hij zei dat het hem niet uitmaakte, maar het was te laat.
Ali, de vader van Hassan had alles begrepen.
Hij wist dat zijn zoon onschuldig was en dat zijn positie in het huis onhoudbaar was geworden.
Met grote waardigheid zei Ali tegen Baba dat hij en Hassan weggingen.
Baba smeekte hen om te blijven.
Hij huilde zelfs.
Iets wat Amir nog nooit had gezien, maar Ali was vastbesloten.
Diezelfde dag nog pakten Ali en Hassan hun spullen en verlieten het huis waar ze hun hele leven hadden gewoond.
Amir keek vanuit zijn raam hoe ze wegliepen in de regen.
Hij had gekregen wat hij wilde.
Hassan was weg, maar de opluchting kwam niet.
In plaats daarvan voelde hij een nog diepere, zwaardere last van schuld.
De regen die dag voelde als een symbool voor het verdriet en de leegte die hij had gecreëerd.
Een paar jaar later veranderde niet alleen het leven van Amir, maar heel Afghanistan.
In negentienhonderdnegenenzeventig viel de Sovjet-Unie het land binnen.
De relatieve vrede was voorbij.
Oorlog, geweld en onzekerheid namen de controle over.
Voor Baba, een trotse en onafhankelijke man die de Russen haatte, was het leven in een bezet land ondenkbaar.
Hij besloot dat ze moesten vluchten.
De reis was gevaarlijk en zwaar.
Ze verlieten hun grote luxe huis en al hun bezittingen.
Ze reisden 's nachts, verstopt in de laadbak van een vrachtwagen.
Samen met andere vluchtelingen.
Ze moesten de grens met Pakistan oversteken.
Het was een reis vol angst en ontbering.
Amir zag de wereld van zijn jeugd instorten.
Uiteindelijk, na een lange en moeilijke tijd in een vluchtelingenkamp in Pakistan,
slaagden ze erin om naar Amerika te komen.
Ze vestigden zich in Fremont, California.
Voor Amir was dit een nieuw begin, maar voor Baba was het een enorme stap terug.
In Kabul was hij een rijk en gerespecteerd man.
In Amerika was hij een anonieme immigrant.
Hij werkte lange dagen bij een benzinestation.
Een baan die ver beneden zijn vroegere status was.
Hij miste zijn land, zijn status, zijn oude leven.
Amir daarentegen, bloeide op in Amerika.
Hij ging naar de universiteit en studeerde af als schrijver.
Iets wat zijn vader nooit echt had begrepen of goedgekeurd.
Op een lokale Afghaanse markt ontmoette hij Soraya.
De dochter van een voormalige Afghaanse generaal.
Ze werden verliefd.
Voordat ze trouwden, bekende Soraya aan Amir een geheim uit haar verleden.
Een fout die ze had gemaakt.
Amir was onder de indruk van haar moed om zo eerlijk te zijn.
Hij wilde haar ook zijn geheim vertellen.
Het geheim over Hassan, maar hij kon het niet.
De woorden bleven in zijn keel steken.
Ze trouwden.
Baba overleed niet veel later aan Kanker.
En Amir bouwde een succesvol leven op als romanschrijver.
Hij had een huis, een carrière,
een liefdevolle vrouw.
Hij leek alles te hebben.
Maar het verleden liet hem nooit helemaal los.
De schaduw van Hassan en het steegje in Kabul was er altijd.
En dan, in de zomer van 2001, gebeurt het.
Het telefoontje dat alles weer op zijn kop zet.
Amir is 38 jaar oud.
Hij krijgt een telefoontje uit Pakistan.
Het is Rahim Khan.
De oude wijze vriend van zijn vader.
Rahim Khan was altijd als een oom voor Amir geweest.
Hij was de enige volwassene die Amirs passie voor schrijven altijd had aangemoedigd.
Rahim Khan klinkt zwak aan de telefoon.
Hij vertelt Amir dat hij erg ziek is en niet lang meer te leven heeft.
En dan zegt hij de woorden die de kern van het hele boek vormen.
Kom naar Pakistan.
Er is een manier om het weer goed te maken.
Amir weet onmiddellijk waar Rahim Khan het over heeft.
Het gaat over Hassan.
Het gaat over 1975.
De oude schuld die hij dacht begraven te hebben onder zijn nieuwe leven in Amerika komt met volle kracht terug.
Hij worstelt met de beslissing.
Zijn vrouw Soraya moedigt hem aan om te gaan.
Amir reist naar Peshawar.
Een stad in Pakistan vlak bij de Afghaanse grens.
Daar ontmoet hij een sterk vermagerde en zieke Rahim Khan.
Rahim Khan vertelt Amir wat er in Afghanistan is gebeurd, sinds hij en Baba zijn gevlucht.
Hij vertelt over de wreedheid van de Taliban.
die nu de macht hebben en dan vertelt hij Amir het verhaal van Hassan.
Na het vertrek van Amir en Baba had Rahim Khan het huis onderhouden.
Hij voelde zich eenzaam en zocht Hassan en zijn vrouw op en vroeg hem om bij hem in het huis in Kabul te komen wonen.
Hassan had inmiddels een zoon genaamd Sohrab, maar het geluk was van korte duur.
De Taliban kwamen aan de macht en omdat Hassan een Hazara was werd hij als minderwaardig beschouwd.
Op een dag kwamen Talibanstrijders naar het huis en executeerden ze Hassan en zijn vrouw op straat,
omdat ze weigerden het huis te verlaten.
Hun zoon Sohrab was nu een wees en leefde in een weeshuis in het door oorlog verscheurde Kabul.
En dan onthult Rahim Khan het laatste schokkende geheim.
Hij vertelt Amir dat Hassan niet zomaar de zoon van de bediende was.
Hassan was de zoon van Baba. Hij was Amirs halfbroer.
Baba had een affaire gehad met de vrouw van Ali. Dit verklaart alles.
Waarom Baba Hassan nooit kon wegsturen, waarom hij huilde toen ze vertrokken,
waarom hij altijd een speciaal soort schuldgevoel leek te hebben.
Amir is verwoest door dit nieuws.
Zijn hele jeugd, zijn hele relatie met zijn vader en met Hassan,
wordt in een nieuw pijnlijk licht geplaatst.
Rahim Khans verzoek wordt nu duidelijk.
Hij vraagt Amir om naar Kabul te gaan.
Het Kabul dat nu onder controle is van de Taliban om Sohrab te vinden en hem in veiligheid te brengen.
Er is een manier om het weer goed te maken.
Het is niet alleen een kans om Sohrab te redden, maar ook om eindelijk boete te doen voor zijn eigen verraad
en voor de zonden van zijn vader.
De reis naar verlossing is een gevaarlijke reis terug naar huis.
De Vliegeraar is meer dan alleen een spannend verhaal.
Het is een boek dat diep ingaat op een aantal universele menselijke thema's.
Het meest centrale thema is natuurlijk schuld en verlossing.
Amir draagt meer dan 20 jaar een enorm schuldgevoel met zich mee.
Zijn lafheid als kind definieert zijn hele leven.
Het boek stelt de vraag, kun je een vreselijke fout ooit echt goedmaken?
Is verlossing mogelijk?
De reis van Amir terug naar Afghanistan is niet alleen een fysieke reis,
maar ook een spirituele zoektocht naar vergeving.
Niet alleen van anderen, maar vooral van zichzelf.
Hij moet letterlijk en figuurlijk terugkeren naar de plek van zijn misdaad om vrede te vinden.
Het beroemde citaat van Rahim Khan, er is een manier om het weer goed te maken,
is de motor van de tweede helft van het boek.
Het suggereert dat het nooit te laat is om het juiste te doen.
Ook al is de weg daarnaartoe, moeilijk en pijnlijk.
Een ander belangrijk thema is vriendschap en verraad.
De relatie tussen Amir en Hassan is complex en hartverscheurend.
Ze zijn beste vrienden, maar hun vriendschap wordt overschaduwd door sociale klasse,
etniciteit en jaloezie.
Amir is de bevoorrechte Pashtun, Hassan, de onderdrukte Hazara.
Amir is jaloers op de aandacht die Hassan van Baba krijgt.
Zonder te weten dat Hassan zijn halfbroer is.
Het ultieme verraad in het steegje vernietigt hun band.
Maar de loyaliteit van Hassan blijft een constante factor, zelfs na zijn dood.
De zin, voor jou, duizend maal, echoot door het hele verhaal als een symbool van onvoorwaardelijke
liefde en opoffering.
Daarnaast is het thema van vaders en zonen cruciaal.
Amir zoekt zijn hele leven naar de goedkeuring van zijn vader, Baba.
Hij voelt zich nooit goed genoeg voor deze sterke, principiële man.
Pas als volwassene begint hij de complexiteit en de offers van zijn vader te begrijpen.
De onthulling dat Baba ook de vader van Hassan is, zet hun hele relatie op zijn kop.
Het toont aan dat zelfs de meest principiële mensen hun eigen geheimen en fouten hebben.
Het boek laat zien hoe de zonden van de vader worden doorgegeven aan de zoon.
En hoe Amir uiteindelijk de cyclus moet doorbreken, door te doen wat zijn vader niet kon.
De waarheid erkennen en proberen de schade te herstellen.
Het boek is ten slotte ook een portret van de recente geschiedenis van Afghanistan.
Het neemt ons mee van het idyllische pre-oorlogse koninkrijk naar de Sovjetinvasie, de burgeroorlog
en de brute heerschappij van de Taliban.
Het maakt de politieke geschiedenis persoonlijk door te laten zien hoe grote gebeurtenissen
het leven van gewone mensen beïnvloeden en vernietigen.
Dus Amir gaat terug.
Hij laat zijn comfortabele leven in Amerika achter en reist naar een Afghanistan dat hij niet meer herkent.
Kabul is een stad in puin, geregeerd door de angst en de extreme regels van de Taliban.
Het vinden van Sohrab, de zoon van Hassan, is een gevaarlijke en bijna onmogelijke missie.
Hij vindt het weeshuis, maar Sohrab is er niet.
De directeur vertelt hem dat een Talibanleider regelmatig jongens uit het weeshuis meeneemt voor zijn eigen
vermaak. En ja, hij heeft Sohrab meegenomen. Amir regelt een ontmoeting met deze leider en in een
schokkende wending blijkt het Assef te zijn, de pestkop uit zijn jeugd. Dezelfde Assef, die Hassan
heeft aangevallen. Hij is nu een machtige en sadistische Talibancommandant en hij heeft Sohrab bij zich gekleed
in make-up en gedwongen om te dansen. Assef herkent Amir en stelt een gevecht voor.
Alleen als Amir hem verslaat, mag hij Sohrab meenemen. Wat volgt is een bruut gevecht. Amir,
de man die altijd wegliep voor geweld, wordt bijna doodgeslagen. Maar dan, op het moment dat
Assef Amir wurgt, grijpt de kleine Sohrab zijn katapult, net zoals zijn vader Hassan dat vroeger
deed en schiet hij een metalen bal in het oog van Assef. Ze weten te ontsnappen. De weg naar buiten is niet
makkelijk. Sohrab is diep getraumatiseerd en stil. Wanneer hij hoort dat hij misschien weer naar
een weeshuis moet, doet hij een zelfmoordpoging. Hij overleeft het, maar stopt volledig met praten.
Amir slaagt er uiteindelijk in om Sohrab mee te nemen naar Amerika. De schuld is betaald, maar de
wonden zijn diep. Het einde van het boek is niet perfect gelukkig, maar het is hoopvol. Maanden later zijn
Amir, Soraya en Sohrab in een park in Californië. Er zijn andere Afghanen die vliegeren. Amir
koopt een vlieger en begint te spelen. Sohrab kijkt alleen maar toe, zonder emotie. Amir daagt
een andere vliegeraar uit en snijdt zijn touw door. Hij kijkt naar Sohrab en ziet een kleine glimlach
op zijn gezicht. Amir biedt aan om de gevallen vlieger voor Sohrab te gaan halen en terwijl hij weg
rent, draait hij zich om naar de stille jongen en zegt hij de woorden die Hassan zo vaak tegen hem
zei. Voor jou, duizend maal. De cirkel is rond. De schuld is misschien niet weg, maar er is een weg
gevonden om ermee te leven. Er is een manier gevonden om weer goed te zijn. De Vliegeraar is een
onvergetelijk boek omdat het ons laat zien dat zelfs na het diepste verraad en de grootste fouten
er altijd een kans is op herstel en verlossing. Hoe moeilijk de weg ook is. Dit was een Boekisode
van Dutch Fluency. Voor een transcript van deze aflevering ga naar DutchFluency.com slash
transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze