Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Koude Kasten, Warme Hoofden

Op vrijdagochtend liep ik door Den Haag naar mijn taalles.

De straat rook naar vers brood en natte stenen.

Bij de kleine supermarkt van Els stond de deur open.

Normaal hoorde ik daar het zachte geluid van de koelkasten.

Nu hoorde ik vooral Els. ‘Rick, voel hier eens aan,’ zei ze.

Ze hield een pak melk tegen mijn hand.

Het voelde minder koud dan ik gewend was.

Achter haar knipperde een rood lichtje. ‘Alles stond goed toen ik gisteren vertrok.

Nu loopt de temperatuur op.

En de computer doet niet wat ik vraag.’ Ik zette mijn tas naast de kassa. ‘Zal ik iemand bellen?’ ‘Karim is onderweg.

Hij kijkt altijd naar onze computers.’ Els schoof een pluk haar achter haar oor. ‘Tot hij er is, verkoop ik niets uit deze kasten.

Ik wil zeker weten dat het nog goed is.’ Een klant met een gele regenjas keek naar de lege plek in zijn mandje. ‘Dus geen yoghurt?’ ‘Vandaag krijgt u gratis geduld,’ zei Els. ‘Dat staat alleen niet in de aanbieding.’ De man lachte, maar Els keek alweer naar het rode licht.

Ik hielp haar kaartjes te schrijven: tijdelijk niet te koop.

Op de radio werd intussen gesproken over aanvallen op computers van winkels in verschillende Europese landen.

Via internet konden onbekenden de instellingen van koelkasten veranderen.

Volgens een deskundige hadden bedrijven te lang gewacht met belangrijke aanpassingen.

Els draaide het geluid zachter. ‘Dat klinkt ineens een stuk minder ver weg,’ zei ze.

Karim kwam binnen met zijn jas nog half open.

Hij vroeg wat er was gebeurd en ging achter de computer zitten.

Zijn vingers bewogen snel over de toetsen.

Daarna bleef hij even stil. ‘Jullie kasten zijn verbonden met internet.

Dat is handig voor het bedrijf dat ze onderhoudt.

Maar iemand anders lijkt ook toegang te hebben gekregen.’ ‘Maar onze voordeur heeft twee sloten,’ zei Els. ‘Die houden niemand tegen die via internet binnenkomt.’ Ik keek naar de zware deur en daarna naar het kleine scherm.

Dat vond ik een vreemd idee.

Els had veel geld uitgegeven aan stevige sloten.

Toch kon iemand haar winkel raken zonder ooit door onze straat te lopen.

Karim haalde de verbinding met internet weg en belde het bedrijf dat de kasten had geleverd.

Daarna controleerde hij of ze nog zonder die verbinding konden werken.

Els liep intussen met een thermometer langs de producten.

Alles werd apart gehouden totdat duidelijk was wat nog verkocht mocht worden.

De winkel rook naar koffie die niemand opdronk. ‘Hebben jullie eerder een brief over nieuwe instellingen gekregen?’ vroeg Karim.

Els pakte een map onder de toonbank vandaan.

Tussen rekeningen zat een brief met bovenaan: belangrijke aanpassing.

Ze las een paar regels en zuchtte. ‘Deze heb ik apart gelegd.

Ik dacht dat het reclame was.

Er staan ook drie aanbiedingen op de achterkant.’ ‘Een waarschuwing met korting,’ zei ik. ‘Dan weet je tenminste zeker dat niemand hem serieus neemt.’ Els keek me aan. ‘Daar mag je straks een les over geven.

Maar eerst wil ik weten wat ik had moeten doen.’ Haar stem klonk scherp.

Ik begreep het.

Een grap maakte de melk niet kouder.

Karim legde rustig uit dat de oude toegangscode veranderd had moeten worden.

Ook stond er nieuwe software klaar, maar die was nog niet geplaatst. ‘Dat had beter uitgelegd moeten worden,’ zei hij. ‘Toch is wachten ook geen oplossing.

Als niemand controleert of het werk gedaan is, blijft iedereen denken dat een ander het wel regelt.’ Els belde zelf naar de leverancier.

Ze vroeg niet alleen wanneer de kasten weer goed zouden werken.

Ze wilde ook weten wie voortaan contact zou opnemen en wat zij zelf moest controleren.

Ik hoorde haar zeggen: ‘Stuur geen brief vol moeilijke woorden.

Bel me en loop de stappen met me door.’ Tegen de middag werden de kasten weer koud.

Een deel van de producten mocht na controle terug in de verkoop.

Andere spullen moesten worden weggegooid.

Els schreef het verlies op een vel papier.

Het bedrag was hoger dan ik had verwacht. ‘Voor dit geld had ik liever vakantie genomen,’ zei ze. ‘Dan was ik tenminste zelf even uit geweest.’ Ik kwam te laat bij mijn klas, maar had wel een verhaal.

We praatten over verantwoordelijkheid en over brieven die belangrijk lijken zonder duidelijk te zijn.

Na de les liep ik terug naar Els.

Het rode licht was uit.

Ze gaf me mijn vergeten tas en een warme kop koffie.

Ik voelde me weer rustig, al bleef haar vraag in mijn hoofd hangen: wie controleert of iets echt gedaan is?

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause