

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zaterdagmiddag in Den Haag.
De zon schijnt door de ramen van een klein huis.
Het licht valt op de witte muren en maakt de keuken warm.
Rick zit aan de keukentafel.
Hij is moe.
Hij heeft de hele week gewerkt.
Nu wil hij iets lekkers.
Hij opent de koelkast.
De koelkast maakt een zacht geluid.
Daar staat een doos.
Een grote, witte doos.
Op de doos staat: 'Taart - voor zondag'.
Rick denkt: 'Het is bijna zondag.
Ik kan al een klein stukje nemen.' Hij maakt de doos open.
De taart ruikt zoet.
Het is een appeltaart met kaneel.
De geur van kaneel vult de keuken.
Rick snijdt een klein stukje.
Het mes glijdt door de zachte taart.
Hij eet het op.
Het is heerlijk.
De smaak van appel en kaneel is zoet en warm.
Hij neemt nog een stukje.
En nog een.
Na een uur is de taart bijna weg.
Alleen een klein stukje is nog over.
Rick kijkt naar de doos.
Hij voelt zich een beetje schuldig, maar de taart was zo lekker.
Op zondagochtend komt Ricks vriendin binnen.
Ze heet Lisa.
Ze heeft een rode jas aan.
Ze kijkt naar de doos.
Ze zegt: 'Rick, waar is de taart?' Rick lacht.
Hij zegt: 'Ik heb een klein stukje genomen.
Maar toen...' Lisa kijkt boos.
Haar ogen worden groot.
Ze zegt: 'Die taart was voor het feest van mijn moeder vandaag!' Rick wordt rood.
Zijn wangen worden warm.
Hij zegt: 'O, sorry.
Ik dacht dat het voor ons was.' Lisa zucht.
Ze zegt: 'Nee, het was een speciale taart.
Mijn moeder heeft hem gebakken.
Ze gebruikte haar eigen recept.' Rick voelt zich dom.
Hij gaat snel naar de bakker.
De bakker is om de hoek.
Hij koopt een nieuwe taart.
Maar de bakker heeft geen appeltaart.
Alleen een chocoladetaart.
De chocoladetaart is bruin en glimt.
Rick koopt de chocoladetaart.
Hij gaat naar huis.
Hij geeft de doos aan Lisa.
Lisa maakt de doos open.
Ze kijkt naar de taart.
Ze zegt: 'Dit is geen appeltaart.
Mijn moeder houdt niet van chocolade.' Rick zegt: 'O nee.
Wat nu?' Lisa denkt na.
Ze zegt: 'We gaan naar de winkel.
We kopen appels en kaneel.
We bakken zelf een taart.' Rick knikt.
Hij is blij dat Lisa een idee heeft.
Rick en Lisa gaan naar de winkel.
De winkel is groot en licht.
Ze kopen appels, bloem, suiker en kaneel.
De appels zijn groen en rood.
Thuis maken ze de taart samen.
Lisa snijdt de appels in kleine stukjes.
Het mes maakt een tik-geluid op het snijplank.
Rick mengt het deeg.
Zijn handen zijn bedekt met bloem.
De keuken ruikt naar kaneel.
De geur is sterk en zoet.
Na twee uur is de taart klaar.
Hij ziet er mooi uit.
De korst is goudbruin.
Lisa lacht.
Ze zegt: 'Het is niet perfect, maar het is van ons.' Rick geeft haar een knuffel.
Hij zegt: 'Sorry voor de andere taart.
Ik was te gretig.' Lisa lacht.
Ze zegt: 'Het is oké.
Nu hebben we een verhaal om te vertellen.' Ze gaan naar het feest.
Het feest is bij Lisa's moeder thuis.
Lisa's moeder proeft de taart.
Ze zegt: 'Het is anders dan normaal, maar het is lekker.
Jullie hebben goed werk gedaan.' Rick is opgelucht.
Hij voelt zich beter.
Hij denkt: 'Volgende keer vraag ik eerst.
Ik wacht tot zondag.' Hij lacht en neemt nog een stuk taart.
De taart smaakt naar kaneel en samenwerking.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze