

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Kees woont in een klein dorp.
Hij heeft een boomgaard met veel appelbomen.
Elke dag loopt hij naar zijn bomen.
Hij kijkt naar de rode en groene appels.
De zon schijnt warm op zijn gezicht.
De vogels zingen in de takken.
Kees vindt het fijn om buiten te zijn.
Hij ruikt de frisse lucht en de geur van gras.
De kleuren van de appels zijn helder in het zonlicht.
Op een dag komt zijn buurman Jan langs.
Jan ziet er bezorgd uit.
Hij zegt: 'Kees, ik hoor iets over Amerika.'
Ze gaan misschien meer geld vragen voor spullen uit andere landen.
Kees kijkt naar zijn appels.
Hij zegt: 'Wat heeft dat met mijn appels te maken?'
Jan antwoordt:
Misschien kopen ze dan geen appels meer van ons.
Jan wrijft over zijn kin.
Hij kijkt naar de grond.
Kees denkt na.
Hij verkoopt zijn appels aan een winkel in de stad.
Die winkel stuurt de appels naar Amerika.
Kees zegt, dat is niet goed.
Mijn appels zijn lekker en vers.
Waarom zouden ze ze niet kopen?
Jan haalt zijn schouders op.
Ik weet het niet, maar ik maak me zorgen.
Jan loopt weg en Kees blijft alleen achter.
Kees loopt naar zijn keuken.
Hij pakt een appel en bijt erin.
De appel is zoet en knapperig.
Hij hoort het geluid van de beet.
Hij denkt, mijn appels zijn goed.
Mensen houden ervan.
Hij kijkt naar de lucht.
De wolken zijn wit en de lucht is blauw.
Het is een mooie dag.
Hij voelt de warme wind.
De volgende dag gaat Kees naar de markt.
Hij zet zijn kratten met appels neer.
Mensen komen langs en kopen appels.
Een vrouw zegt,
Uw appels zijn heerlijk.
Kees lacht.
Hij verkoopt veel appels.
Maar hij denkt ook aan Amerika.
Hij ziet de rode en groene appels in de kratten.
Ze glanzen in de zon.
's Avonds zit Kees in zijn tuin.
Hij drinkt koffie en kijkt naar de sterren.
Zijn hond ligt naast hem.
Kees zegt tegen de hond.
Ik maak me geen zorgen.
Even tussendoor bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Mijn appels zijn goed.
Er zijn altijd mensen die ze willen.
De hond kwispelt met zijn staart.
Kees hoort de krekels in het gras.
Een week later komt Jan weer langs.
Hij zegt,
Kees, het is nog niet zeker.
Maar sommige mensen in Amerika zeggen,
we kopen geen appels meer.
Kees knikt.
Hij zegt: 'Dat is jammer. Maar ik kan mijn appels ook hier verkopen.'
Mensen in het dorp houden van ze.
Hij plukt een appel van een boom en geeft hem aan Jan.
Jan bijt erin en glimlacht.
Kees gaat naar de winkel in de stad.
Hij praat met de eigenaar.
De eigenaar zegt,
we kunnen de appels aan andere landen verkopen.
Of we maken er sap van.
Kees vindt dat een goed idee.
Hij zegt,
ja, sap is ook lekker.
En mensen drinken graag sap.
De eigenaar knikt en lacht.
Tuis maakt Kees een plan.
Hij gaat meer appels plukken.
Hij maakt sap en taarten.
Hij verkopt alles op de markt.
Zijn vrienden helpen hem.
Samen werken ze hard.
Het is gezellig.
Ze lachen en praten.
De keuken ruikt naar appels en kanil.
In de herfst is de boomgaard vol met appels.
Kees plukse allemaal.
Hij maakt sap en taarten.
De mensen in de dorp kopen alles.
Kees is blij.
Hij denkt,
Amerika is verweg.
Mijn appels zijn hier dichtbij.
Dat is goed.
Hij ziet de rode en groene appels in de manden.
Jan komt langs met een fless sap.
Hij zegt,
Kees,
dit sap is heerlijk.
Je hebt gelijk.
We hebben Amerika niet nodig.
Kees lacht.
Hij drinkt een glaas sap.
Het smaakt naar zon en zomer.
Hij voelt zich te vreden.
De hond ligt aan zijn voeten.
Kees leert dat veranderingen soms eng zijn.
Maar hij vindt altijd een oplossing.
Zijn appels en zijn vrienden maken hem gelukkig.
De boomgaard blijft mooi.
En Kees blijft appelsplukken.
Elk jaar opnieuw.
Hij denkt aan de zon,
de vogels,
en de zoete appels.
Alles is goed.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze