

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo, ik ben Rick.
Ik woon in Den Haag.
Ik werk bij een garage.
Mijn garage is klein, maar fijn.
De garage is wit en heeft een grote deur.
De deur is blauw.
Gisteren was er een grote storm.
Het regende heel hard.
Het water viel met veel lawaai op het dak.
Het water maakte een zacht, nat geluid.
Er viel ook ijs uit de lucht.
Het ijs was klein, maar hard.
Het maakte een tikkend geluid op de auto's.
Het tikkende geluid was overal.
Veel auto's kregen schade.
De eigenaren waren niet blij.
Ze waren boos en verdrietig.
Vandaag is het druk in de garage.
Mijn collega heet Tom.
Tom is vriendelijk en sterk.
Hij heeft grote handen.
We werken samen aan auto's.
De telefoon gaat vaak.
Het geluid van de telefoon is luid.
Mensen bellen voor hulp.
Ze zeggen: 'Mijn auto heeft plekjes.' Ik antwoord: 'Kom maar langs.' Een man komt binnen.
Zijn auto is wit.
De witte auto heeft kleine rondjes.
De rondjes zijn van het ijs.
De rondjes zijn overal op de auto.
Ik kijk naar de auto.
Ik zie de rondjes in het licht.
Ze glinsteren een beetje.
Ik zeg: 'Geen probleem.' Tom lacht en zegt: 'We maken het weer mooi.' We beginnen met werken.
Ik gebruik een speciale lamp.
De lamp maakt warmte.
De warmte is zacht en helpt de rondjes weg.
De lamp is geel en geeft een warm licht.
Tom gebruikt een zachte doek.
Hij poetst de auto voorzichtig.
De doek is wit en zacht.
De geur van zeep is fris.
Het is een fijne geur.
Het ruikt naar bloemen.
De man wacht in de kantine.
Hij drinkt koffie.
De koffie ruikt sterk.
Hij leest een krant.
De krant heeft veel foto's.
Na een uur is de auto klaar.
De auto ziet er weer goed uit.
De auto glimt in het licht.
De man is blij.
Hij zegt: 'Dank jullie wel.' Ik glimlach en zeg: 'Graag gedaan.' De man betaalt en vertrekt.
Dan komt er een vrouw.
Haar auto is rood.
De rode auto heeft ook plekjes.
Ze is zenuwachtig.
Ze loopt snel en kijkt naar haar auto.
Ze vraagt: 'Is het erg?' Ik antwoord: 'Nee hoor, het is makkelijk.' Tom en ik werken snel.
We maken de rode auto ook mooi.
De vrouw lacht en bedankt ons.
Ze geeft ons een doos koekjes.
Dat is lief.
De koekjes ruiken zoet.
Ze ruiken naar vanille.
De dag gaat snel voorbij.
Om vijf uur sluiten we de garage.
De deur gaat dicht met een zwaar geluid.
Ik ben moe, maar tevreden.
Tom zegt: 'Het was een goede dag.' Ik knik en zeg: 'Ja, we hebben veel geholpen.' Buiten is de lucht blauw.
De storm is voorbij.
De zon schijnt.
Ik loop naar huis.
Ik denk aan de auto's.
De mensen waren blij met onze hulp.
Dat voelt goed.
Ik denk aan de man met de witte auto.
Hij was eerst boos, maar later blij.
En de vrouw met de rode auto.
Ze gaf ons koekjes.
Dat was lief.
Morgen is er weer een dag.
Dan komen er misschien meer auto's.
Maar dat is oké.
Ik hou van mijn werk.
Het is leuk om auto's mooi te maken.
En de mensen zijn altijd vriendelijk.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze