Alle podcasts

Erasmus van Rotterdam

Vandaag praat ik je bij over een van de slimste Nederlanders ooit.

Zijn naam is Desiderius Erasmus.

Hij werd geboren in Rotterdam, waarschijnlijk in 1466, en hij werd een van de belangrijkste denkers van zijn tijd.

Waarom praten we vandaag nog over hem?

EN

Omdat Erasmus Europa leerde denken.

Hij leerde mensen om vragen te stellen.

Hij leerde ze om niet alles te geloven wat een koning of een priester zei.

En dat, beste luisteraar, is een cadeau dat we vandaag nog gebruiken.

Ik wil je meenemen naar zijn wereld.

Stel je voor, het is rond 1500.

De boekdrukkunst is net uitgevonden.

Boeken zijn niet meer alleen voor rijke mensen.

mensen.

Ineens kan een slimme jongen uit Rotterdam lezen wat Griekse filosofen duizend jaar eerder hebben opgeschreven.

Voor Erasmus was dat magisch.

Hij las Latijn, hij las Grieks en hij zag dat de Bijbel in zijn eigen tijd vol fouten zat.

Monniken hadden de teksten overgeschreven en bij elke kopie slopen er kleine fouten in.

Erasmus dacht, ik ga terug naar de originele tekst.

Ik ga de echte woorden zoeken.

Die aanpak heet humanisme.

Humanisme is een moeilijk woord, maar het betekent iets eenvoudigs.

Het betekent dat je gelooft in de kracht van de mens.

Je gelooft dat mensen kunnen leren, kunnen groeien, kunnen kiezen.

Je gelooft ook dat redelijkheid belangrijker is dan geweld.

Erasmus haatte oorlog.

Hij schreef keer op keer, oorlog is dom.

Oorlog lost niks op.

Oorlog maakt alles kapot.

Hij schreef dat in een tijd waarin koningen elkaar bevochten om een stuk land of een mooie bruid.

Dat was moedig.

Maar Erasmus was niet alleen serieus, hij had ook humor.

En dat brengt ons bij zijn beroemdste boek, Lof der Zotheid.

Dat is een boek waarin de zotheid, oftewel de dwaasheid, zelf aan het woord is.

Zij houdt een grappige speech waarin ze uitlegt hoe dom mensen zijn.

Rijke kooplieden, dikke monniken, trotse koningen, ze krijgen allemaal een veeg uit de pan.

Het is satire, een soort cabaret van 500 jaar geleden.

En het is snoeischerp.

Laat me je meenemen naar het moment waarop Erasmus dit boek begon.

Het is zomer, 1509.

EN

Erasmus zit in een houten koets.

De paarden klepperen over een modderige weg door Vlaanderen, op weg naar de kust, op weg naar Engeland.

De koets schudt heftig en bij elke hobbel stoot zijn knie tegen de houten wand.

Hij ruikt paardenzweet en natte aarde.

Door het kleine raampje ziet hij velden voorbijglijden, grijs onder een lage lucht.

Zijn reisgenoot slaapt.

Erasmus kan niet slapen.

Zijn hoofd draait.

Hij denkt aan zijn vriend Thomas More, de Engelse denker bij wie hij straks zal logeren.

Hij denkt aan de monniken die hij onderweg heeft gezien, dik en lui, met goud om hun nek.

Hij denkt aan priesters die Latijn brabbelen zonder te weten wat ze zeggen.

En ineens, daar op die schokkende koets, komt er een idee.

Wat als de dwaasheid zelf een boek schreef?

Wat als ze al die grote, deftige mensen belachelijk maakte?

Hij moet lachen.

Hij lacht zo hard dat zijn reisgenoot half wakker wordt.

Erasmus pakt een houten schrijfbordje, een ganzenveer.

Een klein potje inkt dat gevaarlijk heen en weer wiebelt.

Hij begint te schrijven, in zijn hoofd, in zinnen, in grapjes.

De paarden lopen door.

De zon zakt.

En in die koets, tussen Vlaanderen en de zee, wordt lof der zotheid geboren.

Als Erasmus eenmaal bij Thomas More in Londen aankomt, werkt hij het boek in één week uit.

Ze lachen er samen om.

Ze weten allebei, dit gaat stof doen opwaaien.

En dat doet het ook.

Het boek wordt een hit.

Het wordt vertaald, herdrukt, gelezen aan hoven en in kloosters.

Sommige mensen zijn woedend, anderen zijn dolblij.

Erasmus heeft iets geraakt en hij weet het.

Nu, beste luisteraar, vraag jij je misschien af, waarom is die man zo belangrijk?

Ik zal het je uitleggen.

Erasmus leefde in een tijd waarin Europa op het punt stond om te exploderen.

Luther zou kort daarna zijn 95 stellingen op de kerkdeur van Wittenberg spijkeren.

Er kwam een geloofsoorlog aan die tachtig jaar zou duren in ons land alleen al.

En wat deed Erasmus?

Hij bleef rustig.

Hij bleef bij zijn boeken.

Hij zei, laten we niet schreeuwen, laten we denken.

EN

Laten we eerst de teksten goed lezen voordat we elkaar vermoorden om een interpretatie.

Dat maakt hem modern.

Je kunt je goed voorstellen dat Erasmus vandaag op een universiteit zou zitten of aan een tafel bij een talkshow om ons te waarschuwen.

Niet te snel oordelen, zegt hij.

Niet je vijand tot een monster maken.

Lees eerst.

Denk eerst.

Spreek dan pas.

Zijn invloed is enorm.

Hij schreef een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament, rechtstreeks uit het Grieks.

Luther gebruikte die vertaling.

De Engelse koning Hendrik de Achtste las zijn werk.

Keizer Karel de Vijfde bood hem een baan aan.

Maar Erasmus wilde niet bij een koning horen.

Hij wilde vrij blijven.

Hij reisde tussen Parijs, Leuven, Bazel en Rotterdam.

Altijd met een koffer vol boeken.

Hij was een Europeaan voordat Europa bestond.

En dan komt de vraag, waarom staat hij vandaag toch een beetje in de schaduw?

Kinderen leren op school over Willem van Oranje.

Ze leren over Rembrandt.

Maar Erasmus? Vaak niet meer dan een naam op een brug in Rotterdam.

Ik denk dat het komt doordat Erasmus geen oorlog voerde en geen schilderij maakte.

Hij schreef alleen maar.

En toch, zonder hem zou onze manier van denken anders zijn.

Zonder hem zou de kritische wetenschap niet bestaan.

Zonder hem zouden veel debatten veel botter zijn.

Hij heeft ons fijnheid geleerd.

Er is nog iets wat ik mooi vind aan Erasmus.

Hij was een buitenkind.

Hij werd geboren als onwettig kind, zoon van een priester en een dienstmeisje.

Hij verloor zijn ouders jong aan de pest.

Hij werd in een klooster geduwd waar hij zich ongelukkig voelde.

Maar in plaats van bitter te worden maakte hij van zijn leven een wonder.

Hij leerde, hij schreef, hij reisde, hij bouwde een netwerk van vrienden door heel Europa.

Hij liet zien dat je uit het niets kunt opstaan als je maar nieuwsgierig blijft.

Erasmus stierf in 1536 in Basel, in Zwitserland.

Hij werd ongeveer 70 jaar oud, wat in die tijd oud was.

Op zijn sterfbed sprak hij geen plechtige woorden.

Hij sprak Nederlands, zeggen ze.

Zijn moedertaal.

Na al die jaren Latijn en Grieks keerde hij aan het einde terug naar de taal van zijn jeugd.

Dat vind ik ontroerend.

Dus, beste luisteraar, wat neem jij mee uit dit verhaal?

Misschien dit.

Je hoeft niet te schreeuwen om invloed te hebben.

Je hoeft geen leger op te bouwen om Europa te veranderen.

Soms is een pen en een helder hoofd genoeg.

Soms is het genoeg om vragen te stellen.

Goede vragen.

Eerlijke vragen.

Erasmus deed dat 500 jaar geleden.

En zijn vragen galmen vandaag nog na.

Als je deze podcast leuk vond, doe dan iets kleins.

Lees een bladzijde.

Stel een vraag.

Schrijf een zin in het Nederlands.

Dat is precies het advies dat Erasmus je zou geven.

Drie woorden om te onthouden.

De geleerde. Erasmus was een geleerde die door heel Europa reisde.

De dwaasheid. In zijn beroemde boek liet hij de dwaasheid zelf aan het woord.

De vrede. Erasmus schreef vaak over het belang van vrede tussen landen.

Een vraag voor jou.

Waar begon Erasmus zijn boek Lof der Zotheid te bedenken?

A.

EN

In een klooster in Rotterdam.

B.

In een koets op weg naar Engeland.

C.

Aan het hof van Karel V.

Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze