

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude ochtend in Den Haag.
De wind waait hard.
Ik hoor de wind door de bomen.
De bladeren ritselen.
Ik ruik de koude lucht.
De lucht ruikt naar regen.
Ik loop naar de bushalte.
Ik draag mijn nieuwe jas.
De jas is blauw.
Hij is warm.
Ik ben blij met mijn jas.
De jas is zacht.
Ik voel de stof.
De stof voelt zacht aan.
Bij de bushalte staat een man.
Hij kijkt naar mijn jas.
Hij zegt, mooie jas.
Ik zeg, dank u.
De man draagt ook een blauwe jas.
Dezelfde jas.
Dat is grappig.
De man lacht.
Ik lach ook.
De man heeft een hoed op.
De hoed is grijs.
Het waait.
De hoed waait bijna weg.
De man houdt zijn hoed vast.
De bus komt.
De bus is geel.
We stappen in.
De bus is vol.
De man en ik staan naast elkaar.
De bus rijdt.
De bus maakt een hard geluid.
Het geluid is luid.
De man kijkt weer naar mijn jas.
Hij zegt, is die jas van jou?
Ik zeg, ja, natuurlijk.
De man zegt, nee, die jas is van mij.
Ik lach.
Nee, echt niet, zeg ik.
Ik heb deze jas gisteren gekocht.
De man schudt zijn hoofd.
Ik heb deze jas ook gisteren gekocht.
Zegt hij.
Bij de winkel op het plein.
Nu kijk ik naar mijn jas.
De jas is nieuw, maar de man heeft gelijk.
De jassen zijn hetzelfde.
Dezelfde kleur.
Dezelfde maat.
Dezelfde knopen.
Alleen de mijne heeft een klein scheurtje bij de zak.
De man zegt, kijk.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Kijk, mijn jas heeft een scheurtje bij de zak.
Ik kijk. Ja, zijn jas heeft ook een scheurtje.
Precies hetzelfde scheurtje.
Ik voel me raar.
Heb jij mijn jas?
Vraag ik.
De man haalt zijn schouders op.
Misschien hebben we de jassen geruild, zegt hij.
In de winkel? Ik denk na.
Gisteren was het druk in de winkel.
Ik heb mijn jas gepast.
Misschien heb ik de jas van de man gepakt.
En hij de mijne. De winkel was vol.
Mensen liepen heen en weer.
Het was warm in de winkel.
Ik hoorde veel stemmen.
Ik rook de nieuwe kleren.
De rij was lang.
Ik was moe.
Ik pakte een jas.
Ik dacht dat het mijn jas was.
We stappen uit bij dezelfde halte.
De man zegt, laten we de jassen ruilen.
Ik knik.
We doen onze jassen uit.
We ruilen.
Nu heb ik zijn jas.
Hij heeft mijn jas.
We lachen.
Sorry, zeg ik.
Geen probleem, zegt de man.
Het is een grappige fout.
Ik loop naar huis.
De jas voelt hetzelfde.
Maar nu is het mijn jas.
Ik ben blij.
Wat een rare ochtend.
Een fout, maar een lieve fout.
Ik denk na over de man.
Hij was aardig.
De jas is weer van mij.
De wind waait nog steeds.
Maar ik voel me warm.
Ik voel de jas om me heen.
De jas is zacht.
Ik ruik de jas.
De jas ruikt nieuw.
Ik ben blij.
Wat een bijzondere dag.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze