Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Laatste Groet

Het is maandagochtend in Oslo.

De zon schijnt, maar de lucht is grijs.

In een klein café zit Kari.

Ze drinkt koffie en kijkt naar buiten.

Ze ziet veel mensen op straat.

Iedereen loopt langzaam.

Niemand lacht vandaag.

Kari is 45 jaar en werkt in een boekwinkel.

Ze leest het nieuws op haar telefoon.

De koning van Noorwegen is vorige week gestorven.

Over tien dagen is de grote bijeenkomst voor hem.

Kari zucht.

Ze kent de koning niet, maar ze vindt het jammer.

Haar vriendin Ingrid komt binnen.

Ingrid werkt ook in de winkel.

Ze bestelt een thee en gaat zitten.

"Heb je het nieuws gehoord?" vraagt Ingrid.

"Ja," zegt Kari.

"De koning is dood.

Het is zo stil in de stad." "Ik voel me ook raar," zegt Ingrid.

"Hij was altijd daar.

Nu is hij weg." Kari knikt.

"Mijn oma vertelde vroeger over hem.

Ze zei dat hij een goede man was." "Mijn vader werkte vroeger bij het paleis," zegt Ingrid.

"Hij zei dat de koning altijd vriendelijk was." De twee vriendinnen drinken hun koffie en thee.

Buiten loopt een oude man met een hond.

De hond kwispelt niet.

De man kijkt naar de grond.

"Ik wil iets doen," zegt Kari.

"Iets voor de koning." "Wat dan?" vraagt Ingrid.

"Ik weet het niet.

Misschien bloemen kopen.

Of een kaart schrijven." "Dat is een goed idee," zegt Ingrid.

"We kunnen samen gaan." Na hun pauze lopen ze naar de bloemenwinkel.

De winkel is klein en ruikt naar rozen.

De eigenaar, meneer Hansen, staat achter de toonbank.

Hij ziet er moe uit.

"Goedemorgen," zegt hij.

"Wat kan ik voor jullie doen?" "We zoeken bloemen voor de koning," zegt Kari.

Meneer Hansen knikt.

"Iedereen koopt vandaag bloemen.

Ik heb witte rozen en rode tulpen." "Witte rozen zijn mooi," zegt Ingrid.

"Ze zijn rustig." Kari koopt drie witte rozen.

Ingrid koopt twee rode tulpen.

Ze betalen en lopen naar buiten.

"Waar leggen we de bloemen neer?" vraagt Ingrid.

"Voor het paleis," zegt Kari.

"Daar liggen al veel bloemen." Ze lopen naar het paleis.

Het is een groot gebouw met witte muren.

Voor de deur ligt een grote stapel bloemen.

Mensen staan stil en kijken.

Sommige mensen huilen zacht.

Kari en Ingrid leggen hun bloemen bij de andere bloemen.

Ze staan een moment stil.

Kari denkt aan haar oma.

Haar oma hield van de koning.

Ze zei altijd: "Hij is onze vader." "Kom," zegt Ingrid zacht.

"Laten we naar huis gaan." Ze lopen terug naar het café.

De lucht wordt lichter.

De zon komt door de wolken.

"Het is vreemd," zegt Kari.

"Ik voel me verdrietig, maar ook kalm." "Ja," zegt Ingrid.

"We hebben iets gedaan.

Dat helpt." Ze drinken nog een kop koffie.

Daarna gaan ze naar huis.

Kari zit op de bank en kijkt naar de foto van haar oma.

Ze glimlacht.

"Dag koning," zegt ze zacht.

"Dank je voor alles." De volgende dag gaat Kari weer naar de winkel.

De mensen praten over de koning.

Een klant zegt: "Hij was een goed mens." Kari knikt.

In de middag komt Ingrid binnen.

Ze heeft een kleine doos bij zich.

"Kijk," zegt ze.

"Ik heb iets gevonden." Ze opent de doos.

Er ligt een oude munt in.

Op de munt staat het gezicht van de koning.

"Mijn vader gaf me dit," zegt Ingrid.

"Hij kreeg het vroeger van de koning." "Wow," zegt Kari.

"Dat is speciaal." "Ik wil het bewaren," zegt Ingrid.

"Als een herinnering." Kari kijkt naar de munt.

Ze denkt aan de koning en aan haar oma.

Ze voelt zich warm van binnen.

"Weet je," zegt ze.

"De koning is weg, maar zijn verhaal leeft verder." Ingrid glimlacht.

"Ja, dat is waar." Die avond zit Kari thuis.

Ze eet soep en kijkt naar het nieuws.

De verslaggever praat over de koning.

Kari luistert goed.

Ze leert nieuwe dingen over zijn leven.

Hij hield van de natuur en van zijn honden.

Kari lacht.

"Hij was net als wij," zegt ze tegen haar kat.

"Gewoon een mens." De kat miauwt en springt op haar schoot.

Kari aait de kat en denkt na.

Het leven is kort.

Je moet genieten van elke dag.

De volgende week gaat Kari naar de grote bijeenkomst.

Het is druk op het plein.

Duizenden mensen staan samen.

Ze zijn stil.

Kari ziet Ingrid in de menigte.

Ze zwaait.

Ingrid komt naast haar staan.

"Het is groot," zegt ze.

"Ja," zegt Kari.

"Maar het voelt goed." Ze luisteren naar de toespraken.

Mensen vertellen over de koning.

Ze lachen om grappige verhalen.

Ze huilen om mooie woorden.

Kari voelt zich onderdeel van iets groots.

Na de bijeenkomst lopen ze naar huis.

De zon schijnt warm.

"Ik ben blij dat we gekomen zijn," zegt Ingrid.

"Ik ook," zegt Kari.

"Het was een mooie dag." Ze stoppen bij het café en drinken koffie.

De eigenaar zet muziek aan.

Het is een vrolijk liedje.

"Muziek?" vraagt Kari.

"Ja," zegt de eigenaar.

"De koning hield van muziek.

We moeten vieren." Kari en Ingrid lachen.

Ze dansen een beetje op hun stoel.

Het voelt goed om te lachen.

"Het leven gaat door," zegt Kari.

"Ja," zegt Ingrid.

"En dat is oké." Ze drinken hun koffie en praten over gewone dingen.

Over werk, over eten, over de vakantie.

De dag eindigt rustig.

Thuis kijkt Kari naar de foto van haar oma.

Ze zegt: "Oma, de koning is bij jou nu.

Pas goed op elkaar." Ze glimlacht en gaat slapen.

De volgende dag begint weer normaal.

Maar Kari voelt zich anders.

Ze is dankbaar voor de kleine dingen.

Voor koffie, voor vrienden, voor bloemen.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze