Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een schaap in de tuin

Het is zaterdagochtend.

De zon schijnt.

De lucht is blauw.

Ik zit in mijn tuin.

Ik drink koffie.

De koffie is warm.

Ik ruik de koffie.

De koffie ruikt lekker.

Ik hoor de vogels.

De vogels zingen in de bomen.

Alles is rustig.

Ik voel de zon op mijn gezicht.

De zon is warm.

Ik kijk naar de bloemen.

De bloemen zijn rood en geel.

Ik zie een vlinder.

De vlinder is mooi.

De vlinder is geel en oranje.

Ik drink mijn koffie.

De koffie is lekker.

Ik ruik de koffie weer.

De koffie ruikt nog steeds lekker.

Ik hoor de vogels weer.

De vogels zingen nog steeds.

Ik voel de zon op mijn gezicht.

De zon is warm.

Ik ben blij.

Ik zit rustig in mijn tuin.

Ik drink mijn koffie.

De koffie is warm.

Maar dan hoor ik een geluid.

Bèèèh.

Ik kijk op.

Wat is dat?

Ik hoor het weer.

Bèèèh.

Het geluid is hard.

Het komt uit de tuin van de buren.

Ik zet mijn kopje neer.

Ik sta op.

Ik loop naar de schutting.

De schutting is van hout.

De schutting is bruin.

Ik kijk over de schutting.

En ja hoor.

Daar staat een schaap.

Een groot wit schaap.

Het schaap kijkt naar mij.

Ik kijk naar het schaap.

Het schaap heeft een dikke witte vacht.

De vacht is zacht.

Ik ruik het gras.

Het gras is nat van de dauw.

Het gras ruikt fris.

Wat doet een schaap in de tuin?

De buren zijn op vakantie.

Ik weet het niet.

Ik bel de buren.

Ik pak mijn telefoon.

Ik bel.

Maar niemand neemt op.

Ik hoor de telefoon gaan.

Maar niemand neemt op.

Ik bel de politie.

Niet voor een noodgeval.

Ik zeg: er is een schaap in de tuin.

De politie lacht.

Ze zeggen: dat is niet ons werk.

Ik bel de dierenambulance.

Zij komen.

Ik wacht.

Ik kijk naar het schaap.

Het schaap eet gras.

Het schaap zegt: bèèèh.

Ik lach.

Ik wacht nog even.

Ik kijk naar de bloemen.

De bloemen zijn rood en geel.

Ik zie de vlinder weer.

De vlinder is mooi.

Ik hoor de vogels.

De vogels zingen in de bomen.

Ik ruik het gras.

Het gras is nat.

Ik voel de zon.

De zon is warm.

Ik wacht.

Na een tijdje komt de dierenambulance.

Een mevrouw stapt uit.

Ze kijkt naar het schaap.

Ze lacht.

Ze zegt: dit schaap is van de boer.

Hij is ontsnapt.

De boer woont hier niet ver vandaan.

De mevrouw pakt een touw.

Ze doet het touw om de nek van het schaap.

Het schaap loopt mee.

Het schaap zegt: bèèèh.

Ik zwaai.

Het schaap is weg.

Mijn tuin is weer rustig.

Ik drink mijn koffie.

De koffie is koud.

Maar ik ben blij.

Het was een rare ochtend.

Ik denk aan het schaap.

Het was een groot wit schaap.

Ik hoop dat het schaap veilig thuis is.

Ik kijk nog eens naar de schutting.

De tuin van de buren is leeg.

Ik hoor de vogels weer.

Alles is rustig.

Ik denk: wat een rare ochtend.

Maar het was ook een mooie ochtend.

De zon is warm.

De lucht is blauw.

Ik ben blij.

Tot de volgende.

Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause