

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, ik zie iets op tv.
EMMA: Wat zie je?
RICK: Een programma stopt.
LARS: Welk programma?
RICK: Het programma van de overheid.
EMMA: De overheid?
Dat is groot nieuws.
Ik kijk elke dag naar het nieuws, maar dit heb ik niet gehoord.
Ik kijk ook naar de radio, maar niets zegt dit.
LARS: Waarom stopt het?
RICK: Het kost veel geld.
De baas van het land zegt: het is te duur.
Het programma is duur, ja.
EMMA: Dat is jammer.
Ik vind dat programma goed.
Het helpt mensen.
Het helpt mensen met werk en met huis.
Veel mensen hebben het nodig.
LARS: Ja, maar het is ook logisch.
Geld is niet voor alles.
Geld is ook voor zieken en scholen.
RICK: De baas van het land wil dit.
Hij wil een nieuwe groep.
Hij zegt: de nieuwe groep is beter.
EMMA: Een nieuwe groep?
Wat voor groep?
Is het groot of klein?
RICK: Een groep die helpt met geld.
Maar de groep is niet van het land.
Dat is het probleem.
LARS: Een nieuwe groep?
Hoe dan?
Wie is de baas van die groep?
Is het een man of een vrouw?
RICK: De groep is niet van het land.
Mensen van buiten werken daar.
Zij werken daar voor geld.
EMMA: Mensen van buiten?
Uit een ander land?
Welk land?
RICK: Ja, uit een ander land.
Ik weet niet welk land.
Zij werken voor een ander land.
LARS: Dat vind ik niet goed.
Waarom doen zij dat?
Waarom werken zij voor een ander land?
RICK: Zij doen dat voor geld.
Geld is belangrijk voor hen.
Maar het is niet goed voor ons.
EMMA: Dat is raar.
Waarom wil de baas van het land dat?
Hij moet voor ons kiezen, niet voor anderen.
LARS: Misschien wil hij geld besparen.
Maar ik denk: dit is niet goed.
Een groep van het land is beter.
RICK: Ik ook niet.
Ik denk: wij moeten iets doen.
Wij kunnen niet stil zitten.
EMMA: Wat kunnen wij doen?
Wij zijn maar drie mensen.
Wij zijn niet rijk of sterk.
LARS: Wij kunnen praten.
Praten met vrienden en familie.
Praten met buren en collega's.
RICK: En wij kunnen een brief sturen.
Een brief is sterk.
Een brief kan naar het land.
EMMA: Een brief aan wie?
Aan de baas van het land?
Is dat goed?
LARS: Ja, aan de baas van het land.
Hij moet onze woorden horen.
Onze woorden zijn belangrijk.
RICK: Dat is een goed plan.
Een brief is simpel.
Simpel en duidelijk.
EMMA: Maar ik weet niet wat ik schrijf.
Ik ben geen schrijver.
Ik maak fouten met woorden.
LARS: Schrijf: ik wil dit niet.
Dat is duidelijk.
Korte zinnen zijn goed.
RICK: En zeg: het is belangrijk voor ons.
Het programma helpt ons.
Het helpt mijn buurman en mijn tante.
EMMA: Dat is simpel en duidelijk.
Ik kan dat schrijven.
Ik schrijf het vanavond.
LARS: Ja, dat werkt.
Korte woorden zijn goed.
Mensen lezen graag korte woorden.
RICK: Ik ga straks naar huis.
Ik wil een brief schrijven.
Ik heb papier en een pen.
EMMA: Waarom?
Nu?
Het is al laat.
RICK: Ja, nu.
Ik wil niet wachten.
Morgen is te laat.
Morgen kan de baas beslissen.
LARS: Ik ga ook mee.
Ik kan ook een brief schrijven.
Mijn brief is kort maar sterk.
EMMA: Wij gaan samen.
Drie brieven zijn beter dan één.
Samen hebben wij meer stem.
RICK: Mooi.
Samen is sterk.
Samen zijn wij meer.
Dat is waar.
LARS: Maar nu eerst een drankje.
Schrijven is werk.
Ik heb dorst.
EMMA: Ja, dat is goed.
Een drankje helpt ons denken.
En wij kunnen praten over de brieven.
RICK: Ik neem een koffie.
Koffie maakt mij wakker.
Ik heb energie nodig.
LARS: Ik neem een bier.
Bier is lekker na een lange dag.
Het is koud en fris.
EMMA: En ik neem een thee.
Thee is warm en rustig.
Thee maakt mij kalm.
RICK: Proost!
Op onze brieven!
EMMA: Proost!
Op ons plan!
LARS: Proost!
Op de overheid... of niet!
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze