

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Emma, hoi Lars.
EMMA: Hoi Rick.
Ga je zitten?
RICK: Ja, ik drink een koffie.
LARS: Lekker.
Ik heb een biertje.
RICK: Heb je het nieuws gezien?
EMMA: Nee, ik kijk niet veel.
Ik kijk soms naar het nieuws, maar niet vandaag.
LARS: Ik ook niet.
Ik heb geen tv.
Wat is er?
RICK: Een agent trapt een vrouw.
EMMA: O nee.
Waar is dat?
RICK: Bij Utrecht Centraal.
LARS: Is de agent boos?
RICK: Ja, hij is heel boos.
Heel, heel boos.
EMMA: En de vrouw?
Is zij oké?
RICK: Ja, zij is een beetje pijn.
Een beetje pijn in haar been.
LARS: Dat is niet goed.
Pijn is niet goed.
EMMA: Is de agent nu straf?
Heeft hij straf?
RICK: Nee, hij heeft geen straf.
LARS: Wat?
Geen straf?
Dat is raar.
RICK: Nee, de rechter zegt: niets.
De rechter zegt: geen straf.
EMMA: Dat vind ik raar.
Ik vind het heel raar.
LARS: Ja, een agent trapt iemand.
Dat is niet normaal.
RICK: De agent zegt: ik doe mijn werk.
Hij zegt: ik doe mijn werk, en ik ben niet fout.
EMMA: Maar trappen is niet goed.
Trappen is nooit goed.
LARS: Nee, dat is slecht.
Heel slecht.
RICK: De vrouw is niet blij.
Zij is niet blij en zij is bang.
EMMA: Nee, ik begrijp dat.
Ik begrijp dat goed.
LARS: Heeft zij een advocaat?
Een advocaat is belangrijk.
RICK: Ja, zij praat met een man.
Een man in een pak.
EMMA: En die man is boos?
Is de advocaat boos?
RICK: Ja, hij is heel boos.
Hij is boos op de agent.
LARS: Gaat de vrouw naar de rechter?
RICK: Ja, zij gaat naar de rechter.
Morgen of overmorgen.
EMMA: Dat is goed.
Dat is een goed plan.
LARS: Maar de agent blijft vrij.
Hij blijft vrij en hij werkt nog.
RICK: Ja, hij werkt nog.
Hij is nog op het station.
EMMA: Is dat eerlijk?
Ik denk: nee.
RICK: Ik weet het niet.
Ik weet niet wat eerlijk is.
LARS: Misschien niet.
Misschien is het niet eerlijk.
EMMA: Ik ben boos nu.
Ik ben boos en ik ben verdrietig.
RICK: Ja, ik ook.
Ik ben ook boos.
LARS: Wat doen wij nu?
Wij kunnen niet veel doen.
RICK: Wij drinken en praten.
Dat helpt een beetje.
EMMA: Dat is goed.
Praten is goed.
LARS: En wij zijn vrienden.
Vrienden zijn belangrijk.
RICK: Ja, dat is belangrijk.
Vrienden en koffie.
EMMA: Heb je nog nieuws?
Meer nieuws?
RICK: Nee, dit is genoeg.
Ik wil niet meer nieuws.
LARS: Laten wij over iets anders praten.
Over iets leuks.
RICK: Goed idee.
Over voetbal?
Voetbal is leuk.
EMMA: Nee, niet voetbal!
Ik hou niet van voetbal.
LARS: Haha, oké.
Over eten?
Eten is altijd leuk.
RICK: Ja, ik heb honger.
Ik heb veel honger.
EMMA: Ik ook.
Een pizza?
Pizza is lekker.
LARS: Ja, lekker.
Met kaas?
Kaas is goed.
RICK: En met tomaten.
Tomaten en kaas.
EMMA: En een salade?
Een salade is gezond.
LARS: Oké, gezond.
Een pizza en een salade.
RICK: De ober komt zo.
Ik zie hem daar.
EMMA: Mooi.
Ik zit goed.
Ik zit hier goed.
LARS: Wij hebben een fijne avond.
Een fijne avond met vrienden.
RICK: Ja, dat is waar.
Dat is echt waar.
EMMA: Maar het nieuws is jammer.
Het nieuws is niet fijn.
LARS: Ja, maar nu pizza.
Pizza maakt alles beter.
RICK: Precies.
Eten is beter.
Eten en praten.
EMMA: Haha, jij bent grappig.
Jij maakt mij blij.
LARS: Rick is altijd grappig.
Altijd.
RICK: Dank je, vrienden.
Jullie zijn lief.
EMMA: Proost!
Proost op ons.
LARS: Proost, Rick.
RICK: Proost, Emma.
EMMA: En de pizza komt.
Ik zie de ober met een bord.
LARS: Ik zie de ober.
Hij heeft een groot bord.
RICK: Hij heeft een groot bord en een kleine salade.
EMMA: Mooi, ik heb honger.
Nu komt het eten.
LARS: En ik ook.
Ik heb veel honger.
RICK: Eet smakelijk!
Eet smakelijk allemaal.
EMMA: Jij ook.
Eet smakelijk, Rick.
LARS: Bedankt.
Jij ook, Emma.
RICK: Dit is een goede dag.
Een goede dag met pizza.
EMMA: Ja, met vrienden.
Vrienden en eten.
LARS: En met lekker eten.
En met een biertje.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze