
Rellen in Loosdrecht: examens gaan voor

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is een rustige woensdagavond in Loosdrecht.
De lucht is donkerblauw en boven het meer hangt een dunne mist.
Je ruikt de geur van nat gras en een beetje vis.
In de verte klinkt zachte muziek uit een paar huizen.
Bij het strandje aan de rand van het dorp staan twee agenten, Bram en zijn collega Fatima.
Ze kijken naar een groep jongeren die luidruchtig langs de waterkant loopt.
Er is die avond een feest geweest en de sfeer is gespannen.
Een paar jongens hebben met stenen gegooid en een prullenbak omver geduwd.
Bram ruikt de geur van bier en nat gras.
Hij zucht.
Het geluid van brekend glas klinkt nog in zijn oren.
Fatima schudt haar hoofd.
'Wat een avond,' zegt ze zacht.
Bram knikt alleen maar.
Hij kijkt naar het water.
De mist boven het meer beweegt langzaam.
Hij hoort de zachte muziek uit de huizen en het geluid van de jongeren die lachen en schreeuwen.
Het is een rommelige avond.
Hij voelt de koude wind op zijn handen.
Hij ruikt nog steeds de geur van bier en nat gras.
Hij zucht nog een keer.
Plotseling ziet hij een jongen van ongeveer zeventien met een zwarte capuchon.
De jongen rent weg, maar Bram grijpt hem bij zijn arm.
De jongen heet Daan.
Hij kijkt bang en boos tegelijk.
Zijn ademhaling gaat snel en zijn handen trillen een beetje.
'Laat me los, ik heb niks gedaan!' roept Daan.
'Rustig maar,' zegt Bram.
'We gaan even praten.' Daan wordt meegenomen naar het politiebureau.
Het is er stil en het licht is fel wit.
Daar blijkt dat hij een van de leiders was van de relletjes.
Hij heeft een prullenbak vernield en een fiets omgegooid.
De politie maakt een proces-verbaal op.
Daan moet later voor de rechter komen.
Bram ziet dat Daan zijn ogen neerslaat.
Hij zegt niets meer.
Bram ruikt de geur van koffie en papier.
Hij hoort het geluid van een printer.
Het is stil in het bureau.
Daan zit op een stoel en kijkt naar de grond.
Bram denkt aan de avond bij het meer.
Hij ziet de boze gezichten van de jongeren weer voor zich.
Hij hoort het geluid van de stenen op de grond.
Hij voelt de koude wind op zijn handen.
Het was een rommelige avond.
Maar dan gebeurt er iets bijzonders.
Een paar dagen later leest Bram in de krant dat Daan vrij komt.
De rechter heeft besloten dat Daan niet naar de zitting hoeft te komen, omdat hij in diezelfde week examen doet.
Hij zit in het laatste jaar van de middelbare school en heeft hard geleerd.
Zijn examens zijn belangrijker dan de rechtszaak.
De rechter vindt dat Daan een tweede kans verdient.
Bram leest het bericht twee keer.
Hij schudt zijn hoofd.
'Wat?' zegt hij hardop.
Zijn collega Fatima kijkt op.
'Wat is er?' vraagt ze.
'Die jongen van de rellen, hij komt vrij omdat hij examen moet doen.' Fatima lacht.
'Nou, dat is toch mooi voor hem?' 'Mooi?' zegt Bram.
'Hij heeft spullen kapotgemaakt.
En nu mag hij gewoon zijn examen maken alsof er niks is gebeurd.' Hij voelt irritatie in zijn buik.
Het is niet eerlijk, denkt hij.
Andere mensen die iets doen, krijgen wel straf.
Maar deze jongen heeft geluk.
Zijn examens zijn blijkbaar belangrijker dan de wet.
Bram denkt terug aan de avond bij het meer.
Hij ziet de boze gezichten van de jongeren weer voor zich.
Hij hoort het geluid van de stenen op de grond.
Hij voelt de koude wind op zijn handen.
Het was een rommelige avond.
En nu is het voorbij, zonder echte straf.
Hij ruikt de geur van koffie en papier.
Hij hoort het geluid van de printer.
Het is stil in het bureau.
Fatima kijkt hem aan.
Ze zegt niets.
Bram zucht.
Hij weet niet wat hij moet zeggen.
Bram loopt naar buiten.
De lucht is nu grijs en het waait.
Hij kijkt naar de gracht en denkt aan Daan.
Hij hoopt dat de jongen zijn examens haalt.
Maar hij hoopt ook dat hij beseft dat hij een kans heeft gekregen.
Een kans die niet iedereen krijgt.
Hij ademt diep in en ruikt de geur van regen.
Dan loopt hij langzaam terug naar binnen.
Hij weet dat hij zijn werk moet doen, maar deze zaak blijft nog even in zijn hoofd hangen.
Hij denkt aan de woorden van de rechter.
Een tweede kans.
Hij hoopt dat Daan die kans goed gebruikt.
Hij hoopt dat hij zijn examen haalt.
En hij hoopt dat hij nooit meer met stenen gooit.
Bram kijkt nog een keer naar de gracht.
De lucht is nog steeds grijs.
Het waait nog steeds.
Hij voelt de koude wind op zijn handen.
Dan gaat hij naar binnen.
Hij moet zijn werk doen.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause