Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het Geld dat Blijft Liggen

Op een regenachtige dinsdagmiddag zat Rick in zijn kleine kantoor in Den Haag.

Buiten tikte de regen tegen het raam, een ritmisch geluid dat de tijd leek te vertragen.

Binnen rook het naar oude boeken en koude thee.

De geur hing zwaar in de kamer, alsof de thee al dagen stond te wachten.

Rick werkte bij een organisatie die landen hielp om minder gas uit Rusland te gebruiken.

Op zijn bureau lag een stapel papieren, netjes gesorteerd maar toch rommelig.

Bovenop lag een brief met een simpele vraag: waarom ligt er honderden miljarden euro's klaar, maar wordt het geld niet gebruikt?

Rick zuchtte.

Hij dacht aan zijn buurvrouw, mevrouw De Vries.

Zij had vorige week geklaagd dat haar energierekening weer hoger was geworden.

'Ik snap er niets van,' had ze gezegd.

'Er is toch geld genoeg?' Rick had geknikt, maar geen antwoord gegeven.

Want het antwoord was ingewikkeld.

Hij herinnerde zich hoe ze met haar handen in haar zij had gestaan, haar gezicht rood van frustratie.

'Ik moet kiezen tussen eten en verwarming,' had ze gezegd.

'Dat kan toch niet in een rijk land?' Rick had niets gezegd, maar de woorden waren blijven hangen.

Die middag kwam zijn collega Fatima binnen.

Ze schudde haar paraplu uit en hing haar natte jas aan de kapstok.

De druppels vielen op de vloer, een tikkend geluid dat even boven de stilte uitkwam.

'Heb je het nieuws gelezen?' vroeg ze.

'Er is weer een vergadering geweest in Brussel.

Ze hebben gepraat over het geld.

Maar ze hebben niets besloten.' Rick keek op.

'Niets?' 'Nee,' zei Fatima.

'Landen willen wel, maar ze zijn het niet eens over de vraag wie wat krijgt.

En sommige landen willen liever goedkoper gas blijven kopen.

Het is alsof ze een grote taart hebben, maar niemand durft het eerste stuk te nemen.' Rick dacht na.

'Dus het geld ligt er, maar het beweegt niet?' 'Precies,' zei Fatima.

'En ondertussen worden de rekeningen voor gewone mensen hoger.

Mevrouw De Vries betaalt de prijs voor onze besluiteloosheid.' Rick stond op en liep naar het raam.

De regen was gestopt.

Een bleek zonnetje kwam door de wolken en verlichtte de natte straten.

'Weet je,' zei hij langzaam, 'als we dit geld zouden gebruiken voor echte projecten, dan zouden we echt iets kunnen veranderen.

Maar we blijven praten.

We maken plannen.

We stellen commissies in.

En ondertussen blijft het geld op de bank staan.' Fatima knikte.

'Het is alsof je een emmer water hebt, maar je durft niet te drinken.

Je bent bang dat je het verkeerd doet.' Rick glimlachte flauw.

'Ja, dat is een goede vergelijking.

Maar ondertussen hebben mensen dorst.' Hij dacht aan een gesprek dat hij vorige maand had gehad met een man uit een klein dorp in Groningen.

De man had verteld dat zijn huis oud was en dat hij het niet kon repareren.

'Ik heb geen geld,' had hij gezegd.

'En de overheid zegt dat er geld is, maar ik zie het niet.' Rick herinnerde zich de versleten jas van de man en de moeheid in zijn ogen.

Het was koud geweest in dat dorp, en de man had zijn handen in zijn zakken gehouden.

Rick voelde een steek in zijn maag.

Hij wist dat er oplossingen bestonden.

Er waren plannen voor nieuwe manieren om energie op te wekken.

Er waren bedrijven die wilden beginnen.

Maar ze wachtten op toestemming.

En die toestemming kwam niet.

'Weet je wat het probleem is?' zei Rick.

'Iedereen wil zeker weten dat het goed gaat.

Niemand wil de verantwoordelijkheid nemen als het mislukt.

Dus wachten we.

En wachten kost ook geld.

Maar dat geld zien we niet op de rekening.' Fatima zuchtte.

'Dus we doen niets, omdat we bang zijn om iets verkeerd te doen?' 'Ja,' zei Rick.

'En ondertussen wordt het gas uit Rusland nog steeds gebruikt.

Niet omdat we het willen, maar omdat we geen keuze hebben gemaakt.' Hij pakte zijn jas.

'Ik ga naar huis.

Morgen weer een dag.' Buiten was het koud.

Rick fietste door de straten van Den Haag.

De wind streek langs zijn wangen.

Hij dacht aan mevrouw De Vries en aan de man uit Groningen.

Hij dacht aan het geld dat ergens op een bankrekening stond.

Het geld dat bedoeld was om iets goeds te doen.

Maar het deed niets.

Het lag er maar.

Thuis schonk hij een glas water in.

Het water was koud en helder.

Hij keek naar buiten.

De lucht was nu donker.

In de verte zag hij de lichtjes van de stad, kleine stipjes in de nacht.

Hij dacht: als we nu eens gewoon begonnen.

Als we nu eens één project deden.

Gewoon één.

Dan zouden we tenminste iets hebben gedaan.

Maar ja, morgen was er weer een vergadering.

En dan zouden ze weer praten.

En het geld zou blijven liggen.

Hij zette zijn glas neer en zuchtte.

Soms is het moeilijkste ding niet het vinden van geld.

Het is het durven uitgeven.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze