

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is ochtend in Den Haag.
De lucht is grijs.
Op het station staan veel mensen.
Iedereen wacht op de trein.
De trein gaat naar Brussel.
Daar is het station groot.
De mensen zijn stil.
Dan klinkt een stem door de luidspreker.
De trein naar Brussel komt over vijf minuten.
Een man staat vooraan.
Hij heet Pieter.
Hij is vijftig jaar.
Hij draagt een bruine jas.
Hij heeft een rode tas.
Naast hem staat een jonge vrouw.
Zij heet Fatima.
Ze is twintig.
Ze draagt een blauwe sjaal.
Ze kijkt naar haar telefoon.
Pieter kijkt naar haar en glimlacht.
"Gaat u ook naar Brussel?" vraagt Pieter.
Fatima knikt.
"Ja, ik ga naar mijn zus.
Zij woont daar.
Maar de trein is zo duur!" Pieter zucht.
"Ja, dat klopt.
Vroeger was het goedkoper.
Nu is alles duur.
De benzine is duur.
En er is oorlog in Oekraïne.
Daarom nemen mensen vaker de trein." Fatima zegt: "Mijn vader zegt dat ook.
Hij rijdt niet meer met de auto.
De auto is te duur.
De trein is beter voor het milieu.
En het is veiliger." De trein komt.
De deuren gaan open.
De mensen stappen in.
Het is druk in de trein.
Pieter en Fatima vinden een plek bij het raam.
De trein rijdt langzaam weg.
De stad verandert in groene velden.
De lucht wordt blauw.
De zon komt door de wolken.
Fatima kijkt naar buiten.
"Kijk, schapen!" roept ze.
Pieter lacht.
"Ja, mooi hè?" Na een uur stopt de trein.
Ze zijn in Antwerpen.
Nieuwe mensen stappen in.
De trein is nu vol.
Een oude mevrouw zoekt een plek.
Fatima staat op.
"Gaat u zitten," zegt ze vriendelijk.
De mevrouw glimlacht.
"Dank je, lieverd." Pieter kijkt naar Fatima.
"U bent aardig," zegt hij.
Fatima bloost.
"Dat is normaal," zegt ze.
De trein rijdt verder.
Pieter vertelt over zijn werk.
Hij werkt op een kantoor.
Hij reist vaak voor zijn werk.
Vroeger vloog hij.
Nu niet meer.
"Vliegen is slecht voor het milieu," zegt hij.
"En de trein is comfortabel." Fatima vertelt over haar studie.
Ze studeert in Leiden.
Ze leert Nederlands.
"Ik vind Nederlands moeilijk," zegt ze.
"Maar ik oefen elke dag." Pieter lacht.
"U spreekt al goed Nederlands!" De trein komt aan in Brussel.
Het is middag.
De zon schijnt.
Pieter en Fatima stappen uit.
Ze nemen afscheid.
"Het was leuk," zegt Fatima.
"Dank u voor het gesprek." "Tot ziens," zegt Pieter.
"Veel plezier bij uw zus." Fatima loopt weg.
Pieter kijkt om zich heen.
Het station is groot en druk.
Mensen lopen snel.
Pieter voelt zich blij.
De treinreis was lang, maar fijn.
Hij denkt: reizen met de trein is goed.
Voor de wereld en voor de mensen.
Hij loopt naar de uitgang.
Buiten wacht zijn vriend.
Ze gaan samen koffie drinken.
Pieter voelt de warme zon op zijn gezicht.
Hij glimlacht.
Wat een mooie dag.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze