Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Krant en de Koffie

Anna and Mark are sitting at the breakfast table on a quiet Sunday morning.

Anna reads the newspaper, but Mark is trying to have a conversation.

He becomes a bit jealous of the newspaper.

Anna: Goedemorgen, Mark.

Mark: Goedemorgen.

Lekker broodje?

Anna: Ja, lekker.

Even de krant lezen.

Mark: O.

De krant.

Anna: Ja, de krant.

Even rustig lezen.

Mark: Wat voor nieuws is er?

Anna: Er is veel nieuws.

Het is zondag.

Mark: Is er iets bijzonders?

Anna: Ja.

Er was een grote brand in Rotterdam.

Mark: Echt waar?

Is er iemand gewond?

Anna: Ik lees het even.

Nee, gelukkig niet.

Mark: O, dat is goed nieuws.

Anna: Ja.

En de treinen rijden weer normaal.

Mark: Mooi.

Dat is fijn voor het werk.

Anna: Ja, voor jou wel.

Mark: Ha, ja.

Ik moet maandag weer naar kantoor.

Anna: Precies.

Nu even stil, ik lees.

Mark: Sorry.

Nog meer nieuws?

Anna: Mark, je bent net een kind.

Mark: Ik ben gewoon nieuwsgierig.

Anna: Er staat ook iets over het weer.

Mark: En?

Wordt het mooi weer?

Anna: Het wordt zonnig.

Twintig graden.

Mark: Perfect voor een wandeling.

Anna: Misschien vanmiddag.

Mark: En de sport?

Staat er ook sport in de krant?

Anna: Ja, natuurlijk.

Het is zondag.

Mark: Heeft Ajax gewonnen?

Anna: Mark!

Ik lees nog niet eens de sportpagina.

Mark: Sorry, sorry.

Ik wacht wel.

Anna: Dank je.

Even een momentje.

Mark: Drink ik nog een kopje koffie.

Anna: Goed idee.

Mark: Wil jij ook nog koffie?

Anna: Ja, graag.

Met melk.

Mark: Zeg het maar als je klaar bent met lezen.

Anna: Over vijf minuten.

Dan lees ik de leuke stukjes voor.

Mark: De leuke stukjes?

De strip?

Anna: Nee, de columns.

En de recensies.

Mark: O, de cultuurpagina.

Anna: Ja.

Die vind ik altijd leuk.

Mark: Ik vind de voorpagina het belangrijkst.

Anna: Ja, dat weet ik.

Jij wilt altijd het wereldnieuws.

Mark: Ja, dat is belangrijk.

Anna: Maar het lokale nieuws is ook belangrijk.

Mark: Zeker.

Wat staat er over onze buurt?

Anna: Er staat iets over het nieuwe park.

Mark: Het park bij het station?

Anna: Ja.

Het wordt volgende maand geopend.

Mark: Eindelijk.

Dat duurde lang.

Anna: Ja, twee jaar vertraging.

Mark: Typisch Nederlands, hè?

Anna: Ja, maar nu is het klaar.

Mark: Mooi.

Dan kunnen we daar wandelen.

Anna: Ja, en picknicken.

Mark: Met een krant onder mijn arm.

Anna: Haha.

Jij en je grappen.

Mark: Zeg, staat er ook iets in over de kermis?

Anna: De kermis?

In welke stad?

Mark: In het dorp van mijn moeder.

Anna: O, dat is een andere regio.

Die krant hebben we niet.

Mark: Misschien online kijken?

Anna: Ja, dat kan later.

Mark: Goed.

Dan wacht ik.

Anna: Oké, ik ben bijna klaar.

Mark: Mooi.

De koffie is klaar.

Anna: Dank je.

Nog één artikel.

Mark: Welk artikel?

Anna: Over de nieuwe bibliotheek.

Mark: Die aan de gracht?

Anna: Ja.

Ze hebben ook een café.

Mark: Een café in de bibliotheek?

Anna: Ja, heel modern.

Met koffie en taart.

Mark: Dat klinkt goed.

Daar kunnen we ook naartoe.

Anna: Ja, volgende week misschien?

Mark: Afgesproken.

Nu je krant uit?

Anna: Ja, de krant is uit.

Vertel eens, hoe is jouw ochtend?

Mark: Eindelijk!

Je praat weer tegen me.

Anna: Haha, sorry.

De krant is ook belangrijk.

Mark: Ja, maar ik ook.

Anna: Natuurlijk.

Jij bent belangrijker dan de krant.

Mark: Dat is goed om te horen.

Anna: Kom, we gaan samen wandelen.

De zon schijnt.

Mark: Dat is het beste idee van de dag.

Anna: Zullen we de krant meenemen?

Mark: Nee!

Geen krant meer vandaag.

Anna: Oké, oké.

Alleen wij twee.

Mark: Perfect.

En misschien een ijsje bij het park.

Anna: Ja, dat klinkt heerlijk.

Mark: Zullen we gaan?

Anna: Ja, ik pak mijn jas.

Mark: En ik de sleutels.

Anna: Tot zo.

Mark: Tot zo, lieverd.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze